Hoofdstuk 1: Paniek in de Stad!
BAM! BOEM! Plots klinkt er een gek geluid in de drukke stad. Vliegt daar nou… een pannenkoek door de lucht? Ja hoor! Op het plein staat meneer Max, de vrolijkste superheld van allemaal. Maar Meneer Max is geen gewone held. Nee, Max heeft bijzondere krachten: hij kan alles plakken met superplakkerige kauwgombellen! En hij zingt altijd zijn heldenlied:
“Plakken en lachen,
iedereen blij,
super Max,
kom er maar bij!”
Vandaag is het een gezellige ochtend. Mensen wandelen, honden blaffen, en taxi's toeteren. Opeens… GLIBBER! De stoep is spekglad door een bergje bananenschillen. Mevrouw De Wit glijdt uit. “Oei!” roept ze.
TAA-DA! Daar is Max al! Hij springt naar voren, blaast een kauwgombel en… PLOP! De kauwgom landt op de schillen. Max zingt snel:
“Kauw, kauw, plak en klaar,
iedereen weer op zijn spoor!”
Mevrouw De Wit lacht. “Wat handig, Max!”
Maar Max zet nog één stap en… KRAK! Hij glijdt zelf uit, hop, op zijn billen! De kinderen in het park gieren het uit. Max lacht vrolijk mee. “Hoppa, iedereen een schone stoep, zelfs mijn broek!” Zwiep, daar vliegt zijn rode cape omhoog, en Max zwaait komisch met zijn benen.
Hoofdstuk 2: Taart in Gevaar!
Terwijl Max overeind krabbelt, hoort hij een hoop kabaal bij de bakker op de hoek. “Help, help!” roept bakker Bas. “Mijn taart zweeft weg!” En ja hoor: een grote verjaardagstaart zweeft omhoog aan veel gekleurde heliumballonnen. Het is net alsof de taart een luchtballon is! De mensen wijzen. “Aaaah!” roept een meisje. “Mijn taart!”
Max steekt zijn vinger in de lucht. “Mensen, geen paniek! Super Max lost het op!” Hij springt, zijn schoenen piepen SJOEF, zijn cape wappert. “Plakken en lachen, iedereen blij!”
Hij blaast een reuzenkauwgombel – PRRRRT! – en SUK! De kauwgombel vliegt als een roze wolk naar de taart. PLOEK! De ballonnen plakken vast. Max trekt. Zijn haren staan rechtop. “Oeioei, bijna…” zegt hij.
De taart komt langzaam omlaag, maar… SPLAT! De vulling schudt alle kanten op. Max krijgt slagroom op zijn neus. Iedereen moet lachen.
Het meisje zegt: “Jij bent niet alleen super, je bent ook super-grappig!” Max buigt en antwoordt: “Een held zonder gekkigheid is als een taart zonder kersen!”
Hoofdstuk 3: Iedereen Helpt Mee!
VOGELVLUCHT! Plots vliegen er duiven met een lange sliert wc-papier door de straat. Het papier dwarrelt overal. “Help!” roept juf Noor. “Straks struikelt iemand!”
Max zingt:
“Plakken en lachen,
iedereen blij,
samen sterk,
kom er maar bij!”
Hij springt, duikt, rolt, en plakt het papier vast aan de lantaarnpaal. Maar het is veel werk. “Wie helpt er mee?” roept Max.
De kinderen rennen naar voren. “Wij!” roepen ze. Met zijn allen dansen, draaien en zingen ze:
“Opruimen is een feestje,
met Max en zijn plakfeestje!”
Binnen een oogwenk is de straat weer netjes. Iedereen klapt. Juf Noor knikt tevreden. “Zie je wel, Max, samen zijn we supersnel!” Max steekt zijn duim op. “Iedereen kan helpen, met een glimlach en een liedje!”
Plots begint Max te trommelen op een lege emmer. “Wie doet er mee met mijn heldenlied?” roept hij. De mensen zingen:
“Plakken en lachen,
iedereen blij!
Superhelden,
iedere dag erbij!”
Er klinkt gelach en geklap. De stad voelt warm en vrolijk. Zelfs de duiven koeren van plezier.
Aan het einde van de dag zit Max op een bankje. Zijn schoenen zijn plakkerig, zijn neus nog een beetje roze. Maar zijn hart is blij. Want iedereen in de stad weet: Max is super, maar samen zijn ze nóg sterker!
En als je goed luistert, hoor je soms het heldenlied nog zachtjes:
“Plakken en lachen,
ieder z'n eigen kracht,
samen maken we de stad
supergezellig, dag en nacht!”