Kleine Sam is één jaar. Sam lacht. Sam houdt van avontuur. Vanochtend schijnt de zon. Sam kruipt over het gras. Het gras is zacht. De lucht is blauw. Er zijn bloemen in de tuin. De bloemen zijn geel en rood.
Sam ziet een vlinder. De vlinder vliegt. Sam volgt de vlinder. “Dag vlinder!” zegt Sam. De vlinder landt op een bloem. Sam lacht. Een lieveheersbeestje loopt over Sams hand. Het kietelt. Sam giechelt.
Sam kruipt verder. Hij ziet een grote steen. Op de steen zit een slak. De slak heeft een huisje op zijn rug. “Hallo slak!” zegt Sam. De slak beweegt langzaam. Sam kijkt goed.
Plotseling hoort Sam een geluid. Het is een vogeltje. Het vogeltje zingt. Sam klapt in zijn handen. “Zing, vogeltje!” roept Sam. Het vogeltje vliegt in de boom.
Sam kijkt omhoog. De bladeren wiegen zachtjes. De wind blaast. Sam voelt de wind op zijn wangen. Hij lacht. Sam voelt zich dapper. Alles is nieuw. Alles is mooi.
Mama komt naast Sam zitten. Ze geeft een knuffel. Sam is blij. Samen kijken ze naar de tuin. Samen zijn ze sterk.
Als je nieuwsgierig bent en durft te ontdekken, vind je altijd iets moois.