Hoofdstuk 1: De Ruimtevrouw Komt Op Bezoek
“Hallo kinderen,” zegt juf Kim met een grote glimlach. “Vandaag krijgen we een hele bijzondere gast. Ze komt uit de ruimte!”
De kinderen zitten in een kring. Ze klappen in hun handen. “Ooooh!” roept Sam. “Komt er echt een ruimtevrouw?”
Dan gaat de deur open. Een vrouw met een glanzend pak en een helm in haar hand stapt naar binnen. Haar naam is Astrid. Ze zwaait vriendelijk.
“Hoi allemaal! Ik ben Astrid. Ik ben een astronaut,” zegt ze. “Ik vlieg in een raket en werk in de ruimte.”
De kinderen kijken hun ogen uit. “Woon je echt in een raket?” vraagt Noor.
Astrid lacht zacht. “Ja, soms slaap ik in een bedje in de raket. Alles zweeft daar, zelfs mijn tandenborstel!”
“Zweeft je brood ook?” vraagt Sam met grote ogen.
“Ja,” zegt Astrid, “en mijn soep zweeft ook! Ik moet héél voorzichtig eten, anders zweeft het weg.”
De kinderen giechelen. Noor zegt: “Wat doe je in de ruimte?”
Astrid knikt. “Ik kijk naar de sterren en de aarde. Ik doe proefjes met water en planten. En ik help om de ruimte schoon te houden.”
Hoofdstuk 2: Avonturen in de Ruimte
Sam steekt zijn hand op. “Ben je weleens bang in de ruimte?”
Astrid schudt haar hoofd. “Nee, ik ben niet bang. Ik ben blij en nieuwsgierig. Soms mis ik mijn familie, maar ik praat met ze door de computer.”
Noor vraagt: “Zie je veel sterren?”
Astrid knikt. “Ja, heel veel! Ze zijn overal. Soms zie ik ook de zon opkomen. Dat is heel mooi. De aarde is blauw en wit van bovenaf.”
Sam springt op. “Mag ik ook astronaut worden?”
“Ja, natuurlijk!” zegt Astrid. “Iedereen kan het proberen. Je moet goed leren, veel vragen stellen en gezond blijven.”
Noor lacht. “Ik wil ook zweven in de ruimte! Kun je dansen daar?”
Astrid doet haar armen omhoog en draait rond. “Dansen in de ruimte is grappig. Je zweeft als een ballon. Alles gaat langzaam. Je kunt salto's maken zonder te vallen.”
De kinderen lachen en doen Astrid na. Ze zwaaien met hun armen en doen alsof ze zweven.
Hoofdstuk 3: Dromen en Ontdekken
Astrid gaat op haar knieën zitten. “Weet je wat het leukste is aan mijn werk?”
De kinderen schudden hun hoofd.
“Ik ontdek nieuwe dingen. En ik werk samen met andere mensen. In de ruimte zijn we één groot team. We helpen elkaar. Dat is heel belangrijk.”
Sam vraagt: “Wat wil je nog ontdekken?”
Astrid glimlacht. “Ik wil weten of er leven is op andere planeten. En ik wil de maan nog eens bezoeken. Alles is spannend in de ruimte.”
Noor zegt zacht: “Ik wil later ook dromen en ontdekken.”
Astrid knikt. “Blijf altijd vragen stellen. Blijf dromen. De ruimte is groot en mooi. Misschien vliegen jullie later ook tussen de sterren.”
De kinderen klappen. Astrid zwaait. “Dankjewel dat ik mijn verhaal mocht delen. Blijf nieuwsgierig, lieve kinderen!”
En samen roepen ze: “Ruimte is leuk! Ruimte is spannend! Wij blijven dromen!”