Dit is Anna. Anna is een brandweervrouw. Anna heeft een rode brandweerwagen. De brandweerwagen is groot en glimt.
Anna zegt: "Hallo kinderen! Kom kijken!" De kinderen komen snel. Ze zijn blij.
Anna zegt: "Ik ben een brandweervrouw. Ik help mensen. Ik blus vuur. Vuur is heet!"
De kinderen kijken met grote ogen. "Oh!" zeggen ze. "Vuur is heet!"
Anna zegt: "Kijk! Dit is mijn helm. Mijn helm is geel. Mijn helm beschermt mij."
Een kind zegt: "Ik wil ook een helm!" Anna lacht. "Misschien later," zegt ze.
Anna zegt: "Dit is mijn slang. De slang is lang. De slang spuit water."
De kinderen klappen in hun handen. "Spuit water!" roepen ze.
Anna zegt: "Samenwerken is belangrijk. Wij zijn een team. Wij helpen samen."
De kinderen knikken. "Samen is sterk!" zeggen ze.
Anna zegt: "Als er vuur is, bellen mensen ons. Wij rijden snel. Wij blussen het vuur."
Een kind vraagt: "Ben je bang, Anna?" Anna schudt haar hoofd. "Nee," zegt ze. "Ik ben dapper. Wij zijn samen."
De zon schijnt. De kinderen lachen. "Dank je, Anna!" roepen ze.
Anna zwaait. "Graag gedaan," zegt ze. "En onthoud, wij zijn er altijd om te helpen."
De brandweerwagen rijdt weg. De kinderen zwaaien. Ze voelen zich veilig en blij. Anna de brandweervrouw is een held.