"Politieagent Anna en de Verloren Kat"
"Hallo, kinderen!" zegt Anna, de politieagent. Ze draagt een blauwe uniform en een mooie pet. Haar tas is vol met spullen. "Wat denken jullie dat ik vandaag ga doen?"
"Wat ga je doen, Anna?" vraagt Lotte, een klein meisje met een grote strik in haar haar.
"Ik ga helpen!" zegt Anna. "Er is een katje verloren. Het katje heet Minoes."
"Waar is Minoes?" vraagt Sam, Lotte's vriend. Hij kijkt bezorgd.
"Minoes is weg! We moeten zoeken!" zegt Anna met een glimlach. "Kunnen jullie helpen?"
"Ja!" roepen Lotte en Sam samen.
"Goed! We gaan eerst naar het park," zegt Anna. "Minoes houdt van spelen op het gras."
Ze lopen naar het park. Het is zonnig en de bloemen bloeien. Anna kijkt om zich heen. "Kijk! Hier is een bal. Misschien heeft Minoes met de bal gespeeld."
"Ja! Misschien is ze hier!" zegt Lotte.
"Wat is dat?" vraagt Sam. "Hoor je dat?"
"Dat is een miauw!" zegt Anna. "Laten we kijken!"
Ze volgen het geluid. Ze vinden Minoes onder een boom. "Minoes!" roept Anna. "Hier ben je!"
Minoes komt tevoorschijn en wrijft tegen Anna's been. "Wat een slimme kat!" zegt Anna. "We hebben je gevonden!"
"Yay! Minoes is terug!" juicht Lotte.
"Ja, dat is goed!" zegt Anna. "Politieagenten helpen altijd."
"Jij bent de beste politieagent!" zegt Sam.
"Bedankt, kinderen! Samen zijn we een goed team!" zegt Anna met een grote glimlach.