Hoofdstuk 1: Een gewone ochtend
Lotte is een meisje van vier jaar. Ze heeft blonde krullen en een grote glimlach. Lotte woont samen met haar mama en haar knuffelbeer Bram. Het is ochtend en Lotte mag vandaag naar school. Mama helpt Lotte met haar jas en haar schoenen aantrekken.
“Ben je er klaar voor, Lotte?” vraagt mama zacht.
“Ja, mama! Ik wil graag naar school,” lacht Lotte.
Samen lopen ze naar school. Lotte voelt zich blij. Het is fijn op school, want daar zijn haar vriendjes en juf Kim. Vandaag staat er een leuke activiteit op het programma.
Wanneer Lotte in de klas komt, zit haar beste vriend Sam al op haar te wachten. Sam heeft rood haar en houdt van lachen. Ze geven elkaar een knuffel.
Juf Kim zegt: “Goedemorgen, lieve kinderen! Vandaag gaan we samen praten over de waarheid zeggen en niet liegen. Dat is belangrijk, want dan kunnen we elkaar vertrouwen.”
De kinderen luisteren goed. Lotte vraagt: “Wat is liegen, juf?”
Juf Kim legt uit: “Liegen is iets zeggen dat niet waar is. Soms doen mensen dat per ongeluk, en soms expres. Maar de waarheid zeggen is altijd het beste.”
Hoofdstuk 2: Het rollenspel
Juf Kim zet drie stoeltjes in een kring. “We gaan een spel doen,” zegt ze. “Lotte, Sam, willen jullie meedoen?”
Lotte knikt blij. Sam ook.
Juf Kim geeft Lotte een speelgoedauto. “Lotte, jij gaat zometeen doen alsof dit jouw auto is. Sam, jij komt straks vragen waar de auto is. En dan kijken we wat er gebeurt als iemand de waarheid zegt, en wat er gebeurt als iemand liegt.”
Lotte kijkt naar de auto. Ze vindt dit spannend.
Sam komt eraan en vraagt: “Lotte, heb jij mijn auto gezien?”
Lotte denkt even na. Ze wil graag dat Sam haar lief vindt. Ze zegt zachtjes: “Nee, ik heb je auto niet gezien.” Maar de auto ligt naast haar.
Sam kijkt verdrietig. “Oh, ik kan mijn auto niet vinden,” zegt hij.
Juf Kim vraagt aan Lotte: “Heb jij de auto misschien gezien?”
Lotte kijkt naar de auto. Ze voelt zich een beetje gek in haar buik. “Ja, juf. Ik heb de auto. Ik vond hem zo mooi, dat ik hem even wilde vasthouden.”
Juf Kim knielt naast Lotte. “Dankjewel dat je het nu eerlijk zegt, Lotte. De waarheid vertellen is soms moeilijk, maar het is altijd goed.”
Sam lacht. “Mag ik mijn auto terug, Lotte?”
Lotte geeft de auto terug. “Sorry, Sam. Ik wilde niet liegen.”
Sam zegt: “Geeft niks, Lotte. Nu zijn we weer blij.”
Hoofdstuk 3: Leren van elkaar
Na het spel praat juf Kim met de kinderen. “Wat gebeurde er toen Lotte niet de waarheid vertelde?” vraagt ze.
Sam zegt: “Ik was verdrietig. Ik kon mijn auto niet vinden.”
Lotte voelt zich een beetje schuldig. “Liegen is niet fijn. Dan worden anderen verdrietig.”
Juf Kim knikt. “Maar wat gebeurde er toen Lotte eerlijk was?”
Sam lacht. “Toen vond ik mijn auto terug. En toen waren we weer blij!”
Lotte zegt: “De waarheid zeggen is soms lastig, maar het maakt iedereen blij.”
Juf Kim glimlacht. “Zo is het, Lotte. Als we eerlijk zijn, kunnen we elkaar vertrouwen. En als je een keer liegt, kun je altijd sorry zeggen en het goedmaken.”
Lotte lacht. “Ik wil altijd eerlijk zijn!”
Mama komt Lotte ophalen. Lotte rent naar haar toe en zegt: “Mama, ik heb geleerd dat eerlijk zijn belangrijk is! Soms is het moeilijk, maar het is altijd goed.”
Mama geeft Lotte een dikke knuffel. “Wat fijn dat je dat geleerd hebt, Lotte. Ik ben trots op jou.”
Samen lopen ze hand in hand naar huis, met een blij gevoel in hun hart. Lotte weet nu: de waarheid zeggen is soms spannend, maar het zorgt altijd voor blije vriendjes en een fijn gevoel.