Hoofdstuk 1: De doos onder het bed
Maurits lag op zijn buik op het tapijt. Zonlicht viel als een gouden rivier over zijn kamer. Zijn mama had hem gevraagd zijn kamer op te ruimen. Dat deed Maurits nooit graag, maar vandaag vond hij het zelfs een beetje spannend.
Hij schoof dozen opzij, gooide oude stripboeken op een stapel en stootte met zijn voet tegen iets hards onder het bed. “Wat…?” mompelde hij. Met zijn hand voelde hij onder het bed en trok een zware, metalen doos tevoorschijn. De doos had een vreemd klokje aan de zijkant en er zat stof op dat kriebelde aan zijn vingers.
“Wat zou hierin zitten?” twijfelde Maurits hardop. Nieuwsgierig veegde hij het stof weg. Plots sprong het deksel open! Binnenin lagen rare tandwielen, een schermpje en — in een fluwelen vakje — een glimmende, zilveren sleutel.
Maurits' hart klopte snel. Hij trok het boekje uit de doos. Het leek op een oud dagboekje, met op de eerste bladzijde: “Reis door de tijd — handleiding van Opa Johannes.” Zijn opa was wel vaker een uitvinder geweest, maar een tijdmachine? Dat stond niet in de familieverhalen.
Maurits bladerde verder. “Draai aan de wijzerplaat, druk op de blauwe knop,” las hij. “En waar wil jij naartoe?” fluisterde Maurits, half lachend. Maar zijn vingers jeukten om het te proberen.
Schuifelend zette hij de doos op zijn bureau, stopte de sleutel in het slot en draaide langzaam aan de wijzerplaat. Het schermpje begon te gloeien: Rome, 75 v.Chr., stond er plots.
Voorzichtig, met een beetje kippenvel, drukte Maurits op de blauwe knop.
Hoofdstuk 2: Rome in feeststemming
ZOEM! Even duizelde de kamer. De geur van vers brood en olijfolie zweefde plots rond zijn hoofd. Hij kneep zijn ogen dicht — en opende ze in een stad vol zon, stenen straten en mensen in witte gewaden.
“Waar ben ik?” fluisterde hij. Naast hem stond de tijdmachine, nog net zichtbaar als een metalen kist onder een tafel. Op de heuvel schitterde een tempel. Kinderen renden door de smalle steegjes, hun stemmen klonken als vrolijke vogels.
Een meisje met donkere vlechten en een gekleurde tuniek kwam op hem afgelopen. “Ben jij nieuw hier? Je ziet er zo vreemd uit!” Ze sprak een beetje vreemd, maar Maurits begreep haar. “Ik ben Maurits,” zei hij dapper, “en jij?”
“Julia,” lachte ze, “en vandaag is er feest! Kom je mee?” Zonder te wachten trok Julia hem mee door de menigte.
Het plein was versierd met bloemenkransen. Mannen speelden op fluiten, vrouwen dansten en overal rook Maurits zoete honinggebakjes. “Ik hou dit bij in mijn dagboek,” dacht hij snel, en schreef in gedachten: “Vandaag ben ik in het oude Rome geland op een feestdag. Alles is kleurrijk, lawaaierig en nieuw.”
Een man riep: “Nieuwe vrienden! Kom kijken naar onze wagenrace op het forum!” Julia trok Maurits mee. De zon brandde, een koele wind waaide en voor het eerst in zijn leven voelde Maurits zich écht op avontuur.
Hoofdstuk 3: Het raadsel van de verdwenen bekers
Tijdens het feest klonk plots een geroep. “De zilveren bekers zijn verdwenen!” riep iemand bij een kraam. Iedereen draaide zich om. De bekers waren bedoeld als prijs voor de grote race. Zonder bekers kon de prijs niet uitgereikt worden.
Julia keek Maurits aan. “We moeten helpen zoeken, anders is het feest verpest!” Maurits knikte. Samen slopen ze tussen de drukte door, op zoek naar sporen. Hier lag een veer, daar een stukje stof. Maurits voelde zich plots een echte detective.
“Misschien heeft iemand de bekers verstopt?” dacht Maurits hardop.
Julia wees naar een oude vrouw die een grote mand droeg. “Zij weet altijd alles.” Samen liepen ze naar haar toe. “Mevrouw, heeft u iets geks gezien?” vroeg Maurits beleefd.
“Misschien,” zei de vrouw met een knipoog. “Ik zag een schim bij de oude fontein. En ik hoorde iets zwaarders dan water vallen.”
Ze holden naar de fontein. In de schaduw zag Maurits iets glinsteren: een beker! En daar, verscholen achter een grote struik, knielde een jongen met een tweede beker.
Maurits liep op hem af. “Waarom heb je ze gepakt?” vroeg hij zacht. De jongen keek beschaamd naar de grond. “Ik wilde winnen en dacht… misschien brengt het geluk.”
Maurits dacht even na. “Winnen is alleen leuk als het eerlijk is. Zullen we de bekers samen terugbrengen?” De jongen knikte opgelucht.
Hoofdstuk 4: De regel van de tijd
Samen keerden ze terug naar het plein, de bekers in hun handen. Toen de bekers werden teruggegeven, barstte het plein uit in gejuich. Zelfs de jongen die ze gestolen had, mocht meedoen aan de race, omdat hij eerlijk zijn fout had toegegeven.
Julia keek Maurits bewonderend aan. “Jij denkt goed na over wat eerlijk is. Ben je een filosoof?” grapte ze.
Maurits lachte. “Ik leer het vanzelf, denk ik.”
Plots voelde Maurits de tijdmachine trillen in zijn rugtas. Het schermpje knipperde: TERUG NAAR HUIS? JA / NEE. Maurits voelde een lichte paniek.
“Julia, ik moet nu weg. Ik… kom uit een andere tijd,” zei hij, nerveus. Julia keek even verbaasd, maar lachte toen. “Als je weer terugkomt, breng dan weer zulke goede ideeën mee!”
Maurits knikte. “Ik schrijf alles op in mijn dagboek. Jij bent nu mijn Romeinse vriendin.”
Met een zwaai draaide Maurits aan de wijzerplaat. De machine zoemde zacht, en nog net hoorde hij Julia roepen: “Vergeet ons niet!”
Hoofdstuk 5: De geheime doos
ZOEM! Maurits voelde het vertrouwde tapijt onder zijn voeten. Plots was hij weer in zijn kamer. De zon was nauwelijks verschoven. Zijn hart bonsde nog na van het avontuur.
Hij keek naar de tijdmachine en glimlachte. In zijn gedachten schreef hij in zijn dagboek: “Wat je ook doet, eerlijkheid en verantwoordelijkheid zijn belangrijk, in elke tijd. Avonturen zijn nog mooier als je ze deelt.”
Voorzichtig stopte Maurits het dagboek terug in de doos, draaide de sleutel om en schoof alles terug onder het bed. Alsof het avontuur even mocht rusten. Hij keek tevreden rond, opgeruimder dan ooit.
Toen riep zijn mama: “Maurits, alles netjes?”
Maurits grijnsde. “Meer dan ooit, mam!”
Hij keek nog één keer naar de doos. Die bleef dicht, zijn geheim veilig. Maar in zijn hoofd dansten Rome, Julia, de bekers en de zon. En Maurits wist: als je goed zorgt voor het nu, blijft elke tijd bijzonder.