"Hallo! Ik ben astronaut Linda!" zei de vrouw met de grote, witte ruimtehelm. Ze stond voor de kinderen. Max en Sophie keken met grote ogen.
"Wauw! Wat doet een astronaut?" vroeg Max.
"Een astronaut vliegt naar de ruimte!" zei Linda enthousiast. "We onderzoeken sterren en planeten."
"Mag ik ook naar de ruimte?" vroeg Sophie.
"Misschien! Maar je moet eerst leren veel dingen," antwoordde Linda. "Je moet goed leren lezen en schrijven. En je moet sterk zijn!"
"Sterk? Hoe sterk?" vroeg Max nieuwsgierig.
"Je moet kunnen rennen, springen en veel oefenen. Kijk maar!" Linda deed een sprongetje. "En je moet niet bang zijn!"
"Bang voor wat?" vroeg Sophie.
"Voor het donker van de ruimte!" zei Linda. "Maar kijk, met deze lamp kan ik alles zien!" Ze schakelde een lamp in die op haar ruimtepak zat. Het licht straalde fel.
"Dat is cool!" zei Max. "Wat zie je in de ruimte?"
"Sterren, planeten en soms zelfs een raket!" zei Linda. "En je kunt ook zweven! Zoals dit!" Linda deed alsof ze zweefde. "Zonder zwaartekracht voel je je licht."
"Ik wil ook zweven!" zei Sophie.
"Dat kan! Als je groot bent en astronaut wordt!" zei Linda. "Maar voor nu kunnen we samen dromen."
"Ja, dromen over de ruimte!" zei Max.
"En over sterren!" voegde Sophie toe.
"Precies!" zei Linda met een glimlach. "Dromen zijn de eerste stap naar de ruimte."
De kinderen lachten en keken naar de sterren. "Dank je, Linda!" zeiden ze samen.
"Tot de volgende keer!" zei Linda terwijl ze wegwandelde, klaar voor haar volgende ruimteavontuur.