De brandweerman, meneer Tom, zat op een bank in het park. Hij had zijn rode uniform aan en zijn grote, glimmende laarzen. "Hallo, kleine vriend!" zei hij tegen een kind dat voorbij liep. "Ik ben brandweerman Tom. Weet je wat brandweermannen doen?"
Het kind keek met grote ogen. "Wat doen jullie?" vroeg hij nieuwsgierig.
"Wij blussen branden!" zei Tom vrolijk. "En we helpen mensen. Soms redden we een kat uit een boom!"
"Dat klinkt leuk!" zei het kind.
"Ja! We dragen een helm en gebruiken een grote slang. Spuit, spuit, spuit!" maakte Tom een spuitgebaar.
"Wow! Dat wil ik ook doen!" zei het kind enthousiast.
"Dat kan, als je groot bent!" zei Tom met een glimlach. "We zijn dappere vrienden. Samen werken we hard!"
Het kind lachte. "Ik wil ook dapper zijn!"
"Dat kan je nu al zijn!" zei Tom. "Help je vrienden en wees aardig!"
"Ja! Dank je, meneer Tom!" riep het kind blij.
Meneer Tom zwaaide. "Tot ziens, kleine held!"