Hoofdstuk 1: Op de manege
“Goedemorgen, Finn,” zegt papa. “Ben je klaar voor vandaag?”
Finn knikt blij. “Ja papa! Vandaag ga ik weer paardrijden met Luna!”
Luna lacht. “Ik heb er zin in, Finn. We mogen samen de paarden borstelen.”
Finn zegt zachtjes: “Ik wil later een grote kampioen worden.”
Luna knikt. “Dat kan jij, Finn! Je oefent heel veel!”
Samen lopen ze naar hun pony's. Finn geeft zijn pony een wortel. “Hallo, Ster. Heb je zin in vandaag?”
Ster hinnikt zacht. Luna zegt: “Mijn pony, Bloem, is ook blij. Kijk, ze zwaait met haar staart!”
Finn lacht. “Zullen we samen rijden, Luna?”
“Ja!” roept Luna. Ze klappen in hun handen. “Samen zijn we sterk!”
Ze stappen op hun pony's en rijden rustig rond.
Papa kijkt toe. “Goed zo, jongens! Jullie doen het geweldig.”
Finn zegt: “Samen oefenen is leuk!”
Luna knikt. “Samen zijn we een team.”
Hoofdstuk 2: De nieuwe jongen
“Wie is dat?” vraagt Finn, als hij een nieuwe jongen ziet.
Papa zegt: “Dit is Sam. Sam komt ook bij de club.”
Sam kijkt een beetje verlegen.
Luna glimlacht. “Hoi Sam, ik ben Luna. Dit is Finn.”
Finn zegt zacht: “Hallo Sam.”
Sam zegt: “Mag ik ook meespelen?”
Finn kijkt even naar Luna.
Luna fluistert: “Natuurlijk, Finn! Samen is leuker.”
Finn knikt. “Ja Sam, kom bij ons!”
Sam lacht nu een beetje.
Ze gaan samen naar de paarden.
Sam vraagt: “Mag ik naast jou rijden, Finn?”
Finn denkt even na.
Hij zegt: “Ja, dat mag. We zijn nu met z'n drieën.”
Luna zegt: “We helpen elkaar!”
Hoofdstuk 3: Samen sterk
De meneer van de manege roept: “Wie durft over de kleine sprong te gaan?”
Finn kijkt naar Luna. Luna kijkt naar Sam.
Sam zegt: “Ik vind het spannend.”
Finn zegt: “Ik ook, een beetje.”
Luna zegt: “We doen het samen. Eerst ik, dan Finn, dan Sam!”
Luna rijdt en springt over het kleine balkje.
Finn zegt: “Goed gedaan Luna!”
Nu is Finn aan de beurt.
Finn zegt: “Ster, we kunnen dit!”
Finn springt, en het lukt!
Sam zegt: “Jullie zijn goed!”
Nu is Sam aan de beurt.
Hij kijkt naar Finn en Luna.
Finn roept: “Je kan het, Sam!”
Luna zegt: “Wij geloven in jou!”
Sam rijdt langzaam, maar hij springt ook over het balkje.
“Goed gedaan, Sam!” roepen Finn en Luna samen.
Sam lacht trots.
Finn zegt: “Zie je, samen is alles leuker.”
Luna zegt: “We zijn een team!”
Sam zegt: “Dankjewel, Finn en Luna. Vrienden helpen elkaar.”
Papa zegt: “Jullie hebben goed samengewerkt. En het belangrijkste: jullie hebben plezier gehad!”
Finn knikt. “Samen oefenen is fijn. We kunnen alles als we elkaar helpen.”
Sam zegt: “Ik ben blij dat ik bij jullie team hoor.”
Finn fluistert tegen Ster: “Samen zijn we sterk, hè?”
Ster hinnikt zacht.
Finn, Luna en Sam lachen samen.
Ze weten nu: samen kun je alles proberen, samen is het fijn.