Er was eens een klein slakje genaamd Snor. Snor had een glanzend huisje op zijn rug, precies zoals de maan in de nacht. Op een dag zei Snor: "Ik wil mijn vriendjes helpen. Het bos moet weer mooi worden."
Snor rolde traag over de zachte bladeren. "Kom mee, lieve Vogel," riep Snor. Vogel fladderde naar beneden. "Ik help mee!" zei Vogel vrolijk. Vogel had veren als zonnestralen.
Snor en Vogel kwamen bij de rivier. "Water, water, help ons, alsjeblieft," fluisterde Snor. Het water glinsterde en sprak: "Neem Fluister de Vis mee. Ze kent de stroom."
Fluister de Vis sprong uit het water. "Ik zwom ver en breed. Ik help," zei Fluister. Samen waren ze sterk.
Snor, Vogel en Fluister werkten samen. Vogel verzamelde takjes, Snor duwde blaadjes, en Fluister bracht water met haar staart. "Het bos wordt weer mooi," zongen ze samen.
De zon ging slapen en de maan kwam kijken. Het bos was weer vrolijk. "Dank jullie," fluisterde het bos. "Jullie zijn moedige vrienden."
Snor glimlachte. "Kleine slak kan grote dingen doen. Samen is alles mogelijk."
Ze dansten in het maanlicht. Het bos zuchtte tevreden.
De moraal van het verhaal is: zelfs de kleinste hulp kan een groot verschil maken, vooral als je samenwerkt. En zo leefden Snor, Vogel en Fluister gelukkig in hun prachtige bos.
Einde.