Hoofdstuk 1: De Onstuitbare Grimacenwedstrijd
Het begon allemaal op een doodgewone woensdagmiddag. De regen tikte tegen de ramen, de lucht was grijs en alles in huis leek even slaperig. Jasper, tien jaar, zat op de bank met zijn stripboek. Naast hem zat zijn kleine zusje Lotte, zeven jaar en berucht om haar eindeloze energie. Ze had haar haar in twee springerige staartjes en wiebelde onrustig met haar benen.
‘Jasper, ik verveel me!' riep Lotte, terwijl ze met haar vingers trommelde op de leuning van de bank.
Jasper zuchtte. ‘Dan lees je toch een boek?'
‘Nee! Dat duurt te lang. Zullen we een wedstrijdje doen?' vroeg Lotte met haar sprankelende ogen.
Jasper wist dat als Lotte “wedstrijdje” zei, er altijd iets geks gebeurde. Maar vandaag voelde hij zich klaar voor een beetje lol. ‘Oké dan. Maar wat voor wedstrijd?'
Lotte sprong op en fluisterde: ‘Een grimacenwedstrijd!'
‘Wedstrijd grimassen trekken? Daar win jij nooit van mij!' lachte Jasper, zijn mond al getrokken in een gekke visgezicht.
Lotte lachte hardop, stak haar tong uit, trok haar neus op en liet haar ogen draaien. Samen begonnen ze de meest bizarre gezichten te maken: wangen opgeblazen als ballonnen, wenkbrauwen als dansende rupsen, monden als vissen, ogen als uilen. Ze rolden over de bank, proestend van het lachen.
‘Dit is pas een wedstrijd!' kirde Lotte. ‘Wie het eerst lacht, heeft verloren!'
Jasper probeerde zijn gezicht in een strakke knoop te houden, maar Lotte's eekhoornglimlach was niet te weerstaan. Hij barstte in lachen uit, waardoor Lotte zich de winnaar voelde. Maar ze stopten niet. Want wie kan stoppen met gekke gezichten trekken als je eenmaal begonnen bent?
Oma kwam binnen met een schaal koekjes en bleef abrupt staan. ‘Wat zijn jullie aan het doen, kinderen? Je gezichten blijven straks zo staan!' zei ze lachend.
Lotte trok haar gekste gezicht naar oma. ‘Dan zijn we altijd extra speciaal, oma!'
Jasper schoot weer in de lach. ‘Of extra lelijk!'
De grimacenwedstrijd was begonnen, maar niemand wist dat hij onmogelijk te stoppen zou zijn.
Hoofdstuk 2: Grimassen in het Wilde Weg
Voordat ze het wisten, was het grimacenvirus overgeslagen naar de keuken. Lotte liep met haar gezicht naar achteren getrokken, mond in een boog, en vroeg met een rare stem: ‘Oma, mag ik nog een koekje?'
Oma moest zo hard lachen dat haar bril scheef zakte. ‘Alleen als je niet meer zo doet, Lotte!'
Maar Lotte ging door. Jasper deed alsof zijn neus van klei was en draaide eraan. Hij nam een slok limonade en probeerde tegelijkertijd een gekke bek te trekken, wat resulteerde in een limonadefontein door zijn neus. Lotte gierde van het lachen.
Papa kwam binnen, keek naar zijn kinderen en zei: ‘Wat is hier aan de hand? Hebben jullie paprika gegeten of zijn jullie veranderd in circusartiesten?'
‘Papa! We doen een wedstrijd grimassen trekken. Wie de gekste bek trekt, wint!' riep Jasper enthousiast.
‘Laat maar eens zien dan!' zei papa terwijl hij zijn eigen gezicht in een rimpelige schaterlach trok.
Opeens was het hele gezin besmet. Papa deed een slungelige aap na, mama stak haar tong uit en deed alsof ze een chagrijnige kat was, en zelfs oma probeerde haar gezicht zo plat mogelijk te maken.
De kinderen konden niet meer stoppen. Waar ze ook keken, overal zagen ze gekke koppen. Lotte kreeg de slappe lach, Jasper had pijn aan zijn kaken, maar doorgaan was de enige optie, want niemand wilde verliezen.
Op een gegeven moment hoorde Jasper een gek geluid. ‘Blub, blub, blub!' Lotte hield haar neus dicht en blies lucht door haar mond, waardoor haar wangen op en neer gingen. Jasper gierde het uit.
‘Jullie zijn echt niet te stoppen!' zei mama hoofdschuddend.
Maar dat zouden ze snel wel moeten leren…
Hoofdstuk 3: De Ongewenste Grimassen
De volgende ochtend werd Jasper wakker met een vreemd gevoel in zijn gezicht. Zijn neus leek wel dubbel te zitten, zijn mond stond nog steeds in een rare O-vorm en zijn wangen voelden stijf.
‘Lotte!' riep hij. ‘Kom eens kijken!'
Lotte rende zijn kamer in. Haar gezicht zag er ook vreemd uit: haar wenkbrauwen stonden als bruggen omhoog en haar lippen tuitten. ‘Jasper, ik krijg mijn gezicht niet meer normaal!'
‘Ik ook niet!' riep Jasper in paniek.
Ze renden naar de badkamer, keken in de spiegel en schrokken zich rot. ‘Mam! Pap!' riepen ze tegelijk.
Mama kwam aangesneld en barstte in lachen uit. ‘Wat zien jullie er gek uit!'
‘Dat is niet grappig, mama. We kunnen onze gezichten niet meer gewoon doen!' jammerde Lotte.
Papa probeerde zijn gezicht ernstig te houden, maar het lukte niet. ‘Misschien is het tijd om te stoppen met de grimacenwedstrijd, jongens.'
‘Dat willen we ook!' piepte Jasper. ‘Maar het lukt niet!'
Oma kwam aangelopen met een groot boek. ‘Vroeger zei mijn moeder altijd: “Wie te lang gekke gezichten trekt, blijft voor altijd zo!” Maar dat was natuurlijk een grapje… toch?'
Jasper en Lotte keken elkaar verschrikt aan. ‘Oma, help!'
‘Misschien moeten jullie elkaar helpen om weer normaal te kijken,' stelde oma voor.
Lotte probeerde haar wenkbrauwen naar beneden te duwen terwijl Jasper zijn mond duwde. Het hielp niets. Hoe harder ze probeerden, hoe gekker ze eruitzagen.
‘Misschien… moeten we gewoon even rustig zijn,' zei Jasper zacht.
‘Rustig zijn? Wij?' Lotte keek hem aan met haar rare gezicht. Maar ze wisten dat ze geen andere keuze hadden.
Hoofdstuk 4: De Grote Gezichtsredactie
Jasper en Lotte besloten samen te werken. In de spiegel probeerden ze tegelijk hun gezichten te ontspannen.
‘Misschien helpt het als we elkaar aan het lachen maken, maar dan niet met grimassen, maar met mopjes!' stelde Jasper voor.
‘Of we moeten juist heel serieus kijken,' zei Lotte, terwijl ze haar best deed haar gezicht strak te houden. Maar bij het zien van Jaspers rare blik schoot ze weer in de lach.
‘Niet lachen, Lotte! We moeten serieus zijn.'
‘Maar jij kijkt zo gek!'
Ze probeerden alles: diepe ademhalingen, hun ogen dichtdoen, elkaar aaien over de bol, zelfs omgekeerd staan. Niets hielp. Toen dacht Lotte aan iets.
‘Misschien moeten we elkaar helpen door lief te zijn. Misschien zijn onze gezichten wel vast komen te zitten omdat we te veel hebben gelachen om elkaar, in plaats van met elkaar.'
Jasper keek haar aan. ‘Dat klinkt raar, maar laten we het proberen.'
Ze begonnen complimentjes te geven.
‘Jasper, jij bent de beste grote broer ooit, ook als je stomme grimassen maakt!'
‘En jij bent de leukste kleine zus die ik ken, zelfs als je eruitziet als een opgeblazen kikker!'
Langzaam, heel langzaam, begonnen hun gezichten te ontspannen. Jasper voelde zijn mond weer normaal worden, Lotte's wenkbrauwen zakten.
‘Het werkt!' riepen ze tegelijk.
Toen ze weer in de spiegel keken, zagen ze hun eigen gezichten terug. Ze lachten opgelucht.
‘Nooit meer grimacenwedstrijden,' zuchtte Jasper.
‘Nou… misschien eentje per jaar?' grijnsde Lotte.
Hoofdstuk 5: De Grimacenbelofte
's Middags zaten Jasper en Lotte samen op het tapijt, tekenend aan hun zelfverzonnen stripverhaal. Hun gezichten waren weer normaal, maar ze voelden zich een beetje moe van al het lachen.
‘Weet je, Jasper, eigenlijk was het best grappig, toch? Behalve dat vastzitten dan.'
‘Ja, maar we moeten voortaan wel oppassen. Straks blijven we echt een keer zo staan!'
Oma stak haar hoofd om de deur. ‘Mag ik jullie een koekje brengen, mijn normale kleinkinderen?'
‘Alleen als u een grimace trekt!' lachte Lotte.
Oma trok haar beste krokodillengezicht, en de kinderen gierden het uit.
‘Maar nu stoppen we echt,' zei Jasper streng.
Ze spraken af: geen grimacenwedstrijden meer zonder een stopknop. Ze verzonnen samen de geheime “normaal-knop”: drie keer knipperen en dan een glimlach. Zo konden ze altijd terug naar hun gewone gezichten.
Die avond aan tafel deden ze hun “normaal-knop” voor aan papa, mama en oma. Iedereen moest lachen en papa deed alsof hij het niet snapte, waardoor Lotte in de lach schoot en haar soep bijna uit haar neus kwam.
‘Jullie zijn toch wel de grappigste kinderen die ik ken,' zei mama warm.
Jasper glimlachte naar Lotte. ‘Samen kunnen we alles oplossen, zelfs als we het zelf verpest hebben.'
Lotte gaf hem een knuffel. ‘Jij bent de beste grote broer van de wereld.'
En terwijl de regen zachtjes tegen de ramen bleef tikken, wisten Jasper en Lotte dat dit weer zo'n dag was geweest die ze nooit meer zouden vergeten. Vol gekke gezichten, slappe lach en vooral: heel veel liefde.