Er was eens
Het vergeten hoedje
Er was eens een kleine prins. Hij heette Pim. Pim hield van lachen. Pim hield van zingen. Pim hield van gekke dansjes maken op de kasteeltrap.
Op een morgen verloor Pim zijn hoed. "O jee," zei Pim. "Mijn hoed is weg!" Hij keek in de tuin. Hij keek achter de kraan. Hij keek in de grote taart. Geen hoed.
In het bos naast het kasteel woonde een draak. Niet een enge draak. Een lieve draak. Een draak met stippen als confetti en ogen als knopen. De draak hoestte soms kleine wolkjes glitterrook. "Pfff," zei de draak, en er kwam een bloemetje uit zijn neus. Pim lachte. De draak lachte.
De draak die 'alsjeblieft' leerde
Pim vroeg: "Heb jij mijn hoed gezien?"
De draak snuffelde. "Nee," zei hij. "Maar ik heb snoepjes."
"Nee bedankt," zei Pim en hij schudde zijn hoofd. "Wacht. Hoe zeg je eigenlijk 'alsjeblieft'?"
De draak keek verbaasd. "Alsjeblieft?" vroeg hij.
"Ja," zei Pim. "Dat is beleefd."
Ze probeerden het samen. "Alsjeblieft," zei Pim heel zacht. "Alsjeblieft," zei de draak heel zacht. Het klonk als een zangetje. Het klonk als kleine belletjes.
De draak blies per ongeluk een pluim van zijn staart. De pluim zei: "Dankjewel!" De pluim rolde als een wolkje naar Pim. Pim lachte zo hard dat zijn hoed piepte. Ja, piepte! Maar het was niet zijn hoed.
Ze gingen verder. Ze vroegen aan de kabouters, aan de kikkerprinses en aan de wijze uil. Iedereen zei "alsjeblieft" en "dankjewel" en iedereen lachte als het een beetje fout ging. De kikkerprinses kwakte "alsjeblief" als een kikkergeluid. De kabouters zongen het als een deuntje. De uil zei het gravend: "Alsjeblieft." En toen, plots, vond de draak iets.
"Is dit het?" vroeg de draak.
Het was een hoed. Niet de hoed van Pim. Een hoed met sterren en een spiegeltje. Pim zette hem op. Hij zag een kleine prins met een grote glimlach. "Dat is grappig!" zei Pim. De draak bloosde als een appel.
Thuis en hopla
Pim leerde iets die dag. Hij leerde lachen om zichzelf. Hij leerde dat fouten grappig kunnen zijn. Hij leerde dat 'alsjeblieft' en 'dankjewel' kleine toverspreuken zijn. Ze maken alles zachter.
Ze liepen terug naar het kasteel. De draak blies zachte glitterrook als een deken. De sterrenhoed danste op Pim zijn hoofd. "Dankjewel," zei Pim.
"Alsjeblieft," zei de draak met een knipoog.
En ze leefden vrolijk verder. Niet altijd perfect. Maar altijd warm, met veel gelach en een klein beetje magie.