De Avontuur van Kleine Léo
Er was eens een klein jongetje, Léo. Léo was één jaar oud en had grote, nieuwsgierige ogen. Hij woonde in een vrolijk huisje met een tuin vol bloemen. Léo hield van avontuur!
Op een zonnige ochtend kwam er een magische vlinder voor zijn raam vliegen. De vlinder was kleurrijk, met glinsterende vleugels. “Hallo, Léo!” zei de vlinder. “Ik ben Bella, de magische vlinder! Ik heb een avontuur voor jou!”
Léo klapte in zijn handen. “Avontuur! Ja, ja!” riep hij blij. Bella fladderde vrolijk. “We gaan naar het Betoverde Bos! Daar is een verloren ster, en jij hebt de moed om deze te vinden!”
Léo grinnikte. “Ik ben dapper! Laten we gaan!” Bella vloog voor Léo uit, en hij volgde haar door de tuin, over de bloemetjes en onder de bomen door.
In het Betoverde Bos waren de bomen hoog en de lucht vol glitter. “Kijk, Léo!” zei Bella. “Daar is de verloren ster!” Maar de ster zat vast in een dikke tak.
Léo dacht na. “Hoe krijg ik de ster vrij?” vroeg hij. Bella zegt: “Gebruik je handen, Léo! Trek aan de tak!”
Léo gaf een grote trek! “Trek, trek, trek!” riep hij. En ja hoor! De tak viel en de ster sprongetje eruit. “Jippie!” juichte Léo.
De ster schitterde en zei: “Dank je, dappere Léo! Je hebt moed en vriendelijkheid getoond!” Léo lachte. “Ik ben blij dat ik je kon helpen!”
Bella en Léo dansten rond de ster. “Laten we teruggaan!”, zei Bella. En zo vloog Léo met de magische vlinder en de ster terug naar huis.
Thuis aangekomen, knuffelde Léo de ster. “Je bent veilig nu!” zei hij blij. De ster glinsterde en zei: “Vergeet nooit, Léo, dat moed en vriendelijkheid altijd winnen!”
Léo knikte en viel in een diepe, gelukkige slaap. Zijn dromen waren vol magie en avontuur.
Einde