Hoofdstuk 1: De Kaart van Toetje
Op een zonnige ochtend schuifelde Toetje de schildpad langzaam over het gras. Toetje had een groot wit papier gevonden. “Wat zal ik hier eens op tekenen?” dacht Toetje hardop met haar rustige stem. Ze ging zitten, pakte haar kleurpotloden en begon te tekenen. Kleuren vlogen over het papier: blauw voor water, groen voor gras, geel voor zon.
Plots kwam Snuifje het konijn aangerend, zo snel dat zijn oren achter hem aan wapperden. “Wat doe je, Toetje?” vroeg Snuifje, nieuwsgierig snuffelend aan het papier.
“Ik teken een kaart,” zei Toetje trots. “Een kaart van ons bos!”
Snuifje sprong op en neer. “Mag ik ook meedoen?” vroeg hij.
“Toch wel!” lachte Toetje. “Wat wil jij op de kaart zetten?”
Snuifje dacht even na en riep: “Mijn wortelhol! Het is heel belangrijk. Hier!” Met zijn pootje wees hij een plek aan op het papier. Met een oranje potlood tekende Toetje een knaagdiertjeshol.
Daarna kwam Kiki de ekster aangevlogen. “Wat zijn jullie aan het doen?” kraaide ze vrolijk.
“We tekenen een kaart!” riepen Toetje en Snuifje samen.
Kiki wiebelde met haar zwarte snavel. “Teken je ook de grote eik waar ik mijn nest heb?”
“Toch zeker!” zei Toetje met een glimlach. Ze pakte haar bruine potlood en tekende een boom zo groot als haar poten konden tekenen.
Hoofdstuk 2: Een Kaart vol Dieren
Er kwamen steeds meer dieren bij Toetje zitten. Fie de kikker wilde de vijver op de kaart. “Anders weet niemand waar mijn huis is,” kwaakte ze.
“Hop, hop, de vijver erbij!” zei Toetje. Ze maakte een blauwe vlek en Fie sprong tevreden.
Miep het muisje piepte zacht: “En mijn bessenstruik dan?”
“Die hoort er ook bij!” zei Toetje. Met rood en blauw stipte ze bessen op de kaart.
Toen kwam Slakje, heel langzaam. “Mag ik er ook op?” vroeg Slakje voorzichtig.
“Toch wel, Slakje! Waar woon jij?”
“Onder de paddenstoelen,” zei Slakje zachtjes.
Toetje tekende kleine paddenstoelen. Maar opeens stootte Snuifje zijn poot tegen het papier. De kaart schoof weg en viel in een modderplas!
“Oh nee!” riepen alle dieren.
Maar Toetje lachte. “Dat is niet erg! Nu is onze kaart extra bijzonder. Een beetje modder hoort bij het bos!”
Hoofdstuk 3: Samen Kijken
Nu zaten alle dieren rondom de kaart. Ze keken goed. “Waar is de grote steen?” vroeg Fie.
Toetje keek naar haar kaart. “Die ben ik vergeten!” Ze tekende snel een grijze steen.
Miep wees: “En de wilde bloemen?”
“Hop, hop, bloemen erbij!” zei Toetje vrolijk. Overal op de kaart kwamen er kleurrijke bloemen.
Kiki fladderde. “Wat is dat vlekje daar?”
“Toetje's schild!” giechelde Snuifje. Want Toetje had haar eigen schild midden in het bos getekend.
Iedereen lachte. Fie kwaakte blij: “Wat een mooie kaart! Nu weten we waar iedereen woont.”
Slakje zei zacht: “Dank je, Toetje. Jij hebt naar iedereen geluisterd.”
Toetje glimlachte. “Samen tekenen is leuk. Ik vind het fijn dat jullie vertellen wat belangrijk is.”
Ze rolden het papier op en droegen het samen naar de grote eik. Ze hingen de kaart op, precies waar ieder dier hem kon zien.
Daar zaten de dieren samen in de zon. Toetje voelde zich warm vanbinnen. Iedereen had mee mogen doen en Toetje had goed geluisterd.
“Volgende keer tekenen we mijn wortel!” riep Snuifje.
“Of mijn nest!” kraaide Kiki.
Toetje lachte. “Dan maken we een heeele grote kaart. Met plek voor iedereen.”
En zo bleef het bos vrolijk, met dieren die samen lachten, tekenden en goed naar elkaar luisterden.