Lotte speelt handbal. Ze is een beetje verlegen, maar ze houdt van het spel. "Ik hou van handbal!" zegt Lotte. Ze rent en gooit de bal. De bal stuitert. "Goed zo, Lotte!" roept haar vriendinnetje Maaike.
Maaike zegt: "Laten we samen spelen!" Lotte knikt. Ze vinden het leuk om samen te spelen.
Vandaag is er iets nieuws. De coach zegt: "Er is een nieuwe regel. We moeten in een andere opstelling spelen." Lotte kijkt naar de anderen. "Wat is dat?" vraagt ze.
Maaike zegt: "Geen zorgen, Lotte! We leren het samen." Lotte voelt zich beter.
Ze zien ook hun vriendinnetje Noor. Noor zit in een rolstoel. "Ik wil ook meedoen!" zegt Noor. Lotte en Maaike lachen. "Natuurlijk, Noor!" zegt Lotte. "We spelen samen."
De meisjes oefenen. Lotte gooit de bal. "Vangen, Noor!" roept ze. Noor vangt de bal. "Yes!" zegt ze blij. Lotte en Maaike juichen.
"Dit is leuk!" zegt Lotte. "Ja, samen is het leuk!" zegt Maaike.
Ze leren veel van elkaar. Lotte voelt zich sterk. "We kunnen dit!" zegt ze. "Ja!" roepen de anderen.
Hun team is speciaal. Samen lachen ze en spelen. Lotte weet nu dat samen spelen het beste is. "Ik hou van ons team!" zegt Lotte.
"Wij zijn een team!" zeggen de meisjes. En dat is fijn.