De Avontuur van Lila en Lotte
Er was eens een vrolijke dag in het bos. Lila en Lotte, twee kleine meisjes van achttien maanden, speelden samen onder de grote, groene bomen. "Kijk, Lotte!" riep Lila. "Een glinsterende bal!" De bal rolde tussen de bloemen. Het was een magische bal, die straalde als de zon.
"Ja, Lila! Laten we de bal pakken!" zei Lotte. Ze renden samen, hun kleine voetjes maakten vrolijke geluidjes op de zachte grond. Maar toen, oh nee! De bal rolde naar de rand van het bos, waar de schaduw van de grote, donkere boom lag.
"Dat is eng," fluisterde Lila. "Ja, maar we zijn dapper!" zei Lotte. "Laten we gaan!" Hand in hand gingen ze verder, hun harten klopten snel. De bal lag daar, maar een grote schaduw bewoog. Het was een vriendelijke draak! "Hallo, kleine meisjes," zei de draak met een zachte stem. "Ik ben niet eng. Ik ben hier om te spelen!"
Lila en Lotte keken elkaar aan. "Wil je met ons spelen?" vroegen ze. "Ja, dat wil ik!" zei de draak. Ze speelden samen met de bal, ze lachten en sprongen. De zon scheen en het bos voelde warm en veilig.
Na een tijdje zei de draak: "Jullie zijn dapper en vriendelijk. Jullie hebben mijn hart verwarmd!" Lila en Lotte glimlachten. "Dank je, draak! Jij ook!"
En zo speelden ze samen tot de zon onderging. De draak gaf de bal terug en zei: "Kom snel terug, vrienden!" Lila en Lotte zwaaiden. "Ja, tot snel!"
En zo leerden ze dat vriendschap soms op de meest onverwachte plaatsen te vinden is.
Einde