"Wat een grote raket!"
“Hallo, ik ben Tom!” zei de astronaut. Hij droeg een grote witte ruimtepak. “Kijk naar mijn raket!”
“Wow! Wat groot!” zei Lisa, het meisje. Haar ogen glinsterden van verwondering.
“Ja, heel groot!” zei Tom met een glimlach. “Ik ga naar de maan!”
“De maan? Wat doe je daar?” vroeg Sam, Lisa's vriendje.
“Ik kijk naar sterren,” zei Tom. “En ik verzamel maanstof!”
“Maanstof? Wat is dat?” vroeg Lisa nieuwsgierig.
“Het is speciaal stof van de maan!” antwoordde Tom. “Het is heel fijn en het glinstert!”
“Mag ik mee?” vroeg Sam enthousiast.
Tom lachte. “Ja! Maar je moet een ruimtepak dragen!”
“Wat is er zo bijzonder aan een ruimtepak?” vroeg Lisa.
“Een ruimtepak houdt je veilig in de ruimte!” zei Tom. “Het houdt je warm en geeft je lucht om te ademen.”
“Dat klinkt leuk!” zei Sam. “Wat moet je doen als je op de maan bent?”
“Ik moet stappen maken,” zei Tom. “En ik kan zelfs springen! De maan heeft minder zwaartekracht.”
“Ooooh! Dat lijkt te gek!” zei Lisa.
“Ja! En dan neem ik foto's van de sterren,” zei Tom. “Dat is mijn werk!”
“Wauw! Astronaut zijn is geweldig!” zei Sam.
“Ja! Kom maar, we gaan samen dromen van de sterren!” zei Tom.
Ze keken naar de lucht. “Tot ziens, maan!” riep Lisa vrolijk.
“Tot ziens, sterren!” lachte Sam.
Tom zwaaide. “Ik zie jullie snel!”