De Marmot en de Sterren
Er was eens een kleine marmot, genaamd Momo. Momo woonde in een gezellig holletje onder een grote, oude boom. Op een mooie avond keek Momo naar de hemel. “Wat zijn die lichtjes?” vroeg ze nieuwsgierig.
“Dat zijn sterren,” zei haar vriendje, de wijze uil, Ollie. “Ze zijn heel ver weg, Momo. Ze twinkelen als kleine lampjes.”
Momo's ogen glinsterden. “Ik wil de sterren aanraken!” riep ze.
Ollie glimlachte. “Dat kan niet, maar je kunt ze wel dromen.”
“Hoe?” vroeg Momo, terwijl ze haar pootjes gewillig omhoog stak.
“Sluit je ogen en denk aan de mooiste dingen,” zei Ollie. “Denk aan de glinsterende sterren.”
Momo deed haar ogen dicht. Ze dacht aan haar vriendjes, de bloemen en de regenbogen. “Ik zie ze!” zei ze blij. “De sterren zijn zo mooi!”
Plotseling kwam er een klein konijntje, genaamd Kiki. “Wat doen jullie?” vroeg Kiki met een vrolijke sprongetje.
“We dromen over sterren!” zei Momo enthousiast. “Wil je ook meedoen?”
“Ja, ik wil!” zei Kiki. Ze sloten hun ogen samen. “Ik zie een grote ster,” zei Kiki. “Ze danst en lacht!”
“En ik zie een ster die zingt!” voegde Momo toe.
Ollie knikte. “Dromen zijn net als sterren. Ze maken ons blij.”
Toen de nacht voorbij was, opende Momo haar ogen. “Dank jullie wel! Dromen zijn prachtig!” zei ze met een grote glimlach.
“Ja,” zei Kiki. “We moeten vaker samen dromen!”
En zo leerden Momo en Kiki dat dromen je naar mooie plekken kunnen brengen.
Morale: Dromen maakt je gelukkig en brengt je naar mooie avonturen.