1. Evi in het Ruimtestation
Evi is een vriendelijke vrouw. Ze draagt een wit pak en grote laarzen. Evi is een astronaut. Ze woont nu even in een ruimtestation, dat zweeft tussen de sterren. Buiten is het heel stil. Alles is donker, maar binnen is het licht en warm.
Elke ochtend wordt Evi wakker. Ze zweeft uit haar slaapzak. Evi moet een beetje lachen, haar haren dansen in de lucht. Er is geen vloer, dus haar voeten raken de grond niet. Ze zweeft als een veertje.
Evi kijkt uit het raam. Ze ziet de aarde. De aarde is blauw en rond. "Goedemorgen, aarde," fluistert Evi. Ze voelt zich blij en rustig. Vandaag gaat ze iets moois doen.
Evi zet haar hoofdtelefoon op. Op het scherm ziet ze een vriendelijke man. Zijn naam is Tom. Tom is een onderzoeker op aarde. "Goedemorgen, Evi," zegt Tom. "Ben je klaar voor vandaag?" Evi knikt en lacht. "Ik ben er klaar voor, Tom!"
2. Samen Werken en Leren
Tom heeft een plan. "Vandaag mag je met planten werken," zegt hij. "Wil je de wortels van de bonen water geven?" Evi vindt dat leuk. In het ruimtestation groeien bonen in kleine potjes. De planten zweven een beetje in de lucht.
Evi pakt de gieter. Ze giet rustig water bij de wortels. Ze kijkt goed. De blaadjes bewegen. "Ze lijken te zwaaien," zegt Evi zacht. "Ze zeggen hallo!" Tom lacht op het scherm. "Dat doen ze vast. Planten groeien hier een beetje anders," zegt Tom.
Evi schrijft alles op. Ze neemt foto's voor Tom. Evi leert veel door samen te werken. Tom helpt haar, ook al is hij ver weg. Evi voelt zich nooit alleen. Astronauten en onderzoekers zijn een team.
Evi maakt nog iets vast. In het ruimtestation moet alles goed vast zitten. Anders zweven spullen zomaar weg. Evi lacht als haar pen langzaam door de lucht zweeft. "Kom terug, pen!" roept ze zacht. Ze pakt hem weer vast.
Tom zegt: "Let goed op jezelf, Evi. Veiligheid is het belangrijkste." Evi knikt. Ze doet altijd rustig en voorzichtig. In de ruimte moet je steeds nadenken.
3. Tijd om te Dromen
Als het werk klaar is, kijkt Evi nog even naar buiten. Ze ziet de maan, heel ver weg. Ze ziet sterren flikkeren. Alles lijkt rustig en mooi.
Evi denkt aan andere mensen. Niet iedereen droomt van raketten en sterren. Sommige mensen dromen van een huis in het bos. Of van een tuin vol bloemen. Dat is ook fijn, denkt Evi.
Evi praat nog even met Tom. "Iedereen mag anders dromen," zegt ze. "Dat is goed. Als we elkaar helpen, kunnen dromen groeien." Tom glimlacht. "Dat is waar, Evi. Jij doet je werk stapje voor stapje, met veel zorg."
Evi voelt zich blij en dankbaar. Ze is niet altijd snel of stoer. Ze werkt rustig, samen met haar team. Zo gaan dingen goed en veilig. Iedereen mag zijn eigen tempo kiezen.
Nu is het bijna tijd om te slapen. Evi ruimt haar spullen op. Haar slaapzak hangt aan de muur. Ze kruipt erin. De wereld is stil. Alles zweeft een beetje. Evi voelt zich licht als een veertje.
Ze denkt aan haar familie op aarde. Aan Tom. Aan de planten. Evi glimlacht. "Morgen is er weer een nieuwe dag," fluistert ze. "In de ruimte zijn dromen heel groot. Maar alle dromen zijn mooi. Iedereen mag rustig dromen, op zijn eigen manier."
Evi sluit haar ogen. De sterren schitteren. Alles is goed. Slaap zacht, Evi. Slaap zacht, kleine dromer.