Dit is Sam. Sam is een brandweerman. Sam draagt een grote rode helm en een helder geel pak. Sam is heel blij.
"Hallo, kinderen!" zegt Sam. "Ik ben Sam de brandweerman. Wil je weten wat ik doe?"
De kinderen lachen en knikken. Ze vinden Sam leuk.
"Als brandweerman help ik mensen," zegt Sam. "Ik blus vuur met water. Heel veel water!"
Sam wijst naar zijn grote rode brandweerwagen. "Kijk, daar is mijn brandweerwagen. Hij maakt 'nee-nah, nee-nah!'"
De kinderen lachen. "Nee-nah, nee-nah!" zeggen ze. Ze vinden de brandweerwagen leuk.
"Ik klim ook op ladders," zegt Sam. "Heel hoog, om mensen te helpen."
"Ooh," zeggen de kinderen. Ze kijken met grote ogen naar Sam.
"En soms red ik katten uit bomen," zegt Sam. "Katten zitten soms vast. Dan help ik ze."
Een klein meisje vraagt: "Vind je dat leuk, Sam?"
Sam lacht. "Ja, heel leuk! Mensen helpen maakt me blij."
"Brandweerman zijn is belangrijk," zegt Sam. "Wij zorgen dat iedereen veilig is."
De kinderen knikken. Ze vinden Sam heel stoer.
"Wil je brandweerman worden?" vraagt Sam.
"Ja!" roepen de kinderen. "Wij willen ook helpen!"
Sam lacht weer. "Goed zo, kinderen. Samen zijn we sterk."
Het is tijd voor Sam om te gaan. "Doei, kinderen!" zegt Sam. "Blijf veilig en zorg goed voor elkaar."
"Dag, Sam!" roepen de kinderen. Ze zwaaien naar Sam.
En Sam gaat weg, met zijn grote rode brandweerwagen. "Nee-nah, nee-nah!" maakt de wagen.
Iedereen is blij, want Sam de brandweerman helpt iedereen. En dat is wat brandweermannen doen.