Hoofdstuk 1: Felix wil feesten
Felix de vos kijkt naar de maan. De maan lacht. Felix denkt: “Wat zou er gebeuren als ik vannacht een feestje geef?” Felix grinnikt. “Dat wordt leuk!” zegt hij zachtjes.
Felix sluipt naar het hek van zijn hok. Hij tikt met zijn pootje. Tik, tik, tik. “Psst! Beer, ben je wakker?” fluistert Felix.
Boris de beer opent één oog. “Waarom fluister je, Felix?” vraagt Boris slaperig.
“We gaan een feestje geven!” zegt Felix.
Boris lacht. “Een feestje? Nu? Mag dat wel?”
Felix knikt. “Ja hoor! Iedereen slaapt, behalve wij!”
Boris grinnikt en stapt zachtjes uit zijn hok. Samen sluipen ze naar het zebra-hok. Felix tikt met zijn staart tegen het hek. “Pssst! Zara! Kom je mee?”
Zara de zebra geeuwt. “Wat doen jullie?” vraagt ze.
“Feestje!” zegt Felix vrolijk.
Zara lacht. “Ik hou van feestjes!” roept ze zachtjes.
Samen lopen ze naar het olifantenverblijf. Daar woont Otto de olifant. Felix fluit. “Otto! Kom je ook?”
Otto draait zijn grote oren. “Ik hoor feest!” zegt Otto blij.
Nu zijn ze met z'n vieren. Felix, Boris, Zara en Otto. Ze sluipen naar de vijver. Daar woont Kiki de kikker. “Kiki!” roept Felix zacht.
Kiki springt uit het water. “Wat is er, Felix?”
“Feestje!” zegt iedereen tegelijk.
Kiki lacht hard. “Ik ben dol op feestjes!”
Hoofdstuk 2: Het gekke nachtfeest
Felix kijkt rond. “Wat doen we op een feestje?” vraagt hij.
Boris zegt: “Dansen!”
Zara zegt: “Springen!”
Otto zegt: “Trompetteren!”
Kiki zegt: “Kwakken!”
Ze lachen allemaal. Felix roept: “Laat het feest beginnen!”
Boris maakt een dansje. Boris zwaait met zijn armen. Maar Boris is groot, dus hij struikelt over zijn eigen poot. “Oeps!” roept Boris en valt zachtjes om.
Zara springt hoog in de lucht. Ze springt zo hoog dat ze bijna tegen Otto aan botst. “Pas op, Otto!” roept Zara.
Otto trompettert vrolijk. “TOET TOET!” Het geluid is zo hard dat iedereen lacht.
Kiki springt op Felix' kop. “Kwak, kwak!” roept Kiki.
Felix lacht. “Kiki, je bent gek,” zegt Felix.
Maar opeens begint Kiki te zingen. “Kwak, kwak, feest in het park!” Iedereen zingt mee. “Kwak, kwak, feest in het park!”
Ze dansen, springen, trompetteren en kwaken.
Felix tikt met zijn staart op de grond. “Dit is het leukste feestje ooit!” zegt hij.
Boris rolt over de grond van het lachen. “Ik heb een grasspriet in mijn neus!” lacht Boris.
Zara steekt haar kop in het water en krijgt een natte snuit. “Brrrr! Dat is koud!” roept Zara.
Otto spuit met zijn slurf water in de lucht. “Wie wordt nat?” roept Otto.
Kiki springt in het water. “Ik ben toch al nat!” lacht Kiki.
Felix probeert te springen, maar glijdt uit en valt op zijn staart. “Oei!” roept Felix, maar dan lacht hij.
Iedereen lacht. Ze zijn samen. Ze zijn blij.
Hoofdstuk 3: Sssst... Terug naar bed!
Plots horen ze een geluid. “Wat is dat?” fluistert Zara.
“Het is de oppasser!” zegt Boris.
“Rennen!” roept Felix.
Ze rennen, springen, fladderen en glijden naar hun hokken. Felix duikt in zijn hok. Boris rolt naar binnen. Zara springt in haar stal. Otto sluipt zachtjes naar zijn bed. Kiki springt in de vijver.
Alles is stil.
Felix lacht zachtjes in zijn hok. “Wat een gek feestje,” fluistert hij.
Boris snurkt. Zara droomt van dansen. Otto droomt van water. Kiki kwakt nog één keer.
Felix sluit zijn ogen. Hij denkt aan het feestje. “Morgen weer?” fluistert hij.
De maan lacht. Alles is goed.