Luca is een kleine jongen. Hij is twee jaar oud. Luca houdt van spelen. Hij speelt graag buiten. Vandaag is het een mooie dag. De zon schijnt. Luca ziet een voetbal. “Wat leuk!” zegt hij.
Luca pakt de bal. Hij kijkt om zich heen. “Ik wil voetballen!” zegt hij blij. Terug naar het veld, ziet hij coach Jan. Coach Jan is vriendelijk. “Kom je voetballen, Luca?” vraagt hij. “Ja, ik kom!” zegt Luca.
Op het veld zijn er meer kinderen. Ze spelen samen. Luca is een beetje verlegen. “Wat als ik niet goed kan voetballen?” denkt hij. Maar coach Jan zegt: “Probeer het gewoon! Samen is het leuk!”
Luca schopt de bal. Hij schopt en schopt. “Goed zo, Luca!” roept coach Jan. Maar dan komt er een nieuw meisje. Haar naam is Emma. Emma is snel en kan goed schoppen. “Ik ben beter!” zegt ze. Luca voelt zich klein.
Maar coach Jan zegt: “Iedereen is belangrijk. We spelen samen!” Luca kijkt naar zijn vrienden. “Oké!” zegt hij. Ze lachen en spelen samen. Luca schopt de bal naar Emma. “Go! Scoor!” roept hij. Emma scoort en iedereen juicht!
Luca voelt zich gelukkig. “Voetbal is leuk!” zegt hij. “We zijn een team!” De zon schijnt en ze spelen verder. Samen lachen ze, samen winnen ze. Voetbal maakt vrienden!