De Avonturen van Lotte en de Donkere Nacht
Lotte was een meisje van vier jaar. Ze had een mooi, roze kamertje met sterren en maan op de muren. Lotte hield van haar kamer, maar er was één ding dat ze niet leuk vond. ‘s Nachts was het altijd zo donker. Het maakte haar een beetje bang.
Op een avond, toen de zon onderging, zei Lotte tegen haar mama: “Mama, ik wil dat het nooit donker wordt!”
Haar mama knielde naast haar bed. “Lotte, het is normaal om bang te zijn in het donker. Maar de nacht is ook een speciaal moment. Er zijn veel mooie dingen te zien.”
“Maar wat als er iets engs is?” vroeg Lotte met grote ogen.
Mama glimlachte. “Daarom hebben we een nachtlampje. Het geeft zacht licht. En weet je? De schaduwen die je ziet zijn gewoon je vriendjes in het donker.”
“Ik wil geen vriendjes in het donker!” zei Lotte en ze trok haar dekens omhoog.
De Nachtelijke Verkenning
Die avond, nadat ze was gaan slapen, hoorde Lotte een vreemd geluid. Het klonk als een zachte gefluister. “Wie is daar?” vroeg ze, terwijl ze haar dekens nog strakker om zich heen trok.
“Dat ben ik, de schaduw,” antwoordde een zachte stem. Lotte keek om zich heen, maar ze zag niemand. “Wie is de schaduw?” vroeg ze.
“Ik ben jouw vriend,” zei de schaduw. “Ik ben hier om je te beschermen. Maar je moet me niet bang vinden.”
“Waarom ben je zo donker?” vroeg Lotte nieuwsgierig.
“Donker is niet slecht,” zei de schaduw. “Ik ben er om je te helpen. Kijk maar!” Toen Lotte goed keek, zag ze dat de schaduw vorm kreeg. Het was een grote, vriendelijke schaduw met een glimlach.
“Wow! Je kijkt leuk uit!” zei Lotte, nu iets minder bang.
“Dank je! Ik ben de schaduw die de sterren in de lucht kent. Wil je ze met me bekijken?” vroeg de schaduw.
“Ja, dat wil ik!” zei Lotte enthousiast. De schaduw maakte een sprongetje en samen gingen ze op avontuur.
“Hoor je dat, Lotte? Dat is het geluid van de nacht!” zei de schaduw terwijl ze door de kamer dansten. “De wind fluistert, en de bomen ritselen.”
Lotte voelde zich steeds minder bang. “Het klinkt als muziek!” zei ze.
“Precies! De nacht is een prachtig concert,” zei de schaduw. “En kijk daar, boven ons! De sterren twinkelen voor ons.”
“Ze zijn zo mooi!” zei Lotte. “Ik had nooit gedacht dat het zo leuk zou zijn in het donker!”
De Ochtend en de Nieuwe Dag
Toen de zon opkwam, zei de schaduw: “Het is tijd om te gaan, Lotte. Maar herinner je je wat we geleerd hebben?”
“Ja!” riep Lotte. “Het donker is niet eng. Het is gewoon anders. En de schaduwen zijn mijn vrienden!”
“Precies!” zei de schaduw. “Als je ooit bang bent, denk dan aan de sterren en de muziek van de nacht. Dan ben je nooit alleen.”
Lotte knikte en zei: “Dank je, schaduw! Je bent mijn beste vriend.”
Toen de schaduw verdween, voelde Lotte zich een stuk beter. Ze wist dat ze de volgende nacht weer met de schaduw zou spelen. En dat het donker niet zo eng was.
Toen haar mama kwam kijken, zei Lotte: “Mama, het donker is leuk! Ik heb een schaduw-vriend!”
Haar mama lachte. “Wat fijn dat je je niet meer bang voelt! Wil je me meer vertellen over je vriend?”
“Ja! De schaduw zei dat de sterren mooi zijn en dat de nacht een concert is,” vertelde Lotte enthousiast.
“Dat klinkt magisch! Je hebt een geweldige fantasie, Lotte,” zei mama. “Je kunt altijd met me praten als je bang bent.”
“Dank je, mama! Ik voel me nu dapper,” zei Lotte terwijl ze naar het raam keek. De zon scheen helder en ze wist dat de nacht weer zou komen.
En zo leerde Lotte dat het donker niet iets is om bang voor te zijn. Het is een tijd voor avonturen, sterren en muziek. Vanaf die dag keek ze altijd uit naar de nacht, wetende dat haar vriend, de schaduw, altijd bij haar was.