Hoofdstuk 1: De glimmende schroef
Op een ochtend werd Cas wakker met een idee in zijn hoofd. Cas was zes jaar en hield van knutselen. Zijn kamer lag vol met bouwblokjes, kartonnen dozen en oude klokjes. Maar vandaag wilde Cas iets heel bijzonders maken. Hij wilde een tijdmachine bouwen!
Cas keek naar buiten. De zon scheen zacht door het raam. “Met een tijdmachine kan ik overal heen,” fluisterde hij. “Misschien zelfs naar de dinosaurussen. Of naar de toekomst!” Hij sprong uit bed, trok zijn zachte pantoffels aan en rende naar zijn knutseltafel.
Cas begon te bouwen. Hij pakte een grote doos. Daar plakte hij gekleurde knoppen op. Hij zocht een glimmende schroef in de gereedschapskist van papa. Die draaide hij midden in de doos. “Dit wordt de tijdschroef,” zei Cas trots. Hij zocht een oude lamp en zette die bovenop. “En nu... nog een stuurwiel!” Cas vond een plastic bordje en maakte het met plakband vast.
Toen alles klaar was, kroop Cas in de doos. Hij voelde zich een echte uitvinder. “Tijdmachine, breng mij naar het Tijdstation!” riep hij, terwijl hij aan de tijdschroef draaide.
Plotseling begon de doos zachtjes te trillen. Er kwam een lichtje uit de lamp en de kamer leek te dansen. Cas kneep zijn ogen dicht. Alles werd wit en heel stil. Toen hoorde hij zachte muziek, als van glinsterende klokjes.
Hoofdstuk 2: Het Tijdstation
Cas opende voorzichtig zijn ogen. Hij zat niet meer in zijn kamer. Hij zat in een grote, lichte hal. Overal waren klokjes en tandwieltjes die zachtjes tikten. De muren waren blauw en paars, en boven zijn hoofd zweefden kleine, glanzende bolletjes.
“Welkom op het Tijdstation!” zei een vrolijke stem. Voor hem stond een meisje met een zilveren brilletje. Ze droeg een jas met sterren erop.
“Ik ben Lila. Ik ben Tijdwachter. Jij bent Cas, toch?” vroeg het meisje met een glimlach.
Cas knikte. “Hoe weet jij dat?”
Lila lachte. “Op het Tijdstation weten we wie er komt. Iedereen die goed kan luisteren mag op avontuur door de tijd. Kom, ik laat je alles zien!”
Samen liepen ze door de hal. Cas keek zijn ogen uit. Er waren schermen waarop planten groeiden en op een tafel lagen stapels boeken met gouden letters. In een hoek stond een grote zandloper die langzaam draaide.
“Hier letten wij op de tijd,” zei Lila. “Zo blijft alles netjes. Maar soms... gebeurt er iets grappigs. Kijk!” Ze wees naar een deur waarachter een zacht gebrom klonk.
Cas liep voorzichtig mee naar binnen. Daar stond een grote machine vol knoppen en hendels. En in het midden zat... een konijn! Het konijn had een klok om zijn nek en keek verbaasd naar Cas.
“Dit is Max,” zei Lila. “Hij is per ongeluk uit de tijd gehopt. Nu wil hij terug naar zijn eigen tijd: het voorjaar!”
Het konijn huppelde zenuwachtig rond. “Ik mis mijn bloemen en het zachte gras,” piepte Max.
Cas dacht even na. “Misschien kunnen we Max helpen terug te gaan. Maar hoe werkt de tijdmachine hier?”
Lila knikte. “Je moet goed luisteren naar de tijd. Als je de juiste muziek hoort, weet je wanneer het tijd is om te gaan.”
Hoofdstuk 3: De tijdmuziek
Cas luisterde heel goed. In de machine hoorde hij zachte muziek. Soms klonk het als regendruppels, dan weer als zingende vogels. Opeens hoorde hij een vrolijk deuntje, zoals vogels in de lente.
“Dat is de muziek van het voorjaar!” riep Cas blij.
Lila glimlachte. “Goed geluisterd! Nu moeten we op de groene knop drukken, precies als de muziek klinkt.”
Cas wachtte. Hij voelde zijn hart kloppen. Max het konijn wiebelde met zijn oren. Toen het deuntje precies goed klonk, drukte Cas op de groene knop. De machine zoemde en flitste. Max sprong omhoog en... floep! Het konijn was weg.
“Gelukt!” riep Cas. “Max is terug in de lente!”
Lila klapte in haar handen. “Zonder jouw goede oren was het niet gelukt, Cas. Op het Tijdstation is luisteren heel belangrijk.”
Cas voelde zich trots. “Ik vond het spannend om te helpen. Maar... kan ik nu ook terug naar huis?”
Lila knikte. “Natuurlijk! Maar eerst krijg je nog iets speciaals.” Ze haalde een klein, warm lampje uit haar zak. “Dit is een tijdlampje. Als je het aandoet, weet je altijd dat het tijd is om te dromen.”
Hoofdstuk 4: Terug naar het nu
Cas stapte in de grote doos. Lila zwaaide. “Denk goed aan wanneer je wilt zijn, Cas. En luister naar je eigen tijd!”
Cas draaide langzaam aan zijn tijdschroef. Hij dacht aan zijn kamer, zijn knuffelbeer en zijn zachte bed. Hij hoorde in zijn hoofd het geluid van zijn eigen klokje thuis: tik... tak... tik... tak...
De doos begon zachtjes te trillen en het lichtje op de lamp werd warm. Plotseling was Cas weer in zijn kamer. Alles was precies zoals hij het had achtergelaten. De zon was wat lager. Zijn knuffelbeer lag op het bed. Cas glimlachte.
Hij zette het kleine tijdlampje op zijn nachtkastje. Het gaf een zacht, warm licht. Cas kroop in bed, trok zijn deken tot zijn kin en luisterde naar de stilte.
In zijn hoofd hoorde hij het zachte deuntje van het Tijdstation. Cas voelde zich blij. Hij had goed geluisterd, goed geholpen, en een konijn teruggebracht naar zijn tijd. Nu was het tijd om te dromen.
Het tijdlampje brandde zacht naast zijn bed. Cas sloot zijn ogen en fluisterde: “Dankjewel, Tijdstation. Tot morgen!”
En terwijl de kamer langzaam donker werd, voelde Cas zich veilig en gelukkig. Want luisteren, wist Cas nu, is soms het begin van een groot avontuur.