Begin
Er was eens een prinses die Pippa heette. Ze woonde in het koninkrijk Flonkerfijn, waar de wolken naar vanille roken en de bomen zachtjes “plop” zeiden als je ze aaide.
Prinses Pippa had een klein kroontje en een grote glimlach. Ze hield van eerlijk zijn. Echt eerlijk. Zo eerlijk dat ze zelfs tegen haar spiegel zei: “Ik heb slaaphaartjes!” En de spiegel zei dan: “Dat zie ik ook, pluisje.”
Op een ochtend zat Pippa aan het ontbijt. Ze at pannenkoekjes met toverstroop. Die stroop was een beetje ondeugend: hij maakte “slip-slap” geluid en sprong soms van de lepel.
“Vandaag ga ik een klein ideetje testen,” zei Pippa.
“Een ideetje?” vroeg haar poes Muis, die eigenlijk geen muis was maar een poes. Dat was al een beetje grappig.
“Ja,” zei Pippa. “In Flonkerfijn is er zoveel magie. Maar soms weet niemand wat echt is en wat toverig is. Ik wil een Eerlijkheidsbel maken. Een héél kleine. Als je eronder staat, zeg je gewoon eerlijk wat je denkt. Niet gemeen, wel eerlijk. Zacht eerlijk.”
“Zoals een knuffel die praat,” miauwde Muis.
Pippa klapte in haar handen. “Precies! Ik test het eerst klein. Op één plekje. Bij de fontein op het Plein van de Glimlach.”
Ze stopte een potje glitter in haar zak, een belletje in haar andere zak, en een koekje in haar mond. “Mmmf,” zei ze. Dat betekende: “Ik ben klaar.”
Midden
Op het Plein van de Glimlach stond een fontein met water dat lachend spatte. Het water deed “hihi!” en “haha!” als het omhoog sprong. Naast de fontein stond een vriendelijke fee, Fee Fiebel, met vleugels zo doorzichtig als zeepbelletjes.
“Dag Pippa,” zei Fee Fiebel. “Wat kom jij doen met dat belletje en die glitter?”
Pippa ging netjes staan. “Ik ga een Eerlijkheidsbel maken. Klein, hoor. Zo klein als een hoepel. Iedereen mag er even onder staan en iets eerlijk zeggen. Dan weten we wat we echt vinden. Maar we doen het lief.”
Fee Fiebel knikte. “Eerlijk én lief. Dat is de beste soort eerlijk.”
Pippa zette het belletje op de grond, strooide drie snufjes glitter en fluisterde: “Belletje, belletje, rond en fijn, laat zachte eerlijkheid hier zijn.”
PLOEF!
Er verscheen een doorzichtige bel. Hij wiebelde een beetje, alsof hij moest giechelen.
Muis liep er als eerste onder. “Test!” zei Pippa.
Muis keek naar Pippa en zei eerlijk: “Ik vind je jurk mooi. En ik wil ook een stukje pannenkoek.”
Pippa lachte. “Dat is eerlijk. En ik geef je een stukje.”
Toen kwam Bakker Brom. Hij heette Brom, maar hij was eigenlijk heel vrolijk. Hij droeg een mand broodjes die nog warm waren.
“Wat is dat?” vroeg Bakker Brom.
“Een Eerlijkheidsbel,” zei Pippa. “Stap er maar onder. Zeg iets eerlijk. Zacht eerlijk.”
Bakker Brom stapte onder de bel. Meteen begon zijn snor te wiebelen.
Hij zei: “Eerlijk? Ik zing soms tegen mijn broodjes. La-la-la. Dan worden ze luchtiger.”
Pippa klapte zachtjes. “Dat is heerlijk eerlijk!”
“En ik vind,” ging Bakker Brom verder, “dat ik soms doe alsof ik streng ben, maar eigenlijk wil ik iedereen een extra krentenbol geven.”
“Dat dacht ik al,” zei Fee Fiebel met een knipoog.
Toen huppelde Ridder Rinkel erbij. Hij had een helm die altijd “ting-ting” deed, zelfs als hij stil stond.
“Mag ik ook?” vroeg Ridder Rinkel.
“Ja,” zei Pippa. “Maar geen enge dingen, hoor.”
Ridder Rinkel stapte onder de bel en zei: “Eerlijk? Ik ben bang voor… kietelen.”
“Voor kietelen?” vroeg Pippa.
Ridder Rinkel knikte heel serieus. “Als iemand ‘kietel' zegt, moet ik al lachen.” En toen lachte hij. “Hihihi!”
Iedereen lachte mee. Het water in de fontein lachte ook: “Hahaha-plons!”
Toen kwam de Koningin, Pippa's mama. Ze droeg een kroon met zachte belletjes. Die deden “ding-dong” als ze liep.
“Pippa, wat gebeurt hier?” vroeg de Koningin.
Pippa boog. “Mama, ik test mijn kleine idee. De Eerlijkheidsbel. Wil je het proberen?”
De Koningin stapte onder de bel. Ze keek om zich heen. Ze glimlachte een beetje klein.
Ze zei: “Eerlijk? Soms ben ik zo druk met koningin zijn dat ik vergeet te spelen.”
Pippa pakte haar hand. “Dank je, mama. Dat is eerlijk.”
De Koningin zuchtte, maar het was een warme zucht. “En eerlijk? Ik ben trots op jou.”
Pippa voelde haar wangen warm worden. “Ik ook op jou.”
Maar toen… “SNEEZE!” deed de fontein. Ja, de fontein niesde. Het water spatte alle kanten op.
En de bel ging WIEBEL-WOBBEL-WOEBEL.
“Oei,” zei Fee Fiebel. “De bel krijgt kietelwater!”
De bel begon mensen een beetje grappige eerlijkheden te laten zeggen, zelfs als ze niet onder de bel stonden.
“Mijn sokken zijn niet hetzelfde!” riep een man.
“Ik heb mijn wortel als microfoon gebruikt!” giechelde een kind.
“Ik heb net tegen een bloem gezwaaid!” zei iemand, en zwaaide nog eens.
Pippa schrok heel even. Maar Fee Fiebel legde snel haar hand op Pippa's schouder.
“Rustig,” fluisterde ze. “Het is niet gevaarlijk. Alleen… heel eerlijk.”
Pippa knikte. “Ik moet eerlijk zijn. Dit was mijn idee. En ik moet het klein houden.”
Ze stapte naar voren en zei luid, maar lief: “Iedereen! Ik ben Pippa. Dit is mijn bel. Hij is een beetje te wiebelig geworden. Dat is mijn fout. Ik ga het meteen oplossen.”
De bel stopte even met wiebelen, alsof hij luisterde.
Pippa boog naar de bel. “Belletje, belletje, rond en fijn… je bent grappig, maar nu moet je klein zijn.”
Ze pakte het belletje op, tikte er drie keer tegen: tik-tik-tik.
PLING!
De bel werd weer zo klein als een hoepel. Het water in de fontein deed nog één laatste “hihi” en bleef toen netjes spatten.
Iedereen stond weer rustig. Bakker Brom gaf Pippa een krentenbol. “Voor je eerlijkheid,” zei hij.
Ridder Rinkel zei: “Voor je dapperheid. Maar niet kietelen, hoor.”
Pippa lachte. “Niet kietelen. Beloofd.”
Einde
De zon zakte langzaam achter de kauwgombomen van Flonkerfijn. De lucht werd zacht roze, als aardbeienmelk.
Pippa ging met haar mama op een bankje bij de fontein zitten. Muis rolde zich op in Pippa's schoot, als een warm broodje.
“Wat heb je geleerd?” vroeg de Koningin.
Pippa dacht even. Ze wiebelde met haar tenen. “Dat een klein idee klein moet blijven. En dat eerlijk zijn fijn is… als je het zacht doet.”
Fee Fiebel kwam erbij en hield een klein potje glitter omhoog. “Voor een volgende keer. Maar misschien één snufje minder.”
“Ja,” zei Pippa. “Eén snufje minder. En ik zeg het er eerlijk bij.”
De Koningin leunde tegen Pippa aan. “Morgen spelen we,” zei ze. “Eerlijk waar.”
“Eerlijk waar,” herhaalde Pippa. Dat klonk als een liedje.
En op het Plein van de Glimlach lachte het water heel zachtjes mee: “hihi… hihi…”
Toen was alles rustig, warm en blij. En in Flonkerfijn sliep zelfs de magie met een glimlach.