De Lente Vrienden
Het was een mooie, zonnige dag in het park. De lucht was blauw en er waren geen wolken te zien. Kleine Lotte, een meisje van drie jaar, was buiten aan het spelen. Ze had een mooie, gele jurk aan die vrolijk wapperde in de zachte lentebries. Lotte keek om zich heen en zag de bloemen in de grasvelden bloeien. "Kijk, mama! De bloemen zijn zo mooi!" riep ze blij.
Lotte's mama, die naast haar zat op een bankje, glimlachte. "Ja, Lotte. De lente is gekomen! De bloemen bloeien en de bomen krijgen weer bladeren."
Lotte sprong op en danste rond. "Ik wil de bloemen plukken!" zei ze enthousiast.
"Dat mag je doen, maar pluk er niet te veel," zei mama. "Laten we ook de bijtjes en de vlinders helpen."
Lotte knikte. "Ja, de bijtjes zijn belangrijk! Ze maken honing!" Ze rende naar een groepje kleurrijke bloemen en begon voorzichtig te plukken. Ze keek naar de bijtjes die druk bezig waren. "Hallo, bijtje! Ik wil je niet storen!" zei ze vriendelijk.
Plotseling kwam er een kleine jongen aanrennen. Zijn naam was Tom. "Wat ben je aan het doen, Lotte?" vroeg hij nieuwsgierig.
"Ik pluk bloemen! Kijk!" Lotte hield haar boeket omhoog. "Wil je ook helpen?"
"Ja, dat wil ik!" zei Tom vrolijk. "Ik hou van bloemen. Ze zijn zo mooi!"
Samen plukten ze een paar bloemen. "Wat een mooie dag!" zei Tom. "Wat gaan we nu doen?"
Lotte dacht even na. "Laten we spelen! We kunnen verstoppertje spelen!" stelde ze voor.
"Dat is een goed idee!" zei Tom. "Ik tel tot tien en jij verstopt je!"
Lotte rende snel weg en zocht een goede plek om zich te verstoppen. Ze kroop achter een grote boom. "Eén, twee, drie...," telde Tom luid. Lotte kon het niet laten om te giechelen. "Vier, vijf, zes..."
Tom kwam dichterbij. "Waar ben je, Lotte?" vroeg hij. "Ik kom je zoeken!"
Lotte hield haar adem in en bleef stil. "Zeven, acht, negen, tien! Ik kom!" riep Tom. Hij keek om zich heen en zag de bloemen. "Misschien is ze daar!" zei hij en hij keek onder een paar takken.
Lotte kon het niet meer houden en begon te lachen. "Hier ben ik!" riep ze.
Tom draaide zich om en lachte. "Daar ben je! Dat was een goede verstopplek!" zei hij. "Nu ben ik aan de beurt!"
Lotte telde terwijl Tom zich verstopte. "Eén, twee, drie..." Lotte keek goed om zich heen. Ze zag zelfs een vlinder fladderen. "Kijk, een vlinder!" riep ze. "Zo mooi!"
Ze zocht verder en uiteindelijk vond ze Tom die zich achter een struik had verstopt. "Ik heb je gevonden!" zei Lotte blij.
"Dat was leuk!" zei Tom. "Wat gaan we nu doen?"
Lotte dacht een moment na. "Laten we een picknick houden!" zei ze. "Mama, mag ik een picknick houden?" vroeg ze aan haar moeder.
Mama knikte. "Dat mag, maar je moet alles goed opruimen. En vergeet niet om de bloemen voorzichtig te behandelen."
Lotte en Tom renden naar mama. "Mama, kunnen we een picknick houden?" vroegen ze samen.
Mama lachte en zei: "Ja, dat is een geweldig idee! Wat willen jullie eten?"
"Ik wil boterhammen met kaas!" zei Lotte.
"En ik wil een appel," voegde Tom eraan toe.
Mama haalde een grote mand tevoorschijn. "Kijk, hier zijn de boterhammen en de appels. En ik heb ook sap meegenomen!"
Lotte en Tom waren zo blij. Ze gingen op het gras zitten en maakten hun picknick klaar. "Dit is heerlijk!" zei Lotte terwijl ze een hap van haar boterham nam.
"Ja, en het sap is lekker fris," zei Tom met een grote glimlach.
Terwijl ze aten, zagen ze een groepje kinderen in de verte spelen. "Kijk, ze spelen met een bal!" zei Lotte. "Zullen we ook gaan spelen?"
"Ja, laten we dat doen!" zei Tom enthousiast.
Na de picknick renden ze naar de andere kinderen. "Hallo! Mag ik meedoen?" vroeg Lotte.
"Tuurlijk!" zei een meisje met een lichte jurk. "We spelen met de bal. Kom je ook, Tom?"
"Ja, ik kom!" riep Tom en hij rende naar het groepje.
Ze speelden samen, gooiden de bal naar elkaar en lachten. De zon scheen en iedereen was blij. "Dit is de beste dag ooit!" zei Lotte terwijl ze de bal ving.
"Ja, de lente is zo leuk!" zei Tom. "We moeten dit vaker doen!"
De kinderen speelden tot de zon onderging. Lotte en Tom waren moe maar gelukkig. "Dit was echt leuk!" zei Lotte. "Dank je wel, Tom!"
"Dank je wel, Lotte!" zei Tom. "Laten we morgen weer spelen!"
Mama kwam hen ophalen. "Zijn jullie klaar om naar huis te gaan?" vroeg ze.
"Ja, maar we willen morgen weer terugkomen!" zei Lotte.
"Dat is goed," zei mama. "De lente is pas begonnen. Er is nog veel meer te ontdekken!"
Lotte en Tom keken elkaar aan en lachten. "Tot morgen!" zei Tom.
"Tot morgen!" zei Lotte en ze gingen hand in hand naar huis, blij met de nieuwe vriendschap en de mooie lente.