Het is een zonnenochtend. Vier vrienden staan bij de grote eik. Ze zijn bijna vier jaar. Ze heten Noor, Sam, Lotte en Finn. Ze hebben een oude kaart. Op de kaart staat een kruisje. "Daar is het schatje," zegt Noor zacht.
"Wij gaan zoeken!" roept Sam. Ze pakken een mandje en een vergrootglas. Ze houden elkaars hand. Ze lopen samen.
Eerst tellen ze stappen naar de plas. "Eén, twee, drie," zegt Lotte. "Vier, vijf," telt Finn. Ze tikken de plas met hun tenen. Het water plonst. Het ruikt naar modder en bloemen. Een eend zegt zacht: "kwaak." Ze lachen.
"Zes, zeven, acht," telt Noor. De kaart zegt: tel twintig stappen naar de oude steen. Ze beginnen te tellen. Ze voelen de grassprietjes onder hun voeten. Het voelt zacht. "Negen, tien," zegt Sam met een groot gezicht. "Elf, twaalf," fluistert Lotte. Ze stappen rustig. Soms moeten ze zoeken naar een klein kiezelsteentje. "Dertien," zegt Finn. Ze vinden een rood steentje. "Kijk!" roept Noor blij.
Bij de oude steen stoppen ze. Er zitten kleine lettertjes. "Volg het pad van paddenstoelen," zegt Noor. Ze zien paddenstoelen, rood en wit. Ze ruiken de boslucht. "Twintig stappen," zegt Sam. Ze tellen samen hardop. "Veertien, vijftien..." De wind zingt zacht in de bomen. Het is warm en fijn.
Ze lopen over het pad. Een zacht mos kietelt aan hun knieën. Ze vinden een dennenappel. "Mooi," zegt Lotte. Ze leggen hem in het mandje. Soms glijdt Sam uit op een nat blad. Hij valt op zijn knieën. "Au," zegt Sam even. Zijn vrienden helpen hem overeind. "Dank je," zegt Sam. Niemand blijft alleen. Ze troosten en knuffelen even. Het gaat snel beter.
"Zestien, zeventien..." zingt Finn. Ze tellen met voetstappen die klepperen. De vogels fluiten. Een bij zoemt dichtbij en ruikt naar zoete nectar. Ze volgen de kaart naar een houten brugje. Op het brugje kraakt het hout. Ze luisteren. "Eén, twee, drie," tikt het hout zacht.
Aan het eind van het brugje staat een steen met een tekening. "Tel tien stappen naar de eik met het hart," leest Noor. Ze lopen. De eik ruikt naar schors en zon. Onder de eik ligt iets glinsterends. Ze ademen diep in. Het voelt spannend en warm.
"Wij hebben het bijna!" zegt Lotte. Ze bukken samen. In het gras ligt een doosje. Het doosje is klein en licht. Ze openen het langzaam. Binnenin liggen vier houten sterren en een kaart met woorden: Samen is de grootste schat. Ze glimlachen. Hun handen voelen zacht en warm van het wachten en het vinden.
"Een voor jou, een voor mij," zegt Finn. Ze geven elkaar een ster. Ze knuffelen. Dan zetten ze de sterren in het mandje, en één ster in de boom als teken van vriendschap. De zon schijnt op hun gezichten.
"Wij hebben het samen gevonden," zegt Sam blij. "We telden stappen en hielpen elkaar."
Ze lopen terug naar huis. Ze tellen nog eens, maar nu zacht en vrolijk. De dag ruikt naar koekjes. Thuis vertellen ze het verhaal aan mama en papa. Iedereen lacht. De sterren glanzen in de mand.
Die avond slapen ze met een warm gevoel. Ze dromen van nieuwe avonturen. De vrienden weten nu: samen tellen is altijd makkelijk en samen vinden is altijd fijn.