Er was eens een prinses die heel goed kon kijken. Ze heette Lila. Lila woonde in een zachtroze kasteel in een koninkrijk vol lentegeur en glinsterlicht. De bomen fluisterden liedjes. De paddenstoelen lachten zacht. De wolken droegen knopen van donzig wit.
Lila zat vaak op het kleine balkon. Ze keek naar beneden. Ze keek naar de tuinen. Ze keek naar de markt. Ze keek naar de vogels. Ze keek met grote ogen en met een hart zo nieuwsgierig als een piepjonge muis.
In dit koninkrijk woonde ook een ondeugende toverfee, Fee Flits. Fee Flits hield van grapjes. Ze maakte soms een paraplu dansen. Ze liet een stuk taart hinkelen. Ze spiegelde jongensschoenen en liet ze zingen. Iedereen lachte. Maar het kon soms een rommeltje geven.
De koning en koningin hadden één eenvoudige regel. "Regel van het koninkrijk," zei de koning. "Tover niet zonder te vragen." De koningin knikte. "Vraag altijd eerst. Zo blijft het veilig en fijn." Lila kende die regel. Ze vond de regel goed. Ze keek en leerde.
Op een ochtend, toen de zon net plakjes goud op het pad legde, zag Lila iets bijzonders. Fee Flits stond naast de fontein. Haar toverstafje glinsterde als een stokje met een vallende ster erop. Om haar heen fladderden kleine, nieuwsgierige kabouters.
"Wat doe je?" vroeg Lila zachtjes.
"Ik ga het kabouterkoor laten springen!" zei Fee Flits met een giechel. "Kijk toe!" Ze zwaaide haar staf. Plop! De kabouters begonnen te springen. Ze sprongen hooger dan het wasje aan de waslijn. Ze sprongen hoger dan de thee-eendjes in de vijver. Ze sprongen zo hard dat ze bijna koffiekopjes gingen vangen.
Lila glimlachte. Het was grappig. Maar de koning had gezegd: altijd vragen. Ze stapte naar voren. "Fee Flits," zei ze, "mag ik je iets vragen?"
Fee Flits boog haar hoofdje. "Ja, prinses?"
"Mag je de kabouters laten springen?" vroeg Lila. "Heb je het eerst aan de kabouters gevraagd?"
Fee Flits hield even stil. Haar gezichtje werd klein en ondeugend. "Oh," zei ze. "Ik dacht dat lachen genoeg was." Ze keek naar de springende kabouters. Ze zagen er blij uit. Maar één kabouter, klein en groen met een stippenmuts, wiebelde op de rand van de fontein. Zijn laarsje gleed.
Lila holde snel. Ze pakte zijn hand. "Hou vast," zei ze. Ze trok hem terug. De kabouter lachte. "Dank je, prinses Lila!" zei hij. "Jij keek goed."
Fee Flits schaamde zich een beetje. "Ik vergat te vragen," fluisterde ze. "Ik dacht dat grapjes alles goed maakten."
"Grappen zijn fijn," zei Lila. "Maar regels zijn er om iedereen veilig te houden. Vraag eerst. Dan lachen we samen zonder zorgen."
Fee Flits knipperde met haar ogen. Ze wilde het goedmaken. "Ik zal het goedmaken!" zei ze vrolijk. Ze tikte met haar staf een klein plekje op de grond. Plop. Uit de grond kwam een zachte mat van veertjes. "Voor als iemand valt," zei Fee Flits. De kabouters sprongen weer, maar nu landden ze zacht als kussens. Iedereen lachte. De koning klapte in zijn handen. De koningin zuchtte tevreden.
Die middag vond er een groot toverfeest plaats op het plein. Mandarijnkleurige lampionnetjes wiegden. Muziek klonk als een lachende beek. Lila keek en telde. Ze telde de lampionnetjes tot tien. Ze telde de dansende eendjes tot drie. Ze keek naar Fee Flits, die zich had voorgenomen om regels te onthouden.
"Waar is jouw lijstje?" vroeg Lila.
"Lijstje?" vroeg Fee Flits.
"Ja," zei Lila. "Een klein lijstje met vragen. Vraag, vraag, vraag. Dan is alles fijn." Lila trok een stukje papier uit haar zakje. Ze had onzichtbaar papier, want prinsessen hebben soms van die handige dingen. Op het papier stond: Vraag eerst. Kijk goed. Help elkaar. Lach samen.
Fee Flits las het en knikte. "Vraag eerst. Kijk goed. Help elkaar. Lach samen." Ze sprak het als een liedje. Ze draaide een rondje. Haar toverstafje sloeg een kleine toongeslaag. "Vraag eerst!" zong ze. Iedereen zong mee.
Maar plots riep een stem: "Oooh!" Een klein konijn had zijn hoed in de lucht laten zweven. De hoed draaide als een theebord. Het was niet gevaarlijk, maar het was heel, heel gek. De hoed belandde op het hoofd van de burgemeester. De burgemeester liep rond met de hoed en zei: "Wat zit er op mijn hoofd?" Alle kinderen kietelden. De burgemeester lachte tot zijn buik wiebelde als aspic.
Lila keek. Ze zag dat de burgemeester zijn bril kwijt was geworden in alle lol. Zonder bril kon hij de kleine stenen op het pad niet zien. "Laten we even rustig helpen," zei Lila zacht. Ze pakte zijn hand. "Eerst zoeken," zei ze. Ze zochten samen. Ze keken onder een bloem, ze keken achter een trommel, ze keken op het dak van een houten kraampje. Toen vond een meisje de bril tussen twee koekjes. Iedereen juichte.
Fee Flits klapte in haar handen. "Zie je?" zei Lila. "Als we vragen en kijken, gaat alles goed."
De zon zakte langzaam. De lampionnetjes knipperden als kleine glimlachjes. De kabouters stopten met springen. De burgemeester zette zijn bril vast. De koning fluisterde: "Ik ben trots." De koningin legde zacht haar hand op Lilas schouder. "Goed gedaan, lieve Lila."
Die avond, voor het slapen gaan, zat Lila weer op haar balkon. De maan was een pannenkoek van licht. Fee Flits zweefde naast haar. "Dank je, prinses," zei Fee Flits. "Jij leert me regels. Je kijkt en je helpt. Je maakt lachen netjes en veilig."
Lila glimlachte. "Lachen is het mooiste," zei ze. "Maar regels zijn een beetje als bruggetjes. Ze houden ons samen op de goede weg."
Fee Flits gaf een kleine buiging. "Vraag eerst," fluisterde ze als een liedje. "Vraag eerst."
Lila sloot haar oogjes. Ze voelde de nacht zacht als een deken. Ze dacht aan de kabouters, aan de burgemeester, aan de dansende hoed en aan een lijstje met woorden die glinsteren. Ze droomde van een koninkrijk waar iedereen lacht, en waar iedereen om elkaar denkt.
En als de maan nog steeds lag te slapen boven het kasteel, hoorde je soms een kleine stem zingen: "Vraag eerst. Kijk goed. Help elkaar. Lach samen." En iedereen in het koninkrijk sloot zijn ogen en voelde zich veilig en blij. Einde.