Een zachte ochtend
De zon komt langzaam over het veld.
Kleine warmte kietelt het gras.
Een wit koppie steekt boven een hol uit.
Het is Lila, het konijntje.
Ze rekt haar pootjes.
Ze huppelt naar buiten.
De lucht ruikt naar nat gras.
Er zijn druppels op de bladeren.
Ze glinsteren als kleine lampjes.
Lila voelt de zachte wind.
De wind ruist door haar oren.
Ze hoort vogels zingen.
Een merel zegt: "Krrk, goedemorgen."
Lila lacht stil.
Ze stapelt met haar neus door de lucht.
Ze voelt het zand tussen haar tenen.
Haar neus trilt van blijheid.
De wereld is wakker.
Alles lijkt groen en nieuw.
Lila snuffelt aan een bloemetje.
Het is geel en lief.
Een bij zoemt langzaam voorbij.
"Zoem," zegt de bij.
Lila kijkt hoe de bloem drinkt.
Honinggeur lijkt in de wind te zweven.
Het pad en de mieren
Lila ziet een smal pad.
Het pad loopt langs een oude boom.
Op dat pad zit iets klein.
Veel kleine beestjes lopen heel dicht bij elkaar.
Het zijn mieren.
Ze dragen stukjes brood en een blaadje.
Lila hurkt neer.
"Wat doen jullie?" fluistert ze zacht.
De mieren lopen rustig verder.
Ze dragen hun eten in een rij.
Eén mier duwt een stukje koek.
Een andere draagt een bloemblad.
Ze werken samen.
Lila zet haar poot heel stil.
Ze kijkt.
Ze ziet hoe sterk ze zijn.
Ze tilt met een pootje een kruimel.
Hij is bijna groter dan zij.
De mier tilt ook.
Samen dragen ze hem verder.
"Ben je moe?" vraagt Lila.
De mier piept een klein geluid.
"Nee," lijkt hij te zeggen.
Hij kijkt niet naar Lila.
Hij kijkt naar huis.
Een donkergat onder de boom.
Daar is hun huis.
Lila voelt iets warm in haar hart.
Ze denkt aan haar hol.
Ze denkt aan haar familie.
Ze voelt dankbaarheid voor het samen.
"Jullie zijn dapper," zegt ze zacht.
De mieren blijven lopen.
Ze lijken niet te haasten.
Alles gaat rustig.
Lila hoort het zachte getik van water.
Een drup valt op een blad.
Ze ruikt aarde.
Ze proeft lente in de lucht.
Haar buikje knort.
Ze knabbelt aan een wortel.
Zoet en knapperig.
Ze kijkt nog één keer naar de mieren.
Ze volgen een dun spoor.
Ze werken zonder ruzie.
Lila voelt dat samenwerken goed is.
Ze wil ook iets doen.
Ze raapt een klein stukje brood op.
Zachtjes legt ze het bij het pad.
Een mier pakt het en zegt dank.
Lila knikt blij.
Langzaam geluk
Lila loopt verder langs de beek.
Het water kabbelt zacht.
Haar pootjes spetteren een beetje.
Een kikkertje springt in het riet.
"Kwak," zegt de kikker.
Lila klapt in haar pootjes.
Ze ziet jonge blaadjes aan de takken.
Ze voelt een warme zon op haar vacht.
Ze sluit haar ogen even.
Ze ademt diep in.
Alles is rustig en goed.
Ze denkt aan de mieren en hun rij.
Ze denkt aan de bij en de merel.
Ze hoort het gras nog praten.
"Kom spelen," fluistert het.
Lila huppelt zachtjes.
Ze springt over een klein steentje.
De wereld lijkt vol liedjes.
Terug bij haar hol wacht mama.
"Mama!" roept Lila blij.
Mama haalt haar naar binnen.
Haar vacht ruikt naar lente.
Ze geeft Lila een warme wortel.
Ze zitten samen bij het raam.
Ze kijken naar het veld.
"Heb je veel gezien?" vraagt mama.
Lila vertelt over de mieren.
Over het brood en de bloemblaadjes.
Over de rij en het huis.
Mama knikt en lacht.
"De natuur werkt samen," zegt ze zacht.
"Alles heeft zijn plek," zegt mama.
Lila slaapt bijna met open ogen.
Haar adem gaat langzaam.
Ze voelt zich veilig en klein.
De zon glijdt lager.
Schaduwen worden lang en zacht.
Voordat ze haar oogjes sluit, fluistert Lila nog één gedachte.
Ze voelt het warm en zacht in haar borst.
"de lente is hier"
Haar hart glimlacht.
Ze zakt in slaap en droomt van bloemen.