Deel 1: Het plakplaatje
Kleine Konijn heet Kiki. Kiki woont in een warm huisje met mama Konijn en papa Konijn.
Vanavond is het bijna bedtijd, maar eerst mag Kiki nog even aan tafel zitten.
Op tafel ligt een boek met dikke pagina's. Het is een plakboek.
Kiki heeft er stickers in: een appel, een auto, een ster.
Mama zet een bordje neer met stukjes banaan. “Eet maar rustig,” zegt mama.
Kiki pakt een nieuwe sticker. Het is een gele maan. Zo mooi en geel.
Kiki plakt de maan op de bladzijde… maar oeps. Scheef.
Kiki trekt eraan. De sticker scheurt een klein stukje.
Kiki voelt haar wangen warm worden. Haar buik kriebelt.
Ze kijkt snel om zich heen. Mama kijkt naar de banaan. Papa vouwt een servet.
Kiki pakt een potlood. Ze krast er een beetje overheen, alsof het niet stuk is.
Maar je ziet het toch.
Papa kijkt op. “Kiki, is je sticker gelukt?” vraagt hij.
Kiki denkt: als ik zeg dat het stuk is, zijn ze misschien verdrietig.
Kiki wil geen verdriet. Kiki wil een fijne avond.
“Ja,” zegt Kiki zacht. “Helemaal goed.”
Mama glimlacht. “Wat fijn,” zegt ze. “Zullen we straks samen kijken?”
Kiki knikt. Maar haar buik kriebelt nog steeds.
Ze kijkt naar de maan. De scheur lijkt groter.
Even later komt mama naast haar zitten. “Laat maar zien,” zegt mama.
Kiki draait het plakboek langzaam.
Mama ziet de maan. Ze ziet ook de scheur.
Mama blijft rustig. “O, ik zie een klein scheurtje,” zegt ze vriendelijk.
Kiki kijkt naar haar voeten. “Ik… ik zei dat het goed was,” fluistert Kiki.
“Maar het is niet goed.”
Papa schuift zijn stoel dichterbij. “Dank je dat je het zegt,” zegt papa.
“Je wilde het graag mooi maken, hè?”
Kiki knikt. Er komen tranen, maar niet veel.
“Was je bang?” vraagt mama zacht.
“Een beetje,” zegt Kiki. “Ik wilde niet dat jullie boos werden.”
Mama legt een hand op Kiki's pootje. “Ik ben niet boos,” zegt ze.
“Ik ben blij dat je nu eerlijk bent.”
Kiki ademt langzaam uit. Het kriebelen in haar buik wordt kleiner.
Deel 2: Repareren en oefenen
Mama haalt een doosje uit de la. Er zit plakband in en ook een vel met extra stickers.
Papa haalt een stukje papier. “We kunnen het samen maken,” zegt hij.
Kiki kijkt. “Kan dat echt?” vraagt ze.
“Ja,” zegt mama. “Kijk maar. Eerst rustig.”
Mama plakt een klein doorzichtig stukje plakband achter de bladzijde, op de plek van de scheur.
Papa knipt een piepklein geel rondje uit papier. “Dit wordt een pleister voor de maan,” zegt hij.
Kiki mag het gele rondje voorzichtig op de maan plakken.
Ze drukt zachtjes. Eén, twee, drie.
De maan heeft nu een klein “plekje”. Maar het ziet er ook lief uit.
Kiki lacht een beetje.
“Zie je,” zegt papa, “repareren kan.”
Kiki kijkt naar mama. “Maar ik loog,” zegt ze. “Dat was niet lief.”
Mama schudt rustig haar hoofd. “Liegen gebeurt soms,” zegt ze.
“Soms lieg je omdat je bang bent. Of omdat je snel ‘ja' zegt. Dat kan.
Maar daarna kun je het goedmaken. Dat is belangrijk.”
Kiki denkt even na. “Hoe maak ik het goed?” vraagt ze.
Papa wijst naar de maan. “Je zei de waarheid. Dat is al een stap,” zegt hij.
“Morgen kun je het nog een keer proberen. En als er iets misgaat, zeg je het meteen.”
Mama knikt. “Dan kunnen we je helpen. En dan vertrouwen we elkaar,” zegt ze.
Kiki zegt langzaam: “Ik wil dat jullie mij vertrouwen.”
“Dat doen we,” zegt mama. “En als het even moeilijk is, oefenen we samen.”
Kiki wil oefenen. Ze pakt een potlood en zegt: “Ik heb… banaan gegeten.”
Ze kijkt naar haar bordje. Er ligt nog banaan.
Mama lacht zacht. “Dat is niet waar,” zegt ze vriendelijk.
Kiki giechelt. “Oké. Ik heb nog banaan,” zegt ze. “Dat is waar.”
“Goed zo,” zegt papa. “Waar voelt dat in je buik?”
Kiki legt een pootje op haar buik. “Rustig,” zegt ze.
Dan zegt Kiki: “Ik heb de maan stuk gemaakt.”
Ze slikt even. Maar mama's ogen zijn warm.
“Dank je,” zegt mama. “Nu weten we het. Nu kunnen we helpen.”
Kiki voelt zich weer groter, alsof ze rechtop kan staan vanbinnen.
Deel 3: Een rustige avond
Het is tijd om naar bed te gaan. Kiki neemt het plakboek mee.
In bed kruipt ze onder haar deken. Mama zit naast haar. Papa staat bij de deur.
Kiki opent de pagina met de maan. “Hij heeft een plekje,” zegt Kiki.
“Een maan met een plekje,” zegt mama. “Net als mensen soms.”
Kiki denkt aan de kleine leugen. Aan haar warme wangen.
En aan de waarheid, die later kwam. En aan het helpen.
“Kiki,” zegt papa, “morgen plakken we weer een sticker. En als er iets scheef gaat…”
“…dan zeg ik het,” zegt Kiki snel.
Mama knikt. “Heel goed. Dan kunnen we het samen oplossen.”
Kiki gaapt. “Ik ben blij,” fluistert ze. “Ik dacht dat ik fout was.”
Mama strijkt over Kiki's oor. “Je bent niet fout,” zegt ze.
“Je leert. En je durfde eerlijk te zijn. Dat is moedig.”
Kiki sluit haar ogen. In haar buik is het stil en zacht.
Ze denkt aan de maan die nu weer heel voelt, met een klein plekje als een kus.
“Welterusten,” fluistert mama.
“Welterusten,” zegt papa.
“Welterusten,” zegt Kiki.
En in het rustige huisje blijft vertrouwen groeien, net als een warme lamp in de nacht.