Er was eens een vrouw, Lotte, die heel graag voetbalde. Ze speelde elke dag in het park. "Voetbal is leuk!" riep Lotte. Ze dribbelde met de bal, schoot en scoorde. "Hoera!" juichte ze.
Op een dag zag Lotte een klein jongetje, Tim, zitten. Hij keek naar haar. "Wat doe je?" vroeg Tim met grote ogen. "Ik speel voetbal! Wil je kijken?" zei Lotte vrolijk. Tim knikte enthousiast.
Lotte begon te vertellen. "Voetballer zijn is geweldig! Je rent, je schiet en je scoort goals! Kijk maar!" Ze dribbelde snel en schoot de bal in het doel. "Doelpunt!" riep ze. Tim klapte in zijn handen. "Dat wil ik ook kunnen!"
Lotte glimlachte. "Wil je leren?" vroeg ze. "Ja, ja!" zei Tim blij. Ze gingen samen oefenen. "Dribbel de bal, zo!" zei Lotte. Tim probeerde het. Soms viel de bal, soms ging het goed. "Goed zo, Tim!" moedigde Lotte aan.
Lotte vertelde ook over haar droom. "Ik wil een professionele voetballer worden. Dat is mijn doel!" zei ze. "Dat klinkt leuk!" zei Tim. "Maar wat moet je doen?"
"Je moet hard trainen, veel oefenen en plezier hebben!" antwoordde Lotte. "En je moet ook goed naar anderen luisteren. Samen spelen is leuker!"
Ze speelden nog een tijdje samen. Tim lachte en schreeuwde: "Ik scoor!" En ja hoor, hij scoorde een doelpunt. "Hoera, Tim!" riep Lotte. "Je bent een ster!"
De zon begon te zakken. "Dank je, Lotte!" zei Tim. "Voetbal is mijn favoriete spel!" Lotte knikte. "Het is ook mijn favoriete spel. Samen kunnen we nog veel meer leren!"
En zo speelden ze nog een tijdje, met veel plezier en lachen. Voetbal verbond hen, en dat was het mooiste van alles.