Er was eens een vrolijk varkentje dat Pippin heette. Pippin woonde in een klein, groen veld vol met kleurrijke bloemen. Het zonnetje scheen altijd en de lucht was blauw. Op een dag zei Pippin: "Ik wil spelen! Maar met wie?"
Plotseling hoorde Pippin een zachte stem. "Hallo, Pippin!" Het was zijn vriendje, het konijntje Rikki. Rikki had grote, leuke oren en een zachte witte vacht. "Wil je met mij spelen?" vroeg Rikki blij.
"Ja, dat wil ik!" zei Pippin en hij springt enthousiast in het rond. "Wat gaan we doen?"
Rikki dacht even na. "Laten we verstoppertje spelen! Ik tel tot tien en jij verstopt je!"
"Dat klinkt leuk!" zei Pippin. Hij rende snel naar een grote boom en verstopte zich achter de dikke stam.
"Een, twee, drie..." telde Rikki hardop. Pippin kon zijn lachen bijna niet inhouden.
Toen Rikki bij tien was, riep hij: "Klaar! Waar ben je, Pippin?"
Pippin piepte: "Hier ben ik!" en hij sprong tevoorschijn. Rikki lachte hard. "Je bent zo goed in verstoppen!"
Ze speelden de hele middag. Ze renden, sprongen en lachten samen. Het was de mooiste dag ooit.
Toen de zon onderging, zei Pippin: "Dit was leuk! Maar wat is het belangrijkste, Rikki?"
Rikki antwoordde: "Vriendschap is het mooiste van alles! Samen spelen maakt ons blij."
Pippin knikte. "Ja, dat is waar!"
En zo gingen Pippin en Rikki naar huis, gelukkig en tevreden. Ze wisten dat samen spelen altijd het leukst was.
En de moraal van het verhaal? Vriendschap maakt alles mooier!