Bezig met laden...
Tijdreisverhaal 9/10 jaar Lezen 19 min.

De tijdwekker van Lieke

Lieke en haar buurjongen Bram ontdekken een mysterieuze tijdwekker in de schuur die hen per ongeluk naar de toekomst brengt, waar ze leren dat wachten en tijd vullen essentieel zijn voor hun avontuur. Tijdens hun reis ontmoeten ze Opa Tiko, een Tijdmeester, die hen belangrijke levenslessen leert.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 10-jarig meisje, genaamd Lieke, met blonde haren in vlechten en nieuwsgierige ogen, staat in een oude houten schuur. Ze heeft een verwonderde uitdrukking en houdt een koperen wekker met blauwe wijzers vast. Naast haar staat een 11-jarige jongen, Bram, met warrig bruin haar en een ondeugende glimlach, die de wekker aandachtig bekijkt. Hij leunt lichtjes naar voren, met zijn handen op zijn knieën. De schuur is gevuld met stoffige voorwerpen, met zacht licht dat door een vuil raam naar binnen valt en omgevallen bloempotten en een open oude houten doos verlicht. De situatie toont Lieke en Bram die de magische wekker ontdekken, met een sfeer van mysterie en avontuur in de lucht. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De schuur die altijd naar regen ruikt

Lieke was tien en vond dat tijd vaak treuzelde. Vooral op woensdagmiddag, als huiswerk “nog maar een klein beetje” was en toch steeds terugkwam als een vervelende vlieg.

Achter in de tuin stond de schuur. Die rook naar nat hout, roest en een beetje naar avontuur. Bram, de buurjongen, stond al bij de deur te wiebelen.

“Je zei dat je iets geks had gehoord,” fluisterde hij, alsof de hark mee kon luisteren.

“Niet gehoord,” zei Lieke. “Gezien.”

Ze duwde de deur open. Een streep zonlicht viel op een oude kist, half verstopt achter een stapel lege bloempotten. Op de kist zat een slot, maar het hing scheef, alsof het zelf ook nieuwsgierig was geworden.

Bram pakte het slot vast. “Dit is zo'n slot dat je met een blik open krijgt.”

“Dan kijk harder,” zei Lieke.

Met een klein klikje sprong het open. In de kist lag geen goud, geen kaarten en ook geen spinnenweb-kroon. Er lag een wekker. Maar niet zomaar eentje.

Hij was rond en koperkleurig, met twee belletjes bovenop. De wijzers waren blauw, alsof ze van de lucht waren gemaakt. En op de voorkant stond geen 1 tot 12, maar woorden: NU, STRAKS, OOI T, MORGEN, GISTER.

“Dat is… fout,” zei Bram. “Een wekker hoort cijfers te hebben.”

Lieke raakte het glas aan. Het voelde warm, alsof het net wakker was geworden.

Aan de zijkant zat een draaiknop met een pijl. Er stond: “Niet aan rommelen.

Bram las het hardop. “Niet aan rommelen.”

Ze keken elkaar aan.

“Oké,” zei Lieke. “Heel even dan.”

Ze draaide een klein stukje. De belletjes trilden, maar er kwam geen geluid. De schuur leek ineens stiller dan stil. Zelfs het stof hing alsof het vergat te vallen.

Toen flitste er licht, niet fel als een lamp, maar zacht als een zaklamp onder een deken. De lucht rook plots naar pepermunt.

“Eh… Lieke?” zei Bram. “Volgens mij is ‘heel even' nu.”

De vloer onder hun schoenen voelde als een trampoline die besloot toch maar een vloer te zijn. Alles draaide, maar Lieke werd niet misselijk. Ze voelde juist… licht. Alsof de tijd haar hand pakte en zei: kom maar mee.

En toen was de schuur weg.

Hoofdstuk 2: De toekomst met glazen bomen

Lieke knipperde. Bram deed het ook, maar sneller, alsof hij een wedstrijdje knipperen was begonnen.

Ze stonden nog steeds in een schuur. Tenminste: een plek die op een schuur leek. Alleen waren de muren glad en zilverachtig, en het rook naar schone lucht, alsof iemand net had gelucht met een enorme frisse hand.

Buiten het raam zag Lieke de tuin. Maar de tuin was anders. Er stonden bomen met bladeren die glansden als glas. En waar vroeger de oude schutting stond, liep nu een pad dat licht gaf, alsof de grond zelf een nachtlampje was.

Bram drukte zijn neus tegen het raam. “Onze tuin… maar dan… gepoetst door robots?”

Lieke keek naar de tijdwekker. De wijzers stonden niet op NU, maar op MORGEN. Of nee—op MORGEN met een extra streepje, alsof het “nog later dan morgen” bedoelde.

Ze liepen naar buiten. De lucht voelde warmer, maar niet benauwd. Boven hen zweefde iets dat op een vogel leek, maar het maakte geen vleugelslag. Het zoemde zacht en had een klein lampje op zijn buik.

“Een… vliegende lamp-vogel,” zei Bram bewonderend.

“Misschien is het een postduif,” grapte Lieke. “Dan brengt hij rekeningen.”

Ze volgden het lichtpad. Waar hun straat hoorde te zijn, stond nu een lange rij huizen met daken vol glimmende panelen. Op sommige muren groeiden planten in nette vakjes, alsof de huizen ook een moestuin hadden.

Een bord hing bij de hoek. De letters kwamen vanzelf tevoorschijn, alsof het bord kon raden dat Lieke wilde lezen:

WELKOM IN HET JAAR 2125 — RUSTIG LOPEN, DE TIJD IS GEEN RACE.

Bram slikte. “Twee… één… twee… vijf. Dat is echt veel later.”

Lieke voelde haar hart sneller gaan, maar niet van angst. Meer van spanning, alsof ze per ongeluk in een boek was gestapt dat nog niet uit was.

“Oké,” zei ze. “Regel één: we blijven bij elkaar.”

“Regel twee,” zei Bram, “we doen alsof we hier horen.”

Op dat moment rolde er iets om de hoek. Het was een klein wagentje, zo groot als een kruk. Het had ogen op een scherm en een vriendelijke piep.

“Hallo bezoekers!” zei het wagentje. “Bent u verdwaald in de tijd?”

Bram schoot in de lach. “Zelfs de wagentjes weten het.”

Lieke boog naar het scherm. “Eh… ja. Een beetje.”

“Geen probleem,” zei het wagentje opgewekt. “Wacht hier. Tijdmeester onderweg.”

“Een tijd… wat?” vroeg Lieke.

Het wagentje knipperde. “Tijdmeester. Hij houdt van regels. En van thee.”

“Dat klinkt al beter dan een boze agent,” fluisterde Bram.

Ze gingen op de stoeprand zitten. Lieke keek naar de tijdwekker. De belletjes bewogen heel zacht, alsof hij tevreden was.

“Waarom doet hij dit?” vroeg Bram.

Lieke haalde haar schouders op. “Misschien is hij verveeld. Of wij.”

Bram zuchtte. “Ik wou dat we gewoon terug konden.”

“Dat wil ik ook,” zei Lieke. “Maar eerst moeten we snappen hoe.”

Er kwam iemand aanlopen. Een oude man met een lange jas vol zakken. Zijn haar was wit en sprong alle kanten op, alsof het ook op avontuur wilde. In zijn hand droeg hij een theekopje dat niet mors te kunnen kennen.

“Ah,” zei hij, alsof hij ze al verwachtte. “Nieuwe tijdstappers. Ik ben Opa Tiko.”

Hoofdstuk 3: Opa Tiko en de regels van tijd

Opa Tiko keek niet streng, maar wel heel precies, zoals een opa die ziet dat je koekjes pakt vóór het eten en toch glimlacht.

“Laat eens zien,” zei hij.

Lieke gaf de tijdwekker. Opa Tiko hield hem dicht bij zijn oor, alsof hij naar een slak luisterde.

“Hij tikt anders,” mompelde hij. “Deze wekker is van het type ‘Eigenwijs en Ongeoorloofd'. Waar gevonden?”

“In onze schuur,” zei Bram.

“In uw schuur,” herhaalde Opa Tiko, alsof hij het woord proefde. “Schuren zijn gevaarlijk. Daar liggen altijd spullen die zeggen: ‘Gebruik mij!'”

Lieke voelde zich betrapt. “We draaiden maar een klein beetje.”

Opa Tiko lachte. “Tijd heeft geen klein beetje. Tijd is als jam. Eén vinger erin en alles plakt.”

Hij gebaarde naar een bankje dat langs het lichtpad stond. Ze gingen zitten. Het bankje was warm, alsof het net door de zon was vastgehouden.

“Luister,” zei Opa Tiko. “Tijdreizen kan, maar je moet regels volgen. Anders krijg je tijdknoopjes. En die jeuken.”

“Regel één is zeker: niet aan rommelen,” zei Bram.

“Goed geraden,” zei Opa Tiko. “Maar nu jullie al gerommeld hebben: regel twee. Je verandert niets belangrijks in het verleden. Geen grote duwen. Geen geheime briefjes voor jezelf. En vooral—”

“Geen dinosaurus meenemen,” zei Bram snel.

Opa Tiko knikte ernstig. “Zeker geen dinosaurus. Ze eten teveel en luisteren slecht.”

Lieke moest lachen, maar haar gedachten gingen alle kanten op. “Hoe komen we terug naar nu?”

Opa Tiko tikte met zijn vinger op de wekker. “Deze wekker werkt niet op knoppen, maar op… wachten.”

Bram trok een gezicht. “Wachten? Dat is geen superkracht.”

“Juist wel,” zei Opa Tiko. “Wachten is een spier. Hoe sterker je hem maakt, hoe beter je de tijd kunt sturen. Deze wekker springt vooruit als je ongeduldig bent. Hij wordt rustig als jij rustig bent.”

Lieke dacht aan woensdagmiddagen. Aan haar voet die altijd vanzelf op en neer wilde.

“Dus we moeten… rustig worden?” vroeg ze.

“En je tijd vullen,” zei Opa Tiko. “Niet met paniek, maar met kleine dingen die kloppen. Observaties. Aandacht. Een taakje. Een praatje. Tijd houdt van betekenis.”

Bram stak zijn hand op, alsof hij in de klas zat. “Maar we zijn in 2125. Wat moeten we hier doen dan? We kennen niks.”

Opa Tiko glimlachte. “Ik geef jullie een missie. Een kleine, veilige missie. Jullie brengen dit terug.”

Uit zijn jaszak haalde hij een dun, doorzichtig kaartje. Het leek leeg, maar toen Lieke het vastpakte, verschenen er woorden:

LEVER DIT AF BIJ HET MUSEUM VAN VERGETEN UITVINDINGEN. VRAAG NAAR KAST 10.

“Waarom?” vroeg Lieke.

“Omdat,” zei Opa Tiko, “de wekker jullie hierheen bracht zonder toestemming. Hij moet zich herinneren waar hij hoort. En jullie ook.”

Bram keek op naar de glazen bomen. “En als we dat doen, mogen we terug?”

“Als jullie het goed doen,” zei Opa Tiko, “zal de wekker luisteren. En nog iets: als jullie onderweg merken dat jullie te snel willen… stop. Adem. Kijk om je heen. Vul de tijd.”

Lieke kneep het kaartje vast. “Oké. We doen het.”

Opa Tiko tikte tegen zijn theekopje. “Mooi. En nog één ding.”

“Wat?” vroegen ze tegelijk.

Hij wees naar hun schoenen. “Niet rennen op lichtpaden. Het maakt de paden kietelig.

Bram grijnsde. “Dat is de beste regel ooit.”

Hoofdstuk 4: Het museum dat fluistert

Het museum stond aan het einde van het lichtpad, als een groot, vriendelijk blok met ramen zo helder dat het leek alsof ze open stonden. Boven de deur hing een bord dat zachtjes van kleur veranderde. Het leek te ademen.

Binnen was het koel en rook het naar papier en… naar oude ideeën. Er waren zalen vol vreemde dingen: een paraplu die binnen regende, een fiets met vier sturen, een doos waarop stond: NIET OPENEN (IEMAND HEEFT HET TOCH GEDAAN).

Bram liep met grote ogen. “Ik wil hier wonen.”

Lieke keek naar het kaartje. “Kast 10.”

Ze liepen langs vitrines. Bij elke vitrine stond een klein verhaaltje, kort en duidelijk. Lieke las hardop:

“‘De Omkeer-Sokken: als je ze aantrekt, weet je weer waar je dingen hebt neergelegd.'”

Bram knikte ernstig. “Dat heeft iedereen nodig.”

Ze vonden een rij kasten. Kast 10 had een handvat dat precies in Lieke's hand paste, alsof de kast haar al kende.

Maar er zat een probleem: een slot met twee ronde gaatjes. Het leek op een gezicht dat een bril miste.

“Waar is de sleutel?” fluisterde Bram.

Lieke voelde in haar zakken. Niks. Bram ook niks. Opa Tiko had geen sleutel gegeven.

Naast de kast stond een klein bordje:

ALLEEN OPENEN ALS JE KUNT WACHTEN.

Bram kreunde. “Nee hè.”

Lieke keek naar de tijdwekker. De wijzers trilden. Ze voelde haar ongeduld als een kriebel in haar knieën.

“Oké,” zei ze. “We gaan het doen zoals hij zei. We vullen de tijd.”

“Met wat?” vroeg Bram.

Lieke keek om zich heen. “Met opletten.”

Ze gingen op de grond zitten, naast kast 10. Mensen liepen voorbij, maar niemand keek vreemd. Alsof kinderen die bij een kast zitten heel normaal waren in 2125.

“Wat zie je?” vroeg Lieke.

Bram tuurde naar een vitrine verderop. “Ik zie een helm met… een spiegel erin.”

Lieke las het bordje: “‘De Denker-Helm: hij laat je eerst jezelf zien voordat je iets doms zegt.'”

Bram floot zacht. “Die wil ik voor in de klas.”

Lieke keek naar de kast. “Ik zie dat het slot lijkt op twee belletjes.”

Bram keek naar de tijdwekker. “Zoals de belletjes van de wekker!”

Lieke voelde haar hart een sprongetje maken, maar ze bleef zitten. “Rustig. Aandacht.”

Ze pakte de wekker voorzichtig. Ze keek goed. Onder de belletjes zaten twee kleine metalen pinnetjes, bijna verstopt.

“Bram,” fluisterde ze. “Denk je wat ik denk?”

Bram glimlachte. “Dat we de wekker een bril gaan geven?”

Lieke hield de wekker bij het slot. De pinnetjes pasten precies in de gaatjes. Er klonk een zacht plopje, alsof de kast zuchtte van opluchting.

De deur ging open.

Binnen lag een fluwelen kussen met een klein zilveren ringetje erop. Op het ringetje zat een knopje met hetzelfde blauwe glas als de wijzers.

Er lag ook een briefje:

TIJDSTAP 1: WACHTEN. TIJDSTAP 2: DURVEN. TIJDSTAP 3: TERUGKOMEN.

Bram pakte het ringetje niet meteen. “Moeten we… weer wachten?”

Lieke voelde dat ze wilde graaien, snel, voordat er iets mis kon gaan. Maar ze dacht aan jam. Aan knoopjes. Ze haalde adem.

“Ja,” zei ze. “Eerst rustig.”

Ze telden samen tot tien. Niet gehaast, maar netjes, met pauzes ertussen. Bij zeven moest Bram al giechelen, maar hij deed toch mee.

Bij tien pakte Lieke het ringetje. Ze klikte het op de zijkant van de tijdwekker. Het voelde alsof twee puzzelstukjes eindelijk besloten te stoppen met ruziën.

De belletjes begonnen zacht te tikken. Niet wild, maar netjes, als een hart dat weer een ritme had.

Op de voorkant van de wekker verschenen nu nieuwe woorden, klein onder de oude:

NU IS EEN PLEK.

Bram keek naar Lieke. “Wat betekent dat?”

Lieke glimlachte. “Dat ‘nu' niet wegloopt. Wij lopen weg van ‘nu'. Als we te veel vooruit willen.”

Alsof de wekker het hoorde, schoven de wijzers langzaam naar NU.

Hoofdstuk 5: Terug naar vandaag, met tijd in je zak

Opa Tiko stond buiten het museum, leunend op een paal alsof hij daar al een tijdje gezellig had gewacht. Zijn theekopje dampte nog steeds.

“Jullie hebben het,” zei hij tevreden.

Lieke hield de wekker omhoog. “Hij is… rustiger.”

“Dat zijn jullie ook,” zei Opa Tiko. “Jullie hebben de tijd niet geduwd. Jullie hebben hem gedragen.”

Bram krabde aan zijn hoofd. “Dus… kunnen we terug?”

Opa Tiko knikte. “Ja. Maar luister goed. Teruggaan is geen sprong in een zwembad. Je moet precies landen waar je begon. Anders kom je in de schuur van iemand anders terecht. En dat is ongemakkelijk.”

Lieke slikte. “Hoe doen we dat?”

“Met een anker,” zei Opa Tiko. “Denk aan iets kleins uit je eigen tijd. Iets wat altijd hetzelfde voelt.”

Lieke dacht meteen aan de schuur: de geur van regenhout. Het scheve slot. De krakende plank bij de deur.

Bram zei: “De kat van Lieke's moeder die altijd doet alsof hij ons niet kent.”

“Perfect,” zei Opa Tiko. “Zet jullie gedachten daar neer, als een voet op een stoeptegel.”

Hij wees naar het ringetje. “Druk daarop. Eén keer. Niet twee. Niet drie. De tijd houdt niet van overdrijven.”

Lieke keek naar Bram. “Klaar?”

Bram maakte een saluut. “Klaar, Tijdkapitein.”

Lieke drukte op het knopje.

De wereld werd weer zacht licht. Niet eng. Meer alsof je ogen even dichtgaan in de zon. Ze rook regenhout. Ze hoorde een plank kraken. Ze voelde stof langs haar arm.

En toen—klak.

Ze stonden weer in hun schuur. De oude kist stond open. De bloempotten wiebelden precies hetzelfde als altijd. Door een kier in de deur klonk het gewone geluid van de straat: een fietsbel, een hond die deed alsof hij zong.

Bram keek rond. “We zijn terug.”

Lieke pakte de tijdwekker op. Hij zag er nu iets minder eigenwijs uit. Op de voorkant stonden weer de woorden, maar NU glansde het meest.

Bram wees naar een hoek. “Kijk.”

Daar lag een klein briefje, dat er net niet eerder leek te liggen:

GOED GEDAAN. VERGEET NIET: WACHTEN IS OOK REIZEN.

— OPA TIKO

Lieke voelde iets warms in haar borst, alsof ze een geheim cadeau had gekregen dat niemand zag, maar dat toch zwaar genoeg was om te voelen.

Buiten riep haar moeder: “Lieke! Kom je limonade drinken?”

Bram fluisterde: “Zeg dat je in de toekomst was.”

Lieke grinnikte. “Ze gelooft me nooit.”

Ze legde de tijdwekker terug in de kist. Niet op slot, maar netjes, met het briefje erbij. Alsof ze tegen de wekker zei: later. Niet straks. Later.

Toen liep ze naar buiten, het licht in.

Bij de limonade wachtte ze even voordat ze een slok nam. Niet omdat het moest. Maar omdat ze merkte dat wachten de smaak groter maakte.

Bram leunde tegen de tuintafel. “Dus… als tijd weer traag doet…”

“Dan vullen we hem,” zei Lieke. “Met kijken. Met vragen. Met dingen die kloppen.”

Bram knikte. “En geen rennen op lichtpaden.”

Lieke lachte. “En geen dinosaurus mee.”

De middag ging verder. Gewoon. En toch voelde hij als een klein avontuur, precies op tijd.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Treuzelde
Langzaam doen, tijd nemen en niet snel verdergaan of doorgaan met iets.
Roest
Bruine laag op metaal die ontstaat als het nat wordt en oud wordt.
Wiebelen
Steeds een beetje heen en weer bewegen, niet helemaal stil blijven staan.
Verstopt
Op een plaats gelegd waar je het niet meteen kunt zien of vinden.
Koperkleurig
Kleur zoals het metaal koper, een warme roodbruine glans.
Wijzers
De streepjes op een klok of uurwerk die de uren en minuten aangeven.
Pepermunt
Een frisse smaak of geur die lijkt op munt, vaak in snoep of tandpasta.
Zweefde
Langzaam en licht door de lucht bewegen zonder te vallen.
Tijdmeester
Iemand die goed weet hoe tijd werkt en regels over tijd bewaakt.
Tijdknoopjes
Kleine problemen of verwarde stukken in de tijd, moeilijk om los te maken.
Observaties
Dingen goed bekijken en opmerken, met aandacht kijken naar wat gebeurt.
Kietelig
Iets dat kriebelt of je doet lachen als je het aanraakt of erop loopt.
Rommelen
Onhandig of slordig dingen aanraken of verplaatsen, vaak zonder plan.
Tijdstappers
Mensen die in de tijd stappen of reizen, zoals tijdreizigers.
Vitrines
Glazen kasten in een museum waarin voorwerpen veilig en mooi worden getoond.
Museum
Een gebouw waar oude of bijzondere spullen voor iedereen bewaard en getoond worden.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Verhalen over tijdreizen voor 9/10 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.