Hoofdstuk 1: Samir en de eerste dag
Samir is vier jaar oud. Hij woont in een vrolijk huis met mama. Vandaag begint de Ramadan. Samir wil elke dag iets liefs doen. “Mama, ik ga vandaag een goede daad doen!” zegt Samir met grote ogen.
Mama lacht en zegt: “Dat is heel mooi, Samir. Wat wil je doen?”
Samir denkt even na. “Ik ga oma helpen met haar bloemen water geven!”
Samir loopt naar oma's huis, die naast hun woont. Oma zit op haar stoeltje in de tuin. “Dag lieve Samir,” zegt oma.
“Mag ik de bloemen water geven?” vraagt Samir.
Oma knikt blij. Samen vullen ze de gieter. Samir giet voorzichtig water bij alle bloemen. De bloemen lijken te lachen in de zon.
“Dankjewel Samir, de bloemen zijn heel blij!” zegt oma.
Samir lacht. “Ik ben ook blij!”
Oma geeft Samir een zachte knuffel. “Je bent een lieve jongen.”
Samir voelt zich warm vanbinnen. Hij loopt terug naar huis en vertelt mama alles.
“Mama, ik heb de bloemen geholpen!”
Mama knuffelt Samir. “Wat fijn, Samir. Door goede daden word je blij.”
Hoofdstuk 2: De magische vogel
De volgende dag zit Samir buiten op het stoepje. Plots hoort hij “Tsjiep! Tsjiep!” Een vogeltje met glinsterende blauwe veertjes landt naast hem.
“Hallo Samir!” zegt de vogel vrolijk.
Samir kijkt verbaasd. “Kun je praten?”
De vogel knikt. “Ik ben Lila. Ik help kinderen die lieve dingen doen.”
Samir lacht. “Wil je me vandaag helpen?”
Lila fladdert en zegt: “Er zit een meisje verderop dat haar bal kwijt is. Misschien kun je haar helpen?”
Samir loopt samen met Lila naar het meisje. Het meisje heet Noor. Noor kijkt verdrietig.
“Mag ik helpen zoeken?” vraagt Samir.
Noor knikt. Samen zoeken ze de tuin af. Opeens roept Lila: “Hier, onder de struik!”
Samir vindt de bal en geeft hem aan Noor.
Noor lacht blij. “Dankjewel Samir! Wil je samen spelen?”
Samir knikt. Ze rollen de bal heen en weer. Lila zingt een vrolijk liedje.
Hoofdstuk 3: Geduld en samen delen
Later op de dag is Samir een beetje moe. Hij voelt zijn buikje knorren, maar hij weet dat hij nog even moet wachten om te eten.
“Mama, ik heb honger,” zegt Samir zachtjes.
Mama knielt bij hem neer. “We wachten nog heel even, samen. We zijn sterk en geduldig.”
Samir knikt. Samen tellen ze tot tien, en nog eens tien. Eindelijk mogen ze eten. Op tafel staan dadels en fruit.
Samir deelt zijn stukjes dadel met mama.
“Dankjewel lieve Samir,” zegt mama. “Samen delen is fijn.”
Lila zit op het raamkozijn en knipoogt.
Samir voelt zich gelukkig. Goede daden maken elke dag een beetje magisch!