Bezig met laden...
Verhaal over Pasen 11/12 jaar Lezen 24 min.

Het doorzichtige paasei en de glans die je deelt

Tijdens een paaseierenzoektocht ontdekken Milan, Noor, Aya en Lina mysterieuze doorzichtige eieren die hen op een geheimzinnige tocht leiden en leren dat samenwerken belangrijker is dan winnen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een twaalfjarige jongen met een kalme glimlach en verwonderde ogen, warrig bruin haar, blauwe jas en spijkerbroek, houdt voorzichtig een groot doorschijnend ei dat lichtgouden vlekken verspreidt; rechts Noor, een levendige tomboy van ongeveer tien, blond in paardenstaart, roze T‑shirt en groene legging, lacht en probeert een klein lichtsterretje te vangen; links Aya, ongeveer elf, met getinte huid en zwarte vlecht, draagt een geel jasje en houdt een kleiner transparant ei, geconcentreerd naar het centrale ei kijkend; op de achtergrond Lina, ongeveer twaalf, lichtbruin krullend haar en bloemenjurk, staat iets teruggetrokken met een rieten mand en een ontroerde blik. Locatie: een lentig park met een grote treurwilg, een fonkelende vijver, groene grasmat met glinsterende druppels, houten bank en vage spelende kinderen; het beeld in papiercollage‑stijl met zichtbare randen, gerecycleerde papiertexturen, verzadigde pastelkleuren, zachte avondzon en lichte schaduwen; compositie gecentreerd en kindvriendelijk, het viertal vormt een kring rond het magische ei waaruit warme gele, zachtroze en hemelsblauwe lichtvlekjes opstijgen en op manden en jassen neerdalen. meld een probleem met deze afbeelding

1. De geur van chocolade in de lucht

Milan was twaalf en het soort jongen dat zelden haast had. Niet traag, eerder… rustig blij. Alsof er altijd een zacht muziekje in hem speelde dat alleen hij kon horen.

Op Paasochtend werd hij wakker van iets dat nóg sterker was dan het muziekje: de geur van warme chocolademelk en versgebakken broodjes. Vanuit de keuken klonk het gerinkel van lepels en het snelle praten van zijn zus Noor.

“Hij slaapt door Pasen heen!” riep Noor.

“Onmogelijk,” mompelde Milan, en hij rolde uit bed. Hij trok zijn hoodie aan, stopte zijn haar in ongeveer de juiste richting en liep naar beneden.

Op tafel stonden een schaal met broodjes, een mand met gekookte eieren in felle kleuren en een kom met gras van groen papier. Zijn moeder had er kleine chocolaatjes tussen verstopt. Zijn vader had een paashaasorenband op, wat op zich al een soort traditie was.

“Goedemorgen, Paaskampioen,” zei zijn vader plechtig.

“Ik ben geen kampioen,” zei Milan.

“Noch een haas,” voegde Noor eraan toe. Ze pakte een roze ei en tikte het tegen haar voorhoofd. “Kijk, ik ben een eenhoorn.”

Milan grijnsde. “Dat verklaart veel.”

Na het ontbijt zette zijn moeder een kaart op tafel. Daarop stond met dikke stift: JACHTREGELS: SAMEN ZOEKEN, SAMEN DELEN.

“Geen geduw. Geen gegrabbel,” zei ze. “En als iemand iets bijzonders vindt, roep je de rest erbij.”

Noor zuchtte. “Samen delen, ja ja.”

Milan knikte. Hij vond dat eigenlijk best logisch. Pasen was al leuk genoeg zonder ruzie.

Buiten scheen de zon alsof hij speciaal voor vandaag was opgepoetst. In de tuin glinsterden dauwdruppels op het gras. Achterin stond de oude kersenboom, net met de eerste roze bloesem. De tuin was niet enorm, maar op Paasochtend leek hij altijd groter, alsof er tussen de struiken extra ruimte zat voor geheimen.

“Start!” riep zijn vader, en hij blies op een fluitje dat veel te hard klonk.

Milan begon bij het schuurtje, Noor rende direct naar de trampoline. Hun buurmeisje Aya—die ook was uitgenodigd—knielde bij het bloemenperk en keek alsof ze een detective was.

“Zie je iets?” fluisterde Milan.

Aya wees naar een klein hoopje mos. “Daar… iets glimt.”

Milan bukte en vond een zilveren chocoladewikkel. Geen ei. Wel een aanwijzing? Hij keek rond en zag het: een klein, doorzichtig ei, half verstopt tussen de wortels van de kersenboom. Niet van plastic, niet van suiker. Het leek van glas, maar dan warmer. Alsof het van licht was gemaakt.

Hij pakte het voorzichtig op. Het voelde verrassend licht, alsof het van lucht was.

“Milan!” riep Noor vanaf de trampoline. “Ik heb er drie!”

Milan wilde iets terugroepen, maar hij bleef kijken naar het ei. In de schaduw was het bijna onzichtbaar. Alleen de rand lichtte op, heel zacht.

Aya kwam dichterbij. “Wat heb je daar?”

“Geen idee,” zei Milan. “Het is… doorzichtig.”

Aya's ogen werden groot. “Dat hoort niet bij de supermarkt-variant.”

Milan lachte. “Denk je?”

Hij hield het ei omhoog. In de zon gebeurde er iets. In het midden verscheen een symbool, alsof iemand met een gouden pen op het ei tekende. Een soort ster met een spiraal erin. Het flitste even, niet fel, meer als een knipoog.

Noor kwam aanrennen. “Wat staan jullie te fluisteren? Hebben jullie een mega-ei gevonden?”

Aya wees. “Kijk.”

Noor staarde. “O wauw. Dat is… echt.”

Milan voelde een kriebel in zijn buik, alsof het zachte muziekje in hem ineens een sneller ritme kreeg. “Volgens mam moesten we erbij roepen als het bijzonder is,” zei hij.

Noor rolde met haar ogen, maar ze grijnsde. “Oké dan. Pap! Mam! Kom kijken!”

2. Het ei dat de zon begrijpt

Binnen een minuut stonden zijn ouders erbij. Zijn vader boog zich voorover alsof hij het ei wilde ondervragen.

“Waar heb je dit vandaan?” vroeg zijn moeder.

“Onder de kersenboom,” zei Milan. “Het laat een teken zien in de zon.”

Zijn moeder draaide het ei voorzichtig tussen haar vingers. “Wat een prachtig ding. Het lijkt… oud en nieuw tegelijk.”

Zijn vader zette zijn haasoren recht. “Misschien is het van de paashaas. Een VIP-ei.”

Noor snifte. “De paashaas doet niet aan VIP. Die is sociaal.”

Aya lachte. “Misschien is het een puzzel.”

Milan hield het ei weer in het zonlicht. Het symbool verscheen opnieuw, nu iets duidelijker. De spiraal leek te draaien, maar als je knipperde, stond hij weer stil.

Zijn moeder keek naar de kaart met jachtregels. “Samen zoeken, samen delen,” zei ze. “Als dit een aanwijzing is, doen we het met z'n drieën.”

Noor wilde meteen rennen. “Waarheen dan?”

Milan bewoog het ei. Het symbool verschoof, als een kompas dat geen noorden kende. Toen hij een stap naar links deed, lichtte één punt van de ster iets feller op.

Aya kneep haar ogen samen. “Probeer richting de schuur.”

Ze liepen met z'n drieën naar de schuur. Elke keer als Milan een paar stappen zette, veranderde het licht. Bij de regenton naast de schuur gloeide de ster duidelijk. De spiraal in het midden leek even op te lichten alsof hij “hier” zei.

Noor tikte op de ton. “Nou? Moet er een geheime deur open?”

“Misschien onder,” zei Aya. Ze knielde en stak haar hand achter de ton. “Au—nee, geen au, wacht… ik voel iets.”

Ze trok een klein houten kistje tevoorschijn. Het zat onder de modder, maar het dekseltje had een uitgesneden vorm: precies het symbool van het ei.

Milan keek naar Noor. Noor keek naar Aya. Aya keek naar Milan. Het was zo'n moment waarop je met z'n drieën tegelijk denkt: Dit is niet normaal. En tegelijk: Dit is fantastisch.

“Openen?” fluisterde Noor.

“Volgens de regels: samen,” zei Milan.

Noor stak haar tong uit. “Ja, baas.”

Ze legden hun handen op het kistje. Milan hield het doorzichtige ei boven het symbool. Zodra het ei het hout bijna raakte, klikte er iets. Niet hard, meer als een tevreden zucht.

Het deksel sprong open.

Binnenin lag geen goud, geen briefje, geen extra chocolaatjes (tot Noor's teleurstelling). Er lag een tweede ei, ook doorzichtig, maar kleiner. En daarnaast een opgerolde strook papier.

Aya pakte het papier en rolde het uit. Er stond met sierlijke letters: DRIE VRIENDEN, DRIE STAPPEN. ZOEK HET LICHT DAT ZINGT.

Noor fronsde. “Licht dat zingt? Bestaat dat?”

Milan luisterde. In de verte hoorde hij… niets bijzonders. Alleen vogels en een buurman die iets met een grasmaaier deed alsof het een vijand was.

“Misschien bij de vijver?” zei Aya. “Daar is veel licht.”

“Wij hebben geen vijver,” zei Noor.

“De buurt heeft er één,” zei Aya. “In het park.”

Milan keek naar zijn moeder, die net deed alsof ze heel normaal was. “Mam, mogen we naar het park?”

Zijn moeder keek naar de zon en naar hun blije gezichten. “Neem je telefoon mee. En Noor, geen sprinten over de straat alsof je onzichtbaar bent.”

Noor deed alsof ze een helm opzette. “Veiligheid eerst!”

Milan stopte het grotere ei in zijn jaszak en Aya het kleinere. Het papier ging in Noor's achterzak, half zichtbaar als een vlaggetje.

Ze vertrokken, met Pasen in hun rug en een geheim in hun zak.

3. Het park vol verborgen glans

Het park was druk. Kinderen met mandjes renden over het gras. Ouders liepen erachteraan met koffie en een blik die zei: dit is gezellig, maar ook vermoeiend.

Aan de rand van het park stond een kraampje met beschilderde eieren. Een man met een strooien hoed riep: “Eieren schilderen! Kleur je geluk!”

Noor wilde meteen stoppen. “We kunnen een ei schilderen als camouflage!”

Aya trok haar mee. “Eerst het licht dat zingt.”

Milan liep rustig door, maar zijn vingers hielden het ei stevig vast in zijn zak. Het voelde warmer dan eerst. Alsof het wist dat ze dichterbij kwamen.

Bij de vijver—die de buurt dus wél had—scheen de zon op het water. Het oppervlak glinsterde als een duizend stukjes folie. Eenden dobberden alsof ze toeschouwers waren.

“Oké,” zei Noor. “Waar zingt het licht?”

Milan haalde het ei tevoorschijn. In het zonlicht verscheen het symbool meteen. Deze keer trilde de spiraal echt, heel subtiel. En Milan hoorde iets. Geen muziek in zijn oren, maar meer in zijn hoofd. Een zacht “ting-ting” alsof iemand met een lepeltje tegen glas tikte.

Aya keek naar haar kleinere ei. “Bij mij ook. Hoor je dat?”

Noor kneep haar ogen dicht. “Ik hoor vooral mezelf denken dat ik honger heb.”

Milan lachte. “Probeer niet te denken aan eten.”

Noor opende één oog. “Dat is onmogelijk.”

Ze liepen langs de vijver. Het “ting-ting” werd iets duidelijker bij een oude wilgenboom die met zijn takken bijna het water raakte. Op de stam zat een houten bordje: VOER DE EENDEN NIET (ZE WORDEN BRUTAAL).

Noor stak haar kin omhoog. “Ik word ook brutaal als ik geen brood krijg.”

Aya wees naar de wortels van de wilg. Daar zat een klein metalen ringetje in de grond, bijna verstopt onder bladeren.

“Een luik?” fluisterde Milan.

Ze veegden samen de bladeren weg. Er zat een plat, rond deksel, als een putdeksel maar dan mini. In het midden: weer datzelfde symbool, alleen nu in metaal.

Milan hield zijn ei erboven. Aya hield het kleinere ernaast. Twee symbolen in de zon. De spiraal in beide eieren lichtte tegelijk op.

Noor haalde het papier tevoorschijn. “Drie vrienden, drie stappen… We hebben nu twee eieren. Misschien is de derde stap… met z'n drieën tegelijk?”

“Of we hebben een derde ei nodig,” zei Aya.

Milan keek rond. Overal kinderen. Overal eieren. Maar geen doorzichtige.

Hij zag een meisje van zijn leeftijd bij het water staan. Ze had een mandje met gewone eieren en keek sip naar de grond, alsof ze iets kwijt was.

Milan liep erheen. “Hé, zoek je iets?”

Het meisje knikte. “Ik had een speciale. Mijn oma zei dat ik er voorzichtig mee moest zijn. Maar hij is weg.”

Noor kwam erbij. “Hoe speciaal?”

“Doorzichtig,” zei het meisje zacht. “Met een teken erin.”

Milan voelde zijn hart een beetje springen. “Dat… dat zoeken wij ook.”

Aya wees naar het luik. “Misschien hoort het hierbij. Hoe heet jij?”

“Lina,” zei het meisje.

Milan stak zijn hand uit. “Ik ben Milan. Dit is Noor en Aya. Wil je samen zoeken? We hebben er al twee.”

Lina's ogen werden groot. Eerst wantrouwig, toen hoopvol. “Jullie… delen?”

Noor trok een gezicht alsof ze een citroen proefde, maar ze knikte. “Volgens de regels. En oké, ook omdat dit cool is.”

Lina glimlachte voor het eerst. “Ik denk dat ik mijn ei verloor bij het kraampje met verf. Ik ging kijken en toen—poef.”

Ze liepen met z'n vieren terug. Bij het kraampje stond de man met de strooien hoed eieren te beschilderen. Zijn vingers waren helemaal blauw, alsof hij net een smurf had gehigh-fived.

“Zoeken jullie iets?” vroeg hij vrolijk.

“Nope,” zei Noor te snel.

Milan zei: “Een doorzichtig ei. Misschien is het gevallen.”

De man keek even heel scherp. Toen glimlachte hij weer, maar anders. “Doorzichtig, zeg je? Dat zie je niet elke dag.”

Aya keek onder de tafel. “Hier! Lina, kijk!”

Onder de tafel lag een ei dat bijna niet te zien was. Toen Lina het oppakte en in het zonlicht hield, verscheen het symbool.

“Ja!” riep Lina, zo hard dat een eend verontwaardigd kwakend wegzwom.

De man met de strooien hoed knipoogde. “Soms vindt Pasen jou, in plaats van andersom.”

Noor fluisterde: “Wie zegt dat nou?”

Milan lachte, maar hij voelde opnieuw die kriebel. Alsof de dag meer wist dan zij.

4. Drie eieren en een luik

Terug bij de wilg gingen ze rond het luik staan. Drie doorzichtige eieren glansden in de zon: Milan's grote, Aya's kleine en Lina's ei dat precies ertussenin zat.

Noor las de tekst weer hardop. “Drie vrienden, drie stappen.”

“Maar wij zijn met vier,” zei Noor, en ze keek even moeilijk.

Milan stootte haar zacht aan. “Vriendschap is geen rekensom. Jij bent ook nodig.”

Aya knikte. “Misschien is ‘drie' gewoon het aantal eieren. Noor is… de teamcoach.”

Noor zette haar handen in haar zij. “Eindelijk respect.”

Ze legden de drie eieren in een driehoek rondom het metalen symbool. Milan hield zijn hand boven het midden. Aya en Lina deden hetzelfde. Noor legde haar hand er bovenop, alsof ze een stapel pannenkoeken vasthield.

“Oké,” fluisterde Milan. “Samen.”

Het licht veranderde. Niet alsof de zon weg was, maar alsof er een extra zonnetje onder het luik wakker werd. Het “ting-ting” werd een heldere trilling, bijna als een bel.

Klik.

Het luik schoof een stukje opzij. Een geur van natte aarde en iets zoets—alsof iemand ergens diep beneden citroensnoepjes had verstopt—steeg op.

Noor sprong achteruit. “Oké, dat is officieel magie.”

Aya boog voorover. In de opening zat een smalle trap naar beneden, met aan de zijkant kleine lampjes die vanzelf aangingen. Ze gloeiden zacht geel, zoals vuurvliegjes zouden doen als ze besloten in een rij te lopen.

Lina slikte. “Durven we?”

Milan keek naar het water, de eenden, de mensen. Niemand leek het te zien. Het was alsof het luik een geheim was dat alleen zichtbaar werd voor wie samenwerkte.

“Alleen even,” zei Milan. “En we gaan samen, stap voor stap.”

Noor probeerde stoer te klinken. “Ik ga voorop. Als er een draak is, praat ik hem om.”

Aya grinnikte. “Met je hongerige onderhandelingstechnieken.”

Ze daalden af. De trap voelde koel. Hun voetstappen klonken zacht, alsof de lucht hier dikker was. Beneden kwamen ze in een kleine ruimte, niet groter dan een klaslokaal. De wanden waren van steen, maar er groeiden kleine plantjes in de kieren, fris en groen.

In het midden stond een sokkel met daarop… een mand. Een echte rieten mand, met groen papiergras erin. En in het gras lag één groot, doorzichtig ei. Veel groter dan Milan's. Het was zo groot als een voetbal.

Toen Milan dichterbij kwam, liet het ei een symbool zien. Niet alleen de ster met de spiraal, maar ook iets eromheen: drie kleine stippen die met een lijn verbonden waren. Het leek op… mensen die elkaars handen vasthielden.

“Dat is,” fluisterde Lina, “ons.”

Noor leunde voorover. “Dus we zijn… gekozen? Door een ei?”

Aya wees naar de rand van de sokkel. Daar stond tekst in dezelfde sierlijke letters: HET EERSTE EI IS KLEUR. HET TWEEDE IS LICHT. HET DERDE IS SAMEN.

Milan voelde zijn keel even dik worden, op een fijne manier. “Samen,” zei hij.

Noor keek naar de mand. “Is er ook chocola? Ik vraag het voor de wetenschap.”

Aya schudde lachend haar hoofd. “Dit is de beloning.”

Milan stak zijn handen uit naar het grote ei, maar hij raakte het nog niet aan. “Wat doen we ermee?”

Het ei leek een beetje te gloeien, alsof het antwoord wilde geven. Toen, heel zacht, hoorde Milan een stem. Niet hard, niet eng. Meer alsof iemand vlakbij een verhaal vertelde.

“Breng het naar boven,” leek het te zeggen. “Laat het de zon zien. En deel de glans.”

Lina keek Milan aan. “Hoor jij dat ook?”

Aya knikte langzaam. “Ja.”

Noor fronste. “Ik hoor… oké, ik hoor iets. Alsof het ei in mijn hoofd tikt.”

Milan glimlachte. “Dan zijn we het eens.”

Ze pakten het ei met z'n vieren op. Het was licht, maar ze deden alsof het zwaar was, uit respect. Hun vingers raakten elkaar aan rondom het gladde oppervlak.

“Niet laten vallen,” zei Noor, “want dan moeten we het lijmen met paasverhalen.”

Samen droegen ze het naar boven. Het luik bleef open, geduldig, alsof het hun tempo accepteerde.

5. De glans die je kunt delen

Boven aan de trap sloeg de zon hun tegemoet. Het grote ei werd meteen helder, alsof het van binnenuit lachte. Het symbool verscheen, groot en goud, en nu gebeurde er iets nieuws: er schoten kleine lichtvlekjes uit, als mini-sterretjes, die op het gras dansten.

Kinderen die in de buurt aan het spelen waren, stopten. Een jongetje wees. “Kijk! Glitters!”

Een meisje met een mandje riep: “Is dat een… superpaasei?”

Ouders kwamen dichterbij, nieuwsgierig maar niet boos. Het voelde alsof het park even stil werd, op een vrolijke manier. Zelfs de eenden leken te kijken.

Milan keek naar Aya, Lina en Noor. “Wat nu?”

Aya dacht snel. “De tekst zei: deel de glans.”

Noor stak haar hand in de lucht alsof ze in de klas zat. “Ik stel voor: iedereen krijgt een beetje magie, en ik krijg—”

“Minder praten,” zei Aya, “meer delen.”

Noor zuchtte dramatisch. “Oké, oké.”

Milan zette het grote ei voorzichtig op het gras, in het zonlicht. De lichtvlekjes sprongen verder. Ze landden op mandjes, op jassen, op handen. Overal waar zo'n vlekje kwam, leek de kleur net iets helderder te worden. Rood werd roder, geel werd zonniger, blauw werd dieper. Zelfs de grijze stoep kreeg een warme glans, alsof hij zich opeens ook bij het feest hoorde.

Een klein kind giechelde en riep: “Mijn ei lacht!”

Een oudere jongen—zeker dertien, dus officieel “te cool”—keek naar zijn paasei en grijnsde toch. “Oké, dat is best vet.”

Lina keek opgelucht, alsof er een knoop loskwam. “Mijn oma zei dat het ei geluk brengt als je het niet voor jezelf houdt.”

Milan knikte. “Ze had gelijk.”

De man met de strooien hoed stond aan de rand van de groep. Hij had ineens geen kraam meer bij zich, alsof hij er gewoon was komen aanwaaien. Hij stak zijn duim op en riep: “Zo hoort het!”

Noor fluisterde tegen Milan: “Ik vertrouw hem niet helemaal, maar ik vind hem wel grappig.”

Aya grinnikte. “Magisch verdacht.”

Het grote ei begon langzaam minder te gloeien, niet omdat het op was, maar alsof het tevreden was. Het symbool bleef nog even zichtbaar, en toen werd het weer bijna doorzichtig.

Milan voelde een zachte rust. Geen stormachtige magie, geen vuurwerk. Gewoon… licht dat je deelt, en dan wordt het genoeg voor iedereen.

Een vrouw met een kinderwagen zei: “Wat een mooie traditie. Hebben jullie dit bedacht?”

Milan haalde zijn schouders op. “We vonden het. Samen.”

Noor knikte driftig. “Samen! En ik heb honger.”

Aya stootte haar. “Dat is geen waarde, Noor.”

“Nooit onderschatten,” zei Noor serieus, “de kracht van een snack.”

Ze lachten met z'n vieren. En op dat moment leek het park nog warmer, alsof de lente even dichterbij kwam zitten.

6. Een belofte in het laatste zonlicht

Aan het eind van de middag zaten ze weer bij Milan thuis aan tafel. Er was taart, er waren paaskoekjes, er waren eieren die inmiddels allemaal waren gevonden (Noor hield de score bij alsof het een sport was).

Het grote doorzichtige ei stond op de vensterbank. In de schaduw was het bijna onzichtbaar, maar zodra de zon er langs streek, zag je het symbool heel vaag, als een herinnering die niet weg wil.

Milan's moeder schonk thee in. “Jullie zagen eruit alsof jullie een avontuur hadden,” zei ze, met die blik van ouders die meer vermoeden dan ze zeggen.

Noor praatte door elkaar heen. “We hadden een luik en lampjes en een ei zo groot als—”

Aya onderbrak haar netjes. “We hebben vooral geleerd dat het werkt als je samen blijft.”

Lina knikte. “En dat je iets bijzonders niet hoeft te bewaren alsof het van jou alleen is.”

Milan keek naar het ei op de vensterbank. Hij dacht aan het symbool: drie stippen, verbonden. Het voelde als een klein touwtje om zijn hart, maar dan een fijn touwtje dat je niet vastzet, alleen herinnert.

“Volgend jaar weer?” vroeg Noor, met een mond vol koekje.

Aya veegde kruimels van de tafel. “Als het ei terugkomt.”

Lina glimlachte. “Ik denk dat het komt als wij terugkomen.”

Milan leunde achterover en keek naar de laatste strook zonlicht op de vloer. “Dan spreken we af,” zei hij rustig. “Volgend Pasen. We zoeken weer. Samen. En als de glans er is, delen we hem.”

Noor hief haar glas limonade. “Op samen. En op snacks.”

Aya proestte. Lina lachte. Milan voelde het zachte muziekje in hem weer rustig worden, alsof het tevreden rondjes draaide.

Buiten werd de lucht goud. Heel even leek het doorzichtige ei op de vensterbank te knipogen, precies op het moment dat Milan terugknipoogde.

En hij wist het zeker: dit was geen avontuur dat “klaar” was. Het was een belofte. Een die wachtte tot ze terug zouden komen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Paasochtend
De ochtend van Pasen, een feestdag waarop vaak eieren gezocht worden.
Gerinkel
Het geluid van kleine harde dingen die zacht tegen elkaar slaan.
Bloesem
De bloemen die aan bomen verschijnen in het voorjaar, vaak klein en zacht.
Doorzichtig
Iets waar je doorheen kunt kijken, alsof het bijna geen kleur heeft.
Aanwijzing
Een hint of tip die je helpt iets te vinden of te begrijpen.
Kompas
Een klein instrument of beeld dat helpt je richting te vinden.
Regenton
Een grote ton waarin regenwater wordt opgevangen om later te gebruiken.
Opgerolde strook papier
Een smal papiertje dat is opgerold, vaak met een brief of boodschap erin.
Sierlijke letters
Mooie, versierde letters die er netter en kunstzinniger uitzien.
Sokkel
Een verhoging of voetstuk waarop iets belangrijks wordt gezet.
Symbool
Een teken of beeld dat iets anders, zoals een idee, voorstelt.
Spiraal
Een draaiende vorm die van binnen naar buiten of andersom kringelt.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Verhalen over Pasen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.