“Hallo, kinderen! Ik ben Arie, en ik ben een astronaut!” zei Arie met een grote glimlach. Hij stond in de speeltuin waar een groep kinderen aan het spelen was. De zon scheen fel en de lucht was blauw. De kinderen keken met grote ogen naar Arie.
“Wat is een astronaut?” vroeg Lotte, een klein meisje met vlechten.
“Een astronaut is iemand die naar de sterren en planeten gaat! Ik vlieg in een raket!” verklaarde Arie enthousiast.
“Dat klinkt spannend! Maar hoe gaat dat?” vroeg Max, een jongen met een pet op.
“Well,” begon Arie, “ik draag een speciaal ruimtepak. Het houdt me veilig en warm in de ruimte. En als ik in de raket stap, moet ik een helm op. We hebben maar een beetje lucht in de ruimte, dus we moeten voorzichtig zijn!”
“Wat is het leukste aan ruimtevluchten?” vroeg Lotte nieuwsgierig.
“Alles! De sterren zijn zo mooi, en je kunt de aarde van heel hoog zien. Het is alsof je een vogel bent die over de wereld vliegt!” zei Arie.
“Omdat ik astronaut ben, heb ik veel geleerd. Wisten jullie dat de ruimte helemaal stil is?” vroeg Arie.
“Stil? Waarom?” vroeg Max met een frons.
“Ja! Geluid kan niet reizen in de ruimte omdat er geen lucht is. Dus als je in de ruimte bent, hoor je niets! Maar als ik buiten de raket ben, kan ik het geluid van mijn eigen adem horen,” legde Arie uit terwijl hij met zijn handen gebaarde.
“Dat is gek! Heb je wel eens sterren gezien?” vroeg Lotte.
“Ja! Sterren zijn als prachtige, fonkelende juwelen. Maar weet je, de sterren zijn ook heel ver weg. Sommige zijn miljoenen kilometers van ons vandaan!” zei Arie.
“Houd je van sterren?” vroeg Max.
“Zeker! En ik hou ook van planeten. Wisten jullie dat er meer dan 8 planeten in ons zonnestelsel zijn? Zoals Mars, dat de rode planeet is! En Jupiter, dat de grootste planeet is!” vertelde Arie vol enthousiasme.
“Wat is jouw favoriete planeet?” vroeg Lotte.
“Hmm, dat is een moeilijke vraag! Ik denk dat ik het meeste van Saturnus hou. Die heeft prachtige ringen!” zei Arie terwijl hij in de lucht wees.
“Ringen? Zoals een trouwring?” vroeg Max met grote ogen.
“Ja, maar veel groter! En die ringen zijn van ijs en steen! Wacht, ik heb een boek over de ruimte bij me. Willen jullie het bekijken?” vroeg Arie terwijl hij zijn rugzak opende.
“Ja, graag!” riepen de kinderen samen. Arie haalde een boek tevoorschijn met veel kleurrijke plaatjes van sterren, planeten en raketten.
“Kijk hier!” zei Arie terwijl hij naar een afbeelding van Saturnus wees. “Dit is Saturnus met zijn mooie ringen. Die ringen zijn als een grote cirkel van sterrenstof.”
“Wow! Dat is prachtig!” zei Lotte.
“Ja! En hier is Mars,” vervolgde Arie. “Het is de enige planeet waar we denken dat er ooit leven kan zijn geweest.”
“Leven? Zoals dieren?” vroeg Max nieuwsgierig.
“Ja, dat klopt! Wetenschappers denken dat er ooit kleine bacteriën op Mars waren. We zijn nog steeds op zoek naar meer antwoorden!” zei Arie terwijl hij de kinderen aankeek.
“Wanneer ga je weer naar de ruimte?” vroeg Lotte.
“Over een paar maanden! Dan ga ik met mijn raket weer de ruimte in. Ik kan niet wachten om de sterren weer te zien!” zei Arie enthousiast.
“Kunnen wij mee?” vroeg Max op een ondeugende toon.
“Nou, dat zou geweldig zijn! Maar jullie moeten eerst heel veel leren. Astronauten moeten goed in wiskunde en wetenschap zijn, en je moet sterk en gezond zijn,” legde Arie uit.
“Dat klinkt moeilijk!” zei Lotte, terwijl ze haar hoofd schudde.
“Het is soms moeilijk, maar het is ook leuk! Als je iets wilt, moet je er hard voor werken. En wie weet, misschien word jij ook wel astronaut!” zei Arie met een knipoog.
“Ja! Dat wil ik!” riep Max enthousiast.
“En ik ook!” zei Lotte met een grote glimlach.
“Super! Dan moet je veel boeken lezen en vragen stellen. En vergeet niet om naar de sterren te kijken!” zei Arie.
Net op dat moment begon de lucht te veranderen. De zon begon onder te gaan en de lucht kleurde prachtig oranje en lichtblauw.
“Kijk! De sterren komen eruit!” zei Max terwijl hij naar de lucht wees.
“Ja! De sterren zijn aan het verschijnen. Het is tijd om naar huis te gaan, maar kijk elke nacht naar de sterren. Ze zijn altijd bij je!” zei Arie terwijl hij opgestaan was.
“Dank je, Arie! Dit was leuk!” zei Lotte.
“Ja, dank je!” riep Max terwijl hij zijn hand opstak.
“Tot de volgende keer, kinderen! Vergeet niet, jullie kunnen alles worden wat je wilt!” zei Arie terwijl hij wegstapte, zijn hart vol geluk.
“Hé, Lotte!” zei Max. “We moeten meer over de ruimte leren!”
“Ja! En misschien kunnen we samen astronauten worden!” zei Lotte enthousiast.
En zo renden ze hand in hand naar huis, met dromen over de sterren die hen boven hen verwachtten.