Hoofdstuk 1: Een Briefje op de Doos
Sneeuwvlokken dwarrelden zachtjes naar beneden in het vrolijk versierde bos. Overal hingen lichtjes en slingers. In het midden van het bos stond het kleine knusse huisje van Beer Bram. In de woonkamer glinsterde de kerstboom in het zachte licht. Beer Bram maakte een warme chocolademelk klaar in de keuken. Terwijl hij roerde, hoorde hij opeens een zacht getik op de deur.
“Wie zou dat zijn?” mompelde Bram nieuwsgierig. Hij trok zijn dikke sjaal aan en deed de deur open. Op de drempel lag een kartonnen doos. Er zat een klein briefje op geplakt met grote, dikke letters: ‘Draai mij om!'
Bram keek verbaasd. “Wat gek! Er staat niks op de doos, behalve dat briefje.” Hij tilde de doos op. Ze was helemaal leeg! Maar het briefje fladderde bijna vanzelf in zijn poot. “Draai mij om,” fluisterde Bram zachtjes.
Voorzichtig draaide hij de doos om en plotseling sprongen er allemaal gekleurde slingers uit! Ze vlogen door de lucht als kleine regenbogen. Bram giechelde. “Wat een verrassing!” riep hij vrolijk.
Uit de hoek van de kamer klonk een ondeugend gegiechel. Het was Lars, de Lutin Farceur! Zijn felgroene muts schommelde heen en weer en zijn wangen waren zo rood als kerstballen.
“Haha! Grapje! Heb je er zin in, Bram?” lachte Lars en sprong van zijn schommelstoel. “Kerst kan niet zonder een beetje magie en gekkigheid, toch?”
Bram lachte en knikte. “Maar wat is er nog meer verstopt, Lars?” vroeg hij nieuwsgierig.
Lars keek geheimzinnig en wees naar de boekenplank. “Kijk daar maar eens goed, Beer Bram!”
Bram liep naar de plank en zag dat alle boeken overhoop lagen. De boeken over sneeuw stonden in de zomerhoek, het receptenboek stond ondersteboven, en de sprookjesboeken waren gewoon verdwenen!
“Wat is hier gebeurd?” riep Bram verbaasd.
Lars sprong op een boek, boog diep en zei: “Wel, ik wilde eens wat verwarring zaaien. Maar eh… nu weet ik niet meer waar het grote kerstverhalenboek ligt.”
Bram schudde zijn hoofd en lachte breed. “We moeten het kerstverhalenboek terugvinden, want zonder dat boek kunnen we geen kerstverhalen vertellen vanavond!”
Samen begonnen ze te zoeken. Lars stopte zijn hand in een sok en trok er een wortel uit. “Oeps, niet wat ik zocht!” giechelde hij. Bram tilde een kussen op en vond… een kerstbal.
Toen hoorde Bram iets rammelen in de keuken.
Hoofdstuk 2: Het Grote Zoekfeest
In de keuken stond de koektrommel te wiebelen. “Heb jij de trommel aangeraakt, Lars?” vroeg Bram, verbaasd.
Lars schudde zijn hoofd. “Nee, beloofd! Ik ben niet zo snel vandaag.”
Langzaam kroop Bram naar de trommel en opende het deksel. Tot zijn verbazing sprongen er vijf peperkoekmannetjes uit! Twee hadden sjaals om, één droeg een kleine bril en eentje zwaaide zelfs met een wit vlaggetje.
“Goeiemorgen, Beer Bram!” riep het mannetje met de bril. “We zijn op zoek naar ons huis. We weten niet meer waar het is!”
Bram en Lars keken elkaar aan. “Misschien hebben we tijdens het grapjes maken niet alleen boeken omgewisseld, maar ook de huisjes van de koekmannetjes!” giechelde Lars.
“Ik zal jullie helpen zoeken,” zei Bram vriendelijk. Hij keek in kasten, onder de tafel en bij de oven. Uiteindelijk vond hij een huisje, helemaal verstopt achter de theepot.
“Hier is jullie huis!” riep Bram blij.
De peperkoekmannetjes juichten. Ze sprongen op hun huisje en maakten van krenten en smarties een vrolijk pad naar hun deur.
Lars lachte. “Nu nog het kerstverhalenboek vinden!”
Ze gingen samen verder zoeken. In de schuur troffen ze de versierde slee, maar de belletjes zaten aan de bezem vast. “Lars!” riep Bram plagerig. “Heb jij de belletjes verwisseld met de bezem?”
Lars kroop beschaamd onder zijn groene muts. “Ja, die vond ik zo saai zonder belletjes.”
Samen maakten ze het weer goed. Ze knoopten de belletjes terug aan de slee en de bezem stond weer netjes in de hoek. Bram tuurde in een doos onder het stapelbed, maar daar zat alleen een mop over een sneeuwpop.
Bram zuchtte. “Het kerstverhalenboek is nergens te vinden!”
Plotseling hoorde hij een zacht liedje uit de woonkamer komen.
Hoofdstuk 3: Het Lied van het Boek
Bram en Lars renden naar de woonkamer. Daar zagen ze het grote kerstverhalenboek, midden op de vloer. Rond het boek stonden de andere sprookjesboeken. Ze hielden elkaars kaft vast en zongen samen een kerstliedje.
“Kom erbij!” riepen ze vrolijk.
Bram lachte en ging erbij zitten. Lars sprong op de tafel en maakte een buiging. “Zie je nu, Bram? Met een beetje chaos komt soms iets heel moois. De boeken zingen samen en niemand hoeft zich alleen te voelen.”
Het kerstverhalenboek opende zich vanzelf. Op de eerste bladzijde stond met gouden letters: ‘Voor iedereen die zich gezien wil voelen, groot of klein, beer of elf, samen vieren we het kerstfeest.'
Bram voelde een warme gloed in zijn buik. “Bedankt, Lars. Jij hebt me laten zien dat het oké is om soms een beetje in de war te zijn. Het belangrijkste is dat we samen zijn,” zei Bram zacht.
Lars knikte. “En dat niemand wordt vergeten! Zelfs niet het kleinste peperkoekmannetje, of het stilste boek.”
Toen kwamen ook de andere dieren het huisje binnen: Muis met haar wollen sjaal, Vos met haar rode staart en zelfs de oude Uil met zijn brilletje. Iedereen bracht iets mee: koekjes, een liedje, een mop, of gewoon een warme knuffel.
Samen zaten ze rondom de kerstboom, luisterden naar de verhalen, proefden de koekjes en lachten om de grappen van Lars. Zelfs het kerstverhalenboek giechelde zachtjes mee.
Hoofdstuk 4: De Kerstknuffel
De avond viel en buiten twinkelden de sterren. In het huisje was het warm en licht. De dieren sloten hun ogen even en droomden weg bij het haardvuur.
Bram keek naar Lars. “Weet je, jouw grapjes zijn soms een beetje lastig, maar zonder jou was het hier niet zo magisch geweest.”
Lars glimlachte breed. “Beloofd, volgend jaar maak ik nog meer gekke grappen. Maar ik help dan ook alles weer op te lossen.”
Bram knikte tevreden. “Afgesproken! Dan drinken we samen chocolademelk en vertellen we weer verhalen voor iedereen die er wil bij zijn.”
En zo, op die fijne kerstavond, voelde niemand zich alleen. Elk dier, elk boek, zelfs de gekste lutin farceur, hoorde erbij. En in het licht van de kerstboom gaven ze elkaar een grote kerstknuffel.
Dat was het mooiste cadeau: samen zijn, lachen, soms een beetje chaos, maar vooral nooit vergeten dat iedereen meetelt op het kerstfeest.