Hoofdstuk 1: Het Grote Plannenmaken
Fien zat ondersteboven op de bank, haar voeten in de lucht. Ze was de jongste van de vier zussen, maar volgens haar was dat juist een voordeel. Ze kon altijd alles als eerste proberen. Haar zussen, Lot, Noor en Juul, zaten verspreid over de vloer met stiften en een half opgegeten koekje.
“Wat gaan we doen vandaag?” vroeg Lot met een mond vol kruimels.
“Ik wil iets geks!” riep Noor, terwijl ze haar haar in twee piekerige staarten trok.
Juul grinnikte. “Wat als we het record knuffelen in het knuffelhoekje proberen te breken?”
“Ja!” riep Fien meteen. “En daarna… een wedstrijd wie het snelst boven op de boekenstapel kan klimmen!” Ze wees naar de hoge stapel boeken in de hoek, die eigenlijk netjes had moeten staan. Maar netjes was niet echt hun stijl.
Lot keek Fien lachend aan. “Wedden dat jij gedeeld laatste wordt?”
“O nee hoor,” zei Fien ondeugend. “Of ik deel alles gewoon met jullie, dan winnen we samen!”
Er klonk een luid “boing!” toen Noor achterover op een kussen sprong. Het plan was geboren.
Hoofdstuk 2: Het Knuffelhoekje-avontuur
Het knuffelhoekje was eigenlijk hun oude tipi-tent, vol zachte kussens, knuffels, en een deken die ruikt naar wasverzachter en een beetje chocopasta. Fien kroop als eerste naar binnen, gevolgd door haar zussen, die een spoor van sokken en haarspeldjes achterlieten.
“In het knuffelhoekje mag niet gekibbeld worden!” riep Juul streng.
“Behalve als het over wie de grootste teddybeer krijgt gaat,” grijnsde Noor en trok de reusachtige beer naar zich toe.
“Jij altijd met je beren,” zuchtte Lot, maar ze lachte erbij.
Fien pakte een kleine stoffen muis en hield die omhoog. “Kijk, deze is voor iedereen!” Ze duwde de muis voorzichtig in het midden, precies tussen alle hoofden in.
Plotseling begon iedereen aan de muis te trekken. “Mijn muis!” “Nee, onze muis!” “Pas op voor z'n staart!”
Er klonk een luid geritsel en een gezamenlijke giechel. Noor liet los en viel pardoes achterover in een berg kussens. “Boem!”
Iedereen schoot in de lach. Zelfs Lot, die meestal het langste serieus bleef, was niet te houden.
Hoofdstuk 3: De Boekenberg-Beklimming
Na het knuffelrecord – niemand wist precies of ze gewonnen hadden – kropen de zussen naar de boekenstapel. Het was een bonte toren van sprookjesboeken, strips, tijdschriften en een verdwaald woordenboek.
“Wie durft er als eerste naar boven?” vroeg Juul uitdagend.
“Ik!” riep Fien, maar Noor was haar voor en begon te klimmen.
“Pas op, het woordenboek is glad!” waarschuwde Lot.
Fien wachtte niet langer. Met haar kleine voeten zette ze zich af en hop, hop, sprong ze op de stapel boeken. “Kijk mij nou!” riep ze trots.
De stapel wiebelde gevaarlijk. Noor greep Fien bij haar hand, Lot duwde voorzichtig wat boeken recht en Juul hield de onderkant stevig vast. Met z'n vieren waren ze sterk.
“Nu zijn we allemaal kampioen boekenklimmen!” zei Juul.
“En niemand is laatste,” lachte Fien. “Want we zijn allemaal samen boven!”
Hoofdstuk 4: De Chamaillerie-uitbarsting
Maar toen begon het: “Jij hebt het boek van mijn pony's geplet!” klaagde Lot.
“Dat deed de muis!” riep Noor terug.
“Het boek wiebelde al toen ik erop stapte!” zei Juul.
Fien grinnikte. “Jullie zijn net een stel mopperende papegaaien!”
De zussen begonnen elkaar te plagen. Er werd zachtjes aan staarten van knuffels getrokken, iemand duwde een kussen om, en Noor blies expres in het gezicht van Lot.
“Stop! Jullie maken van de boeken een waterval!” riep Fien.
Maar het was al te laat. Met een luid “Woooosh!” gleden de boeken van de stapel en dwarrelden over de vloer als een bonte regenboog van papier.
Hoofdstuk 5: De Regen van Lachen
Eerst was het even stil. Iedereen keek naar de verspreide boeken en de knuffels die overal lagen. Toen, bijna tegelijk, begonnen ze te giechelen. Lot proestte het uit. Noor sloeg op haar knie van het lachen. Juul deed een poging om serieus te blijven, maar dat lukte maar drie seconden. Fien lachte zo hard dat ze de hik kreeg.
“Hik! We zijn nu wel de kampioenen in boekenregens!” gierde Fien.
“En knuffel-reuzen!” lachte Noor.
“En… en… hik!” Fien kon haar zin niet afmaken van het lachen.
Ze rolden over de vloer, maakten kussensneeuwballen en bedolven elkaar onder knuffels.
Toen ze eindelijk weer stil lagen, uitgeteld en met rode wangen, zei Lot zachtjes: “Eigenlijk is samen gek doen het allerleukst.”
Juul knikte. “Je vergeet nooit meer zo'n dag.”
Fien kroop tussen haar zussen in, nog steeds een beetje nahikkend. “Laten we elke dag zo'n boeken- en knuffelfeest houden.”
De anderen knikten. Ze wisten het zeker: deze dag was een herinnering om voor altijd samen te delen – net als hun stapel boeken, hun knuffels en hun eindeloze lachbuien.