In het bos woont Beer. Beer is zacht en rond. Beer zegt: "Roaar, nieuwe dag!" De zon is hoog. De lucht is blauw. Hop, hop, Beer loopt.
Beer ziet een pad van glinstersteentjes. Tik-tik, tik-tik. Het pad gaat naar een heuvel. Beer voelt een kriebel in zijn buik. Een avonturen-kriebel. "Ik volg het pad," zegt Beer blij.
Onderweg komt een kleine eekhoorn. "Waar ga je heen?" vraagt Eekhoorn. "Ik volg de steentjes," zegt Beer. Eekhoorn lacht. "Ik ga mee." Hop, hop, samen gaan ze.
Ze steken een helder beekje over. Plouf, plouf doen hun pootjes in het water. Het water is fris en lief. Een visje zegt: "Blub blub, goede reis!" Beer en Eekhoorn zwaaien.
Ze klimmen de heuvel op. Klim, klim, stap, stap. Bovenop wacht een grote, gouden bloem. De bloem ruikt zoet. Mmmm. Rond de bloem zoemen kleine bijtjes. Bzzz, bzzz, heel zacht.
De bloem opent een blaadje. Binnenin ligt een klein steentje, warm en licht. Het steentje glimt in Beers poot. "Voor jou," zoemt een bij. Beer voelt zich dapper en groot. "Dank je," zegt hij zacht.
Samen lopen ze terug naar huis. Hop, hop, vrolijk en sterk.
Wie zacht en dapper is, vindt mooie dingen in elke stap.