De zon schijnt helder. Tim, de voetballer, staat in zijn voetbaloutfit. Hij is blij! "Vandaag is het wedstrijddag!" zegt hij met een grote glimlach.
Tim oefent met de bal. "Voetbal is leuk! Kijk eens!" Hij dribbelt en schopt. De bal rolt snel. "Hop! Hop!" lacht hij.
Een groep kinderen komt aanrennen. "Hallo, Tim!" roepen ze. "Wat ga je doen?"
"Hallo, vrienden! Ik ga spelen! Voetbal is mijn passie," zegt Tim. "Wil je leren?"
"Ja, ja!" roepen de kinderen. Ze willen ook voetballen.
"Goed! Eerst, kijk naar de bal," zegt Tim. "Houd je voeten stevig!" Hij laat zien hoe je moet schoppen. "Schop, niet te hard!"
De kinderen proberen het. "Hop!"
"Goed zo!" lacht Tim. "Jullie zijn super!"
"Wat doet een voetballer nog meer?" vraagt een klein meisje.
"Veel!" zegt Tim. "Ik train elke dag. Ik eet gezond. En ik slaap goed! Maar het leukste is het spel!"
"Wat is het doel?" vraagt een jongen.
"Win de wedstrijd!" zegt Tim. "En plezier maken!"
"Kunnen we samen spelen?" vragen de kinderen.
"Ja! Kom maar!" Tim zet een klein doel op. "Wie kan scoren?"
Ze rennen en schieten. "Goal!" juichen ze samen.
"Voetbal maakt gelukkig!" zegt Tim. "Jullie zijn geweldige spelers! Blijf oefenen!"
De zon begint onder te gaan. "Het is tijd voor mijn wedstrijd," zegt Tim. "Dank jullie wel voor het spelen!"
"Succes, Tim!" roepen de kinderen. "We geloven in je!"
Tim lacht en zwaait. "Dank jullie! Vergeet niet: plezier is het belangrijkste!"
De kinderen kijken hem na. Ze zijn blij. Voetbal is leuk! En Tim is hun held.