Finn is drie jaar oud. Hij heeft krullen en een vrolijke lach. Op een zonnige ochtend hoort Finn iets raars in de tuin. “Wat is dat voor geluid?” fluistert Finn. Hij kijkt onder de struiken en ziet een glinsterend papiertje. Het is een schatkaart! Finn voelt zich dapper. Hij loopt naar zijn knuffelaap, Sam. “Kom, Sam! We gaan op avontuur!”
Samen volgen ze de kaart. De wind ruikt naar gras en bloemen. De vogels zingen zachtjes. Finn stapt over steentjes en voelt het zachte mos onder zijn voeten. “Kijk, Sam! Een pijl op de grond!” roept Finn. Ze volgen de pijl naar het grote, oude eikenboom.
Bij de boom zit poes Mila. “Miauw, wat zoeken jullie?” vraagt Mila. Finn glimlacht. “We zoeken een schat, Mila! Ga je mee?” Mila springt vrolijk mee. Samen zoeken ze bij de wortels van de boom. Finn voelt iets hards. “Voel eens, Sam!” zegt hij. Het is een kleine, houten kist.
Finn probeert de kist open te maken. Het lukt niet. “We moeten slim zijn,” zegt hij zacht. Mila tikt met haar poot en de kist gaat open. Binnenin ligt een mooie, gouden steen. Finn kijkt verbaasd. “Wauw! Wat glanst hij mooi!”
Opeens hoort Finn stemmen. Twee konijntjes komen aangelopen. “Jullie hebben de schat gevonden!” zegt het grootste konijntje. “Maar de steen hoort bij onze familie. Zonder de steen kan mama konijn niet meer haar mooie verhalen vertellen.”
Finn denkt even na. “We willen graag helpen,” zegt hij dapper. “Wij geven de steen terug als jullie beloven nooit meer stiekem bloemen uit de tuin te verkopen.” De konijntjes knikken. “Beloofd!” piepen ze blij.
Finn geeft de steen aan het grootste konijntje. Iedereen is blij. Samen dansen ze in de zon. De lucht ruikt nu naar regenboogbloemen. Finn lacht. “Vrienden helpen elkaar altijd,” zegt hij trots.
Als de zon zakt, gaan Finn, Sam en Mila terug naar huis. Finn voelt zich trots en blij. Hij fluistert: “Wat een mooi avontuur.” Sam knuffelt zachtjes terug. Finn sluit zijn ogen. Alles is rustig en fijn. Het avontuur is voorbij, maar de vriendschap blijft altijd.