De zon schijnt zacht op het balkon. Lise, Sam, Noor en Finn stappen samen naar buiten. Ze lachen. “Kijk, de zon is terug!” roept Noor blij. De lucht voelt fris en ruikt een beetje naar bloemen en aarde.
Op het balkon staan bloempotten met bruine aarde. Er liggen wat blaadjes en kleine takjes op de grond. De kinderen horen vogeltjes fluiten, hoog in de lucht. “Hoor je dat?” vraagt Sam. “De vogels zingen weer!”
Lise bukt zich en raapt een geel blaadje op. Het voelt een beetje glad. Finn pakt een klein borsteltje. “Zullen we samen schoonmaken?” vraagt hij. Noor knikt. “Ja, dan is het balkon weer mooi voor de lente!”
Met kleine handjes vegen ze de blaadjes bij elkaar. Noor veegt zachtjes langs een groene plant. “Voorzichtig,” zegt ze, “anders breekt het takje.” Sam lacht en helpt mee. Zijn borsteltje tikt tegen de plantenpot. De aarde ruikt lekker nat.
Finn vindt een klein steentje. “Kijk wat ik heb!” roept hij. Hij laat het aan de anderen zien. Het steentje is grijs en voelt koel aan. Lise legt het bij de andere steentjes. “Die mogen blijven liggen,” zegt ze. “Ze zijn mooi.”
De kinderen kijken naar de plantjes. Kleine groene puntjes steken uit de aarde. “Wat groeit daar?” vraagt Noor nieuwsgierig. Lise buigt zich dichterbij. “Misschien komen er bloemen,” zegt ze zacht.
De zon maakt warme vlekjes op hun gezicht. De lucht is vol geluiden: vogels, een zachte wind, het borstelgeluid op de grond. Finn snuift diep. “Het ruikt lekker buiten,” zegt hij. Noor knikt. “Het ruikt naar lente.”
Samen werken ze verder. De bloempotten worden netjes rechtgezet. De vloer is bijna schoon. Sam vindt een pluisje. Hij blaast erop en het dwarrelt weg. Iedereen lacht. De lucht kriebelt een beetje op hun wangen.
Na een tijdje is het balkon schoon. De kinderen gaan op het bankje zitten. Ze kijken naar de lucht, naar de wolkjes die langzaam voorbij drijven. Noor wijst omhoog. “Kijk, daar vliegt een vlinder!” Ze zwaait blij.
Lise pakt een klein notitieboekje. Het ligt op tafel. Ze opent het en pakt een stift. “Zullen we tekenen wat we vandaag hebben gezien?” vraagt ze. Iedereen knikt. Noor tekent een bloem. Finn tekent een vogel. Sam tekent een zon. Lise tekent een klein steentje.
Hun vingers zijn een beetje vies van de aarde. Dat vinden ze niet erg. Ze lachen en laten elkaar hun tekeningen zien. “Wat mooi!” zegt Noor. “Iedereen heeft iets van de lente getekend.”
Als ze klaar zijn, blaast Finn zacht op zijn tekening om de inkt te laten drogen. Lise klapt het boekje dicht. “Wij hebben goed geholpen vandaag,” zegt ze trots. De anderen knikken. Sam zegt: “Nu is het balkon klaar voor de lente.”
De kinderen kijken nog één keer om zich heen. Alles is schoon en netjes. De plantjes mogen groeien. De vogels mogen zingen. Finn zucht tevreden. “Het is fijn om samen te zorgen voor de natuur,” zegt hij.
De zon zakt langzaam. Het licht wordt zacht en warm. De kinderen voelen zich rustig. Noor geeuwt een beetje. Lise legt het notitieboekje voorzichtig weg. Ze kijkt tevreden naar haar vrienden.
Samen gaan ze naar binnen. Ze voelen zich blij en trots. Het balkon is schoon, de lente mag komen. Ze weten: als iedereen een beetje helpt, wordt de wereld mooier. Dat is fijn om te weten, vlak voor het slapen gaan.