De zee roept
Beer zit aan de rand van het strand. Zijn vacht glanst zacht in de zon. Hij voelt de wind. Hij hoort het water. "Vandaag ga ik zwemmen," zegt Beer zacht. Beer houdt van water. Beer houdt van zachte golven.
Beer stapelt zijn pootjes op de rand van het water. De zee zingt zacht. Kleine bubbels kietsellen zijn neus. Hij glimlacht. "Ik blijf drijven," zegt Beer. Hij ademt diep. Hij glijdt in het water. Het zout voelt warm en troostend.
Onder de golven lijkt de wereld nieuw. Licht speelt op het water. Vissen zwemmen voorbij in kleuren. Ze flitsen als kleine lampjes. Beer kijkt met grote ogen. Zijn hart klopt rustig. Hij voelt zich veilig.
Een vis zwemt naast hem. "Hoi," piept de vis. "Ik heet Fin." Beer zwaait met zijn poot. "Ik ben Beer," zegt hij. "Kom je mee?" vraagt Fin. Beer knikt. Ze zwemmen samen. Beer leert goed te luisteren. "Blijf niet te dicht bij de bodem," zegt Fin zacht. "De bodem is nat en koud. Blijf drijven boven het zand." Beer knikt weer. Hij kijkt naar de glinsterende zandbodem en zwemt hoger.
De ontmoeting met de schildpad
Dieper in de zee glijdt een grote schaduw voorbij. Het is Schildie, de schildpad. Hij beweegt langzaam en kalm. Zijn schild is vol kringen. "Hallo, kleine Beer," zegt Schildie. "Wat zoek je?" Beer voelt zich warm vanbinnen. "Ik wil de zee zien," zegt hij. "Maar ik wil het zand niet raken." Schildie lacht zacht. "Dat is slim," zegt hij. "Kom op mijn rug. Dan blijf je boven de bodem."
Beer klimt heel voorzichtig. Schildie is stevig en zacht. Samen gaan ze langzaam vooruit. Ze glijden langs een koraalmuur. Koraal wiegt zacht als bloemen. Kleine garnaaltjes springen en dansen. "Kijk," fluistert Schildie, "de zee is vol vrienden." Beer kijkt vol verwondering. Zijn pootjes wiebelen een beetje. Hij ademt rustig. Hij voelt zich sterk.
"Oei," zegt Beer. Een stroom brengt hen een klein stukje naar beneden. Beer voelt zijn pootjes dichtbij het zand. Hij schrikt een beetje. "Blijf rustig," zegt Schildie. "Adem diep. Ik blijf bij je." Beer ademt langzaam in. Hij voelt vertrouwen. Het is oké. Schildie duwt met zijn flippers. Ze zweven weer omhoog. Beer lacht. "Dank je," zegt hij. "Samen lukte het."
De dans van de meduse
Verder zwemmen ze en ontmoeten ze Medu, de meduse. Medu golft als een lampion. Haar tentakels glanzen als zijde. "Kom dansen," pingt Medu. Beer voelt lichte kriebels. Maar Medu is vriendelijk. Ze zegt: "Ik prik niet. Ik dans zacht." Beer neemt een diepe adem. Hij strekt zijn poot. Hij beweegt langzaam mee.
Rondom zwemt een school sardientjes. Ze draaien en draaien. Beer kijkt met grote ogen. De zee vult zich met geluiden. Zacht geklater, kleine klikkende vissen en een verre lage zang van walvisachtige bellen. Beer voelt zich klein en groot tegelijk. Hij weet dat hij niet alleen is.
Na de dans zegt Medu: "Blijf niet de bodem raken." Beer glimlacht. "Ik blijf drijven," zegt hij. Schildie en Fin knikken. Samen leren ze een liedje. Het is een eenvoudig liedje. "Boven het zand, boven het zand," zingen ze zacht. Beer herhaalt het graag. Hij voelt vertrouwen. Hij voelt hoop.
De grot van licht
Dieper in de zee vinden ze een kleine grot. Licht glinstert uit scheuren. "Zullen we kijken?" vraagt Fin. Beer kijkt nog even naar de bodem. "Niet aanraken," fluistert hij. "Ik blijf drijven." Ze gaan in de grot. Binnen is het warm van licht. Kleine krabbetjes scharrelen langs de muren. Een slim octopus zwaait met zijn armen. Hij verandert van kleur als een schilder.
"Welkom," zegt Octo vriendelijk. "Wil je spelen?" Beer knikt blij. Ze spelen verstoppertje tussen de stenen. Beer telt zacht. "Een, twee, drie..." Hij sluit zijn ogen en ademt diep. Hij voelt zich moedig. Hij voelt zich veilig. Toen hij weer keek, vond hij zijn vrienden. Iedereen lachte zacht.
Even raakt Beer per ongeluk met zijn poot het zand in de grot. Hij voelt een kleine frons. Maar hij is niet bang. Schildie en Octo helpen hem omhoog. "Je deed het al zo goed," zegt Schildie. Beer voelt zich warm van trots. Hij staat weer stevig. Hij weet nu dat fouten okay zijn. Vrienden helpen altijd.
De grote terugtocht
De zon boven zee begint te zakken. Het water kleurt oranje en roze. Beer voelt zich rustig. "We gaan terug," zegt Fin. Beer knikt en houdt schildie stevig vast. Samen zwemmen ze naar het strand.
Onderweg zien ze veel vrienden. Een kleine haai zwemt rustig langs. "Dag," zegt de haai met een zacht stemmetje. "Dag," antwoorden ze. Beer voelt zich groot en klein tegelijk. Hij weet dat de zee vriendelijk is. Hij vertrouwt zijn vrienden. Hij vertrouwt zichzelf.
Bij het strand stapt Beer voorzichtig het ondiepe water in. Zijn klauwtjes kietelen het nat. Hij voelt de warme rug van de zandbank onder zijn pootjes. Maar hij denkt aan het liedje. "Boven het zand, boven het zand," fluistert hij. Hij stapt een stapje hoger en blijft drijven in het laagje water. Zijn vrienden blijven dichtbij. Schildie zegt: "Kom snel terug." Fin piept: "Altijd welkom!" Medu golft nog even en verdwijnt zacht in de verte.
Beer kijkt naar de lucht. De kleuren glanzen. Zijn vacht is licht nat en glanzend. Hij voelt zich trots. Hij glimlacht en zegt zacht tegen zichzelf: "Ik kan het." Hij voelt vertrouwen. Hij voelt liefde.
Beer kruipt op het warme zand. Hij zucht tevreden. De zee zingt nog een laatste liedje. Beer sluit zijn ogen. De avond is zacht. Hij droomt van nieuwe avonturen. Hij weet dat hij vrienden heeft. Hij weet dat hij altijd kan drijven. De wereld is groot en vriendelijk. En Beer slaapt rustig, vol vertrouwen en blijheid.