De zee komt dichtbij
Luna is drie jaar. Ze draagt een kleine blauwe muts. Ze houdt van schelpen en van water. Op een ochtend loopt ze naar het strand met papa. Het licht glinstert op de zee. Luna voelt zich blij en veilig.
Papa wijst naar een kleine baai. "Kijk," zegt hij. "Vandaag gaan we zachtjes kijken onder water." Luna knikt. Ze gaat op haar knieën en kijkt. Het water is helder en rustig. Een klein visje zwemt langs. "Hoi," fluistert Luna. Het visje zwaait met zijn vin.
Onder water
Luna zet een klein snorkeltje op. Ze ademt rustig. Samen met papa klimt ze in een zachte boot. De boot glijdt naar een plek met drie ronde rotsen. "We moeten de rotsen op een rij zetten," zegt papa. "Zo kun je met een stokje wijzen naar de horizon." Luna lacht. Ze wil erg graag helpen.
Onder water ziet Luna veel vrienden. Een vrolijke krab kletst met zijn scharen. Een schildpad zwemt langzaam. Een zeeanemoon wiegt in het licht. Luna zegt zacht: "Hallo krab. Hallo schildpad." De dieren antwoorden met kleine bewegingen. Alles voelt warm en vriendelijk.
Luna gebruikt haar handen. Ze duwt zacht aan een rots. De krab helpt met een pootje. De schildpad duwt met zijn schild. Samen duwen ze de rots. Nog een rots schuift. "Samen is beter," zegt papa. Luna glimlacht. Ze voelt zich sterk en slim.
Ze telt: "Één, twee, drie." De drie rotsen liggen nu op een rij. De boot wiegt zacht. Luna neemt een stokje en kijkt door de ogen van een kind naar de zee. Ze richt het stokje naar de horizon. Nu kan ze naar de zon wijzen. Haar handen trillen een beetje. Papa pakt haar hand. "Goed gedaan," zegt hij.
Het water is vol kleuren. Kleine vissen dansen rondom. Luna zegt: "Dank je," tegen de zee. De zee antwoordt met een zacht geluid. Iedereen is rustig en veilig.
Als de dag eindigt, klimt Luna weer in de boot. Ze voelt zich blij en moe. Papa zegt: "Wees altijd vriendelijk voor de dieren." Luna knikt. Ze slaapt die nacht met het geluid van de golven in haar hoofd. Ze droomt van nieuwe, zachte avonturen onder water.