In de stad Spetterdam regent het vandaag niet. Maar iedereen kijkt omhoog: waar blijft de superheld? Daar komt meneer Superkluts! Meneer Superkluts draagt een plakkerige cape, felgroene laarzen en een masker dat een beetje scheef zit. Hij zwaait en roept: “Tadaaa!”
Meneer Superkluts kan springen als een kikker, maar soms landt hij op zijn billen. “BOINK!” klinkt het. Iedereen lacht. Meneer Superkluts lacht het hardst.
Vandaag is een speciale dag. In het park staan twee rivalen tegenover elkaar. Het zijn mevrouw Glitter, met haar glimmende sjaal, en meneer Donder, met een hoed vol knikkers. Ze roepen allebei hard.
Mevrouw Glitter zegt: “Ik ben de beste, want ik kan alles laten schitteren!” Ze zwiert met haar glittersjaal. Meneer Donder zegt: “Nee, IK ben de beste, want ik maak het leuk met knikkerknal!” Hij gooit een knikker omhoog. “POING!”
Meneer Superkluts kijkt, denkt even na, en zegt dan: “Rustig aan, vrienden, een wedstrijdje is leuk, maar samen is leuker!” Hij wil vrede brengen. Maar oei, zijn cape blijft haken aan een lantaarnpaal. “SJJJIRRR!” Iedereen giechelt.
Uit zijn broekzak haalt meneer Superkluts zijn speciale spiegel: de Spiegel van Zichtbaarheid. “Kijk eens, als je hierin kijkt, zie je jezelf grappig!” roept hij vrolijk. Mevrouw Glitter kijkt. Ze ziet haar neus heel groot. Ze schatert. Meneer Donder kijkt. Zijn hoed is opeens heel piepklein. Hij kraait van het lachen.
Samen lachen ze zó hard dat een duif van schrik een confettiregen uit haar vleugels schudt. “POEF!” Glitters dwarrelen overal. Knikkerrollen maken het park bont en vrolijk.
Meneer Superkluts springt in het rond. “Tadaaa!” roept hij weer. Boem, daar glijdt hij uit over een knikker. “WOEPS!” Mevrouw Glitter pakt hem bij zijn arm. Meneer Donder stopt met lachen en helpt hem overeind.
“Dank jullie wel,” zegt meneer Superkluts. “Zonder vrienden is superheld zijn maar saai.” Mevrouw Glitter knikt, haar sjaal glanst in de zon. Meneer Donder rammelt met zijn knikkers. Ze zijn blij samen.
Ineens horen ze een brom. “BROEMMM!” Daar komt brandweerhond Blaf met zijn speelgoedauto. Blaf is geen superheld, maar hij heeft een rode helm. “Kom je meedoen?” blaft Blaf vrolijk.
Meneer Superkluts zegt: “Natuurlijk, Blaf! Samen zijn we nóg sterker!” Ze vormen een kring. “Wie heeft er een goed superheldenplan?” vraagt mevrouw Glitter.
Blaf blaft: “Waf! Zullen we allemaal springen als kikkers?” Iedereen springt. “BOINK! ZOEF! TOK!” Oeps, daar rolt een knikker onder meneer Superkluts' voet. Meneer Superkluts tuimelt, maar hij lacht en roept: “Niets gebeurd!” Alle anderen lachen mee.
Dan stelt meneer Donder voor: “Wat als we een glittersneeuw maken?” Mevrouw Glitter zwaait haar sjaal en roept: “GLITTERBOM!” Glitters vliegen als sneeuwvlokjes. Iedereen danst. De zon schijnt, glitters fonkelen en knikkers rollen. Blaf maakt salto's.
Meneer Superkluts pakt de Spiegel van Zichtbaarheid. “Kijk nog eens allemaal!” roept hij. Eén voor één kijken ze in de spiegel. Iedereen ziet zichzelf met gekke oren, lange armen of een bolle buik. Ze gieren van het lachen.
Mevrouw Glitter zegt: “Samen zijn we supergrappig!” Blaf blaft: “Waf, waf, samen zijn we een superteam!” Meneer Donder gooit een knikker in de lucht. “POING!”
Dan begint meneer Superkluts te zingen. Zijn stem is een beetje pieperig, maar heel vrolijk.
“Superhelden, samen sterk,
Knikkerbollen in het park,
Vrienden springen, lachen blij,
Samen zijn we super, jij en mij!”
Mevrouw Glitter zingt mee, met haar glitterstem. Meneer Donder bromt: “BOEM-BOEM!” Blaf jankt zachtjes de melodie. Iedereen klapt.
Op het einde zitten ze samen op een bankje. Meneer Superkluts kijkt om zich heen. Zijn cape is nog steeds plakkerig, zijn haar een beetje rommelig. Maar hij straalt.
Mevrouw Glitter legt haar sjaal om meneer Superkluts' schouder. Meneer Donder deelt zijn knikkers uit. Blaf kruipt tegen hun benen.
“Vandaag,” zegt meneer Superkluts zachtjes, “was een superdag. Samen is het allerleukst.” Iedereen knikt. De zon zakt langzaam achter de bomen.
Dan fluistert meneer Superkluts nog één keer: “Tadaaa!”
En iedereen zegt lief: “Tadaaa!”