Hoofdstuk 1: Kleine Wolf in de Speelgroep
Kleine Wolf gaat elke dag naar de speelgroep. Vandaag is een mooie dag. De zon schijnt en de lucht is blauw. Kleine Wolf voelt zich blij. In de speelgroep is zijn beste vriendje, Vosje, ook. Ze spelen samen met blokken.
“Kijk, ik bouw een hoge toren,” zegt Kleine Wolf.
“Wat mooi!” zegt Vosje. “Mag ik ook helpen?”
“Natuurlijk,” lacht Kleine Wolf. Ze bouwen samen, blokje voor blokje.
Dan komt hun juf, Uil, erbij. “Vandaag gaan we een spel spelen,” zegt juf Uil. “We gaan doen alsof. Wie wil beginnen?”
Kleine Wolf steekt zijn pootje op. “Ik wil wel!”
“Goed zo, Kleine Wolf,” zegt juf Uil. “Vertel ons een verhaaltje.”
Kleine Wolf denkt even na. Dan zegt hij: “Ik heb gisteren een reus gezien in het bos!”
“Echt waar?” vraagt Vosje met grote ogen.
Kleine Wolf knikt. “Ja, hij was héél groot en had blauwe schoenen.”
Juf Uil glimlacht. “Wat spannend. En wat deed de reus?”
Kleine Wolf bedenkt snel iets. “Hij gaf me een grote koek.”
“Wauw,” zegt Vosje, “ik wil ook een reus ontmoeten!”
Hoofdstuk 2: De Kleine Leugen
Na het spel spelen ze buiten. Vosje kijkt steeds om zich heen. “Waar is jouw reus, Kleine Wolf?” vraagt Vosje.
Kleine Wolf voelt zich een beetje gek. Hij weet dat de reus niet echt bestaat. Hij heeft het zelf bedacht.
“Ik weet het niet,” zegt Kleine Wolf zachtjes.
Vosje kijkt een beetje verdrietig. “Ik wilde de reus ook zien.”
Kleine Wolf voelt zich niet blij. Hij wil Vosje niet verdrietig maken.
De volgende dag in de speelgroep vraagt juf Uil: “Wie wil vertellen wat hij heeft meegemaakt?”
Vosje steekt zijn pootje op. “Kleine Wolf heeft een reus gezien!”
Alle andere dieren kijken naar Kleine Wolf. “Vertel, Kleine Wolf, hoe was de reus?” vraagt juf Uil.
Kleine Wolf kijkt naar de grond. “De reus was niet echt,” fluistert hij.
Vosje begrijpt het niet. “Heb je gelogen?”
Kleine Wolf knikt. “Het was maar een spelletje. Ik heb het verzonnen.”
Hoofdstuk 3: De Waarheid Vertellen
Juf Uil gaat naast Kleine Wolf zitten. “Soms bedenken we verhalen. Dat is leuk in een spel. Maar als we doen alsof het echt is, kan dat anderen verdrietig maken.”
Kleine Wolf kijkt naar Vosje. “Sorry, Vosje. Ik wilde het niet gemeen doen.”
Vosje knikt. “Ik vind het niet zo leuk als iets niet waar is. Maar ik ben blij dat je eerlijk bent.”
Juf Uil zegt: “De waarheid vertellen is belangrijk. Dan kunnen we elkaar vertrouwen. Vertrouwen is fijn.”
Kleine Wolf voelt zich opgelucht. “Ik zal voortaan eerlijk zijn,” zegt hij.
Vosje lacht. “Dan kunnen we samen spelen en elkaar geloven.”
Ze spelen samen verder. Ze bouwen een nog hogere toren.
“Nu ben ik een reus!” roept Vosje terwijl hij opstaat.
“En ik geef jou een koek!” lacht Kleine Wolf.
Juf Uil kijkt naar de twee vriendjes. “Goed gedaan, Kleine Wolf. Eerlijk zijn is soms moeilijk, maar het is altijd het beste.”
Kleine Wolf voelt zich blij. Hij weet: als je de waarheid vertelt, voel je je fijn vanbinnen. En je vrienden blijven altijd dichtbij.