Luca zat op de keukentrap. Hij was vier jaar en had krullen alsof iemand zachte wol in zijn haar had gelegd. Buiten scheen de zon. Binnen rook het naar versgebakken appeltaart. Het was Moederdag.
"Mama slaapt nog," fluisterde papa zacht. "We maken een verrassing."
Luca knikte. Zijn taak was belangrijk. Hij had een glanzende sticker in zijn hand. Een grote, ronde sticker met een gouden hart erop. Die moest op de allerbeste plek geplakt worden.
"Waar moet de sticker?" vroeg Luca. Zijn ogen glinsterden.
Papa dacht even. "Waar vind jij de allerbeste plek?"
Luca keek rond. Op de tafel lagen kleurpotloden. Op de stoel lag mama's favoriete sjaal. Op de kast stond een vaas met een glimlachende bloem. Alles leek goed.
Maar Luca wist het zeker in zijn buik. Hij moest iets kiezen waar mama het iedere dag zou zien. Iets dat zei: ik hou van jou.
Hij liep naar mama's stoel. Hij hield de sticker vooruit alsof het een zonnetje was. "Deze," zei hij. "Hier!"
Papa hield zijn glimlach nog even in. "We moeten eerst heel voorzichtig zijn," fluisterde hij. "Mama mag niet wakker worden."
Luca knikte serieus. Hij voelde zich als een geheime agent. Zijn vingers waren plakkerig van de appelstroop die op zijn hand was gekomen tijdens het proeven van de taart.
Hij sloop. Eén stap. Twee stappen. Toen hoorde hij iets kraken. Het krakje kwam van de kat, Muis. Die sprong op mama's deken en gaf een zacht mauwtje.
"Mannetje," zei Luca snel. Dat was zijn bijnaam voor Muis. "Niet bewegen."
Muis knipperde met zijn ogen alsof hij begreep. Hij deed een grote poetsslag en rolde zich op zijn rug. Alles bleef stil.
Luca stond vlakbij mama. Haar handen lagen op het kussen. Ze sliep met de armen rond een leeg boek. De kamer rook naar thee en lavendel.
Luca stak zijn arm uit. Het was alsof de kamer heel zacht werd. Zijn vingers voelden het papier van de stoel. Net toen hij de sticker wilde plakken, gleed hij uit op een kruimel.
"Boink!" zei hij hardop. Dat geluid maakte papa bijna laten lachen. Luca schrok even. Zijn mond maakte een grote O.
De sticker viel op de rand van de kopjeskast. Hij plakte volkomen fout. Toen gebeurde iets grappigs. De sticker zat half op de kopjeskast en half op de mug. De mug zei niets, want het was maar een mok. Maar Luca vond het heel grappig.
"Oh nee!" fluisterde papa. "Niet op de mok."
Luca keek naar de sticker. Hij dacht aan alle plekken nog eens. Hij had bijna de gouden sticker op mama's bril geplakt, maar papa hield hem net op tijd tegen. "Die moet ze kunnen zien," zei papa.
"Ik kan het zelf," zei Luca met een stem als een mini-aanvoerder. Hij pakte een plankje en klom op de stoel. Zijn tong stak een beetje uit van concentratie. Dat vond mama altijd leuk.
Net toen zijn vinger het gouden hart wilde aanraken, kwam Muis weer in actie. De kat sprong en tikte tegen Luca's voet. Luca verloor even zijn evenwicht en de sticker vliegt—flap—recht op zijn eigen neus. Plak! De sticker zat op Luca's neus. Hij voelde zich ineens heel grappig.
Papa probeerde niet te lachen. Maar zijn ogen fonkelden. "Wat een stijl," zei hij, en een zacht snikje van een lach ontsnapte.
Luca keek in de spiegel van de theedoos. Met een sticker op zijn neus, voelde hij zich dapper en een beetje gek. Hij wiebelde en liet de sticker er voorzichtig afhalen. "Hij vindt het leuk," zei hij tegen Muis. Muis gaf een tevreden spin.
Ze moesten snel denken. Mama sliep nog. De tijd tikte zachtjes. Toen kreeg papa een idee. "Luca," fluisterde hij, "we maken een kaart met veel knuffels. En jij plakt één sticker op de kaart. Dat is perfect."
Luca's ogen werden groot. Een kaart! Dat klonk als iets makkelijks en fijns tegelijk. Ze pakten papier, kleurpotloden en glitterstiften. Luca tekende een grote zon. Papa tekende boompjes die leken op tandenstokers. Samen schreven ze: "Liefste mama, wij houden van jou."
Luca stak zijn tong weer naar buiten van concentratie. Hij plakte de gouden sticker precies in het midden van het hart dat hij had getekend. "Klaar!" glunderde hij.
Ze schreven nog een paar kusjes en een heleboel kleine hartjes. Daarna maakten ze een klein filmpje met papa op zijn telefoon. "Zeg: Kusjes voor mama!" fluisterde papa.
"Kusjes!" zei Luca, en hij gaf een luchtkus zo groot als een ballon.
Toen legden ze de kaart op het nachtkastje bij mama. Papa streelde zachtjes over mama's haar en zei: "Tijd om wakker te worden."
Mama opende één oog. Ze glimlachte. "Wat ruikt hier zoet?" vroeg ze slaperig.
"Buiten is het zonnetje," zei papa. "Binnen is er liefde."
Mama lachte. Ze nam Luca op schoot. "Wat hebben jullie gemaakt?"
Luca toonde de kaart en wees trots naar het gouden hart. Mama drukte de kaart tegen haar hart en zei: "Dit is het mooiste wat ik ooit heb gezien."
Ze aten appeltaart, dronken thee en lachten samen. Muis kreeg een stukje korst en deed alsof hij een prins was. De dag vulde zich met liedjes en zachte knuffels.
Toen de zon langzaam zakte, werd het buiten wat minder fel. Binnen werden de schaduwen lang en zacht. Papa stond op en liep naar het raam. Hij haalde het koord van het rolluik.
"Zullen we het rolluik naar beneden doen?" vroeg hij.
Luca pakte papa's hand. "Ja," zei hij. "En dan nog één kus."
Ze deden het rolluik langzaam naar beneden. Het maakte een zacht, goedendag-geluid. De kamer werd warm en knus. Mama drukte Luca nog een keer tegen zich aan.
Buiten bleef de zon nog even kijken, maar binnen was het bedtijd in hart en huis. De dag was vol knoeien, lachen en een gouden sticker. Het rolluik ging helemaal naar beneden. De kamer zei zacht: slaap lekker.