Anna de brandweervrouw trekt haar rode jas aan. Ze stapt in de grote, rode brandweerwagen. Vroem, vroem, zegt de motor. Vandaag gaat Anna iets belangrijks doen. Ze gaat branden blussen en mensen helpen.
Anna rijdt naar een groot gebouw. Het gebouw is heel hoog. Bovenin brandt een lamp. Anna zegt: "We gaan kijken." Ze pakt haar waterslang en spuit water op de lamp. Het water maakt alles nat en de lamp stopt met branden. Iedereen klapt. "Goed gedaan, Anna!" roepen de mensen.
Nu gaat Anna naar een park. Daar zit een poes in een boom. De poes kan niet naar beneden. Anna zet een ladder tegen de boom. Ze klimt voorzichtig omhoog. "Kom maar, poes," zegt Anna. De poes springt in Anna's armen. Anna aait de poes zachtjes. De poes spint en is blij.
Anna voelt zich blij. Ze heeft mensen en dieren geholpen. Ze lacht en zwaait naar de kinderen in het park. De kinderen roepen: "Dank je, Anna!" De zon schijnt en iedereen is vrolijk. Anna rijdt terug naar de brandweerkazerne. Ze is moe, maar heel blij.
Aan het eind van de dag weet Anna: Samen helpen maakt iedereen blij.