Er was eens een klein konijntje. Het konijntje heette Benny. Benny was een vrolijk konijntje. Hij had een zachte, witte vacht. Benny speelde graag in het gras.
Op een mooie dag, terwijl Benny speelde, zag hij iets bewegen. Het was een ander konijntje! Het nieuwe konijntje had een bruine vacht. “Hallo!” zei Benny. “Ik ben Benny!”
“Hallo, Benny! Ik ben Lila,” antwoordde het bruine konijntje. Benny was blij. “Wil je spelen?” vroeg Benny.
“Ja, dat wil ik!” zei Lila. Ze sprongen samen in het gras. Ze lachten en hadden veel plezier. Benny en Lila renden in cirkels en maakten grote sprongen.
Na een tijdje werden ze moe. Ze gingen onder een boom zitten. “Dit is leuk!” zei Lila. “Ja, heel leuk!” zei Benny. “We zijn vrienden!”
Benny en Lila deelden hun wortels. “Hier, neem een stukje!” zei Benny. “Dank je!” zei Lila. Ze genoten van de wortels en praatten.
Op een dag kwamen er donkere wolken. Het begon te regenen. “Oh nee!” zei Lila. “Wat nu?” Benny keek naar Lila. “We kunnen schuilen!” zei hij. Ze renden snel naar de grote boom.
Onder de boom was het droog. “We zijn veilig!” zei Lila. Benny knikte. “Vriendschap is fijn!” zei hij.
De regen stopte. De zon kwam weer tevoorschijn. Benny en Lila sprongen van blijdschap. “Laten we weer spelen!” zei Benny. “Ja!” riep Lila.
Benny en Lila speelden de hele dag. Ze waren blij. Ze wisten dat vriendschap speciaal was. “Jij bent mijn beste vriend!” zei Benny. “En jij bent de beste vriend!” zei Lila.
Ze omhelsden elkaar. Vriendschap maakt ons gelukkig. Benny en Lila waren de beste vrienden voor altijd.